Ik heb zelf gevraagd om de leiding over te dragen. Het werd wat te veel. Ik krijg de mogelijkheid in te spelen op de tendens van deze tijd, langer werken, maar in een iets ander tempo", zegt Frans Dieryck (62). De voormalige topman van BASF Antwerpen kwam ruim acht jaar geleden aan het hoofd van de Vlaamse tak van essenscia, toen de federatie nog Fedichem heette en stond voor een sector met het imago van zware vervuiler. Vanaf januari focust Dieryck op het voorzitterschap van het duurzaamheidsproject FISCH (zie kader Late erkenning). De leiding van essenscia Vlaanderen laat hij over aan dertiger Frank Beckx, een communicatief sterke jurist. De wissel werd gisterenavond aangekondigd op het jaarlijkse congres van essenscia Vlaanderen.
...

Ik heb zelf gevraagd om de leiding over te dragen. Het werd wat te veel. Ik krijg de mogelijkheid in te spelen op de tendens van deze tijd, langer werken, maar in een iets ander tempo", zegt Frans Dieryck (62). De voormalige topman van BASF Antwerpen kwam ruim acht jaar geleden aan het hoofd van de Vlaamse tak van essenscia, toen de federatie nog Fedichem heette en stond voor een sector met het imago van zware vervuiler. Vanaf januari focust Dieryck op het voorzitterschap van het duurzaamheidsproject FISCH (zie kader Late erkenning). De leiding van essenscia Vlaanderen laat hij over aan dertiger Frank Beckx, een communicatief sterke jurist. De wissel werd gisterenavond aangekondigd op het jaarlijkse congres van essenscia Vlaanderen. FRANS DIERYCK. "Toen ik hier arriveerde, was er zeer veel werk aan de winkel. De geloofwaardigheid en het vertrouwen stonden al geruime tijd op een dieptepunt. De afstand tussen de federatie en de ondernemingen was veel te groot. Als je een vraag stelde, werd er in wetteksten geantwoord. Er is gelukkig veel veranderd. Nu vragen overheidsadministraties en politici ons standpunten te formuleren. We hebben vertrouwen opgebouwd op basis van deskundigheid van onze experts. Zo hebben we in het waanzinnig complexe energiedossier heel duidelijk gemaakt wat kan en wat niet kan. We hebben ook de band met de kmo's hersteld of versterkt. Ik heb veel kmo's bezocht en herinner mij maar al te goed dat ik zelfs enkele keren buitengevlogen ben, omdat ze nog nooit van Fedichem gehoord hadden. We hebben ook peterschapsprojecten opgezet, waarbij kennis van grote ondernemingen wordt doorgegeven aan kmo's. En we hebben samengewerkt met ngo's, vroeger bij wijze van spreken de vijand." FRANK BECKX. "Dat industrie in haar geheel nu zo op de politieke agenda staat, is ook onze verdienste. Wij hebben aan de kar getrokken. Sommige andere federaties hebben het een stuk moeilijker en worden langs alle kanten aangevallen. Wij zitten vandaag in een iets comfortabetere positie, maar we mogen absoluut niet op onze lauweren rusten en denken dat we er al zijn." DIERYCK. "Dat de gesprekspartner soms dogmatisch denkt en niet openstaat voor feiten en argumenten. Dan kun je niet onderhandelen. Neen, geen namen, maar als ik bijvoorbeeld zie welke prachtige technologie we decennia geleden al hebben ontwikkeld rond ggo-technologie... Dat was wereldniveau, maar we zijn er niet in geslaagd dat om te zetten in economie en welvaart. Daar kan je alleen maar triestig van worden. Dat is een onvoorstelbaar verloren kans. Als je nu denkt aan de transformatie van chemie, moet je ook denken aan nieuwe processen, en dan kom je alweer bij biotech terecht. De risicoaversie wordt stilaan onze grootste bedreiging. Mensen durven onvoldoende mee te denken over nieuwe dingen." BECKX. "We moeten zeer alert zijn. De deuren staan voor ons open bij politici. Alleen zien we soms te weinig sense of urgency. Het duurt allemaal zeer lang. We zijn in Vlaanderen en België ook vaak vrij laat met de omzetting van Europese wetgeving, en als we dan omzetten, gaat ze vaak een stukje verder. Dat is nefast voor onze industrie, die internationaal moet concurreren. In de volgende regeerakkoorden moet er echt een punt van worden gemaakt dat we tijdig Europese richtlijnen omzetten, maar ook niet verder gaan. Onze bedrijven hebben nood aan rechtszekerheid. Wat is het investeringsklimaat de komende vijf of tien jaar? Volgend jaar komt de moeder van alle verkiezingen. Industriebeleid moet de rode draad door alle regeerakkoorden zijn. Want chemie en lifesciences hebben ook te maken met onderwijs, werk, infrastructuur, energie en leefmilieu. Wij moeten erkend worden in die regeerakkoorden." DIERYCK. "We hebben eindelijk een doorbraak in vergunningen, in het verkorten van looptijden. Er is een goede samenwerking met de mensen van de administraties, maar soms zou het allemaal wat eenvoudiger kunnen. Al in mijn vorige job zeiden we dat het zo niet verder kon." BECKX. "Wij spreken nooit in kreten of slogans. Als we willen, staan we voortdurend in de kranten. Maar voor onze geloofwaardigheid moeten we eerst zien wat we zelf kunnen doen en met een sterk dossier komen. Ons punt hard maken, gebaseerd op feiten. En dan pas steun vragen aan de politiek. Het duurt soms wel even, maar die aanpak loont. Die geloofwaardigheid en die mentaliteit moeten we behouden." BECKX. "Dat is al bij al goed. Dat er af en toe wat spanningen zijn, zoals rond de tweejaarlijkse cao-onderhandelingen, is niet verrassend. Uiteindelijk ga ik ervan uit dat werkgevers en werknemers dezelfde doelstelling nastreven, namelijk groei en tewerkstelling garanderen." DIERYCK. "Ja en neen. In het Duits zeggen ze jein (lacht). De sector heeft constant gewerkt aan verandering, maar de omgevingsfactoren veranderen enorm. Er zijn nieuwe fabrieken in Azië, die beginnen uit te voeren naar Europa, en er is de herindustrialisering in de VS. We zullen heel scherp moeten blijven. Ondernemingen als Tessenderlo Group zijn al met dat proces bezig." BECKX. "Communicatie blijft cruciaal. Op een bepaald moment spraken we de taal van de ondernemingen niet meer, maar we moeten aandachtig blijven luisteren naar hun bekommernissen. Ik zal dus vaak de boer opgaan. Ik wil ook blijven inzetten op jongeren. We moeten ieder jaar 2000 vacatures invullen. "Innovatie is ook bij ons het antwoord op de toekomst. Die innovatie speelt zich ook af op de raakvlakken van heel wat sectoren. Soms kan je niet meer echt zeggen of het nu gaat over chemie, of over textiel of voeding. Samenwerking met andere sectoren zal cruciaal zijn. Dat betekent dus ook dat werkgeversfederaties meer zullen moeten samenwerken om versnippering van initiatieven proberen te vermijden. Werkgevers moeten met één stem spreken." BERT LAUWERS, FOTOGRAFIE PAT VERBRUGGEN"De risicoaversie wordt stilaan onze grootste bedreiging. Mensen durven onvoldoende mee te denken over nieuwe dingen" Frans Dieryck