Met de werken van Friedrich A. Hayek (1899-1992) is het als met de verboden literatuurlijst van het Paapse Rome. Zijn vieze boekskes worden door zijn tegenstanders afgekraakt. Maar meestal hebben die (linkse) betweters geen letter gelezen van de verguisde denker.
...

Met de werken van Friedrich A. Hayek (1899-1992) is het als met de verboden literatuurlijst van het Paapse Rome. Zijn vieze boekskes worden door zijn tegenstanders afgekraakt. Maar meestal hebben die (linkse) betweters geen letter gelezen van de verguisde denker. Wie de moeite doet, en de pagina's openslaat, ontdekt een wereld vol intellectueel vernuft, briljant scepticisme en antidogmatische controverses. Het is geen gezellige wereld. De factor onzekerheid primeert. Die zoekt voortdurend een nieuw (economisch) evenwicht. In de wereld van Hayek is er geen plaats voor particuliere belangen. Net die onzekere zoektocht creëert de best maakbare samenleving. Zo bijvoorbeeld de trilogie Law, Legislation and Liberty. Neem het tweede deel: The mirage of social justice. Friedrich A. Hayek zou zijn naam niet waardig zijn, indien hij geen brandhout zou maken van de twintigste-eeuwse invulling van de begrippen 'sociaal' en 'rechtvaardig'. Sociale rechtvaardigheid is in hoofdzaak een dekmantel en slagwoord voor het in stand houden van particuliere belangen. Groepjes die het sterkst samenklitten, slagen er meestal in om hun belang ten koste van de gehele samenleving door te drukken. Veel van wat vandaag doorgaat als 'sociale rechtvaardigheid' is niet alleen onrechtvaardig, maar ook asociaal. Het komt enkel neer op de bescherming van gevestigde belangen. Die belangengroepenstrijd kan doorgaans ook rekenen op luid applaus bij de publieke opinie. Datzelfde begrip 'sociale rechtvaardigheid' vergiftigt en overwoekert tot vandaag (de discussie rond) het faillissement van Sabena. De holle kreten konden niet op, toen de Belgische flag carrier op 7 november 2001 de boeken neerlegde. De ruim 13.000 werknemers zouden kreunen onder een nooit gezien sociaal bloedbad. Vandaag, geen zes jaar na de mokerslagen van 11 september 2001, is duidelijk dat er nooit, of op een enkeling na, bloed vloeide. Integendeel. De Belgische luchtvaart mag dan wel versnipperd ogen met maatschappijen die elk diverse niches bedienen (zie ook blz. 26: Het heilzame effect van 9/11), deze carriers zijn stuk voor stuk winstgevend. Zij bloeien op een markt die nooit ophield te bestaan, maar waaruit overtollig vet, onder meer vertaald in zwaar verlieslatende prestigelijnen (Japan, Verenigde Staten, Zuid-Afrika), werd weggesneden. Het gros van het gewezen Sabenapersoneel vond onderdak bij de nieuwe carriers. Of ze vlogen naar het buitenland. Naar verluidt, zijn Belgische piloten daar door hun talenkennis erg gegeerd. De resterende werknemers vonden in de huidige hoogconjunctuur ongetwijfeld elders onderdak. Maar vooral is het niet langer de belastingbetaler die een flag carrier - lees: de bescherming van gevestigde belangen - in stand houdt. Die belastingbetaler verdient bovendien dubbel zijn geld terug. Want het versnipperde Belgische luchtvaartlandschap biedt een ticketprijs op maat van elk consumentensegment. Wolfgang Riepl