Rulings zijn onlangs weer in de actualiteit gekomen door de LuxLeaks-affaire. Maar typisch Luxemburgs is het fenomeen geenszins. Heel wat Europese landen passen de methode toe en België laat zich, met 500 behandelde dossiers per jaar, zeker niet onbetuigd. De Belgische rulings worden jaarlijks gepubliceerd (zonder de betrokken ondernemingen of particulieren bij naam te noemen). Desondanks wordt er rond dat onderwerp nog altijd heel wat gefantaseerd. Volgens critici is een ruling niets anders dan een mechanisme om belastingen op een volledig wettelijke manier, en nota bene met de hulp van de belastingadministratie, te ontwijken. We proberen daar aan de hand van vijf vragen wat duidelijkheid in te brengen.
...

Rulings zijn onlangs weer in de actualiteit gekomen door de LuxLeaks-affaire. Maar typisch Luxemburgs is het fenomeen geenszins. Heel wat Europese landen passen de methode toe en België laat zich, met 500 behandelde dossiers per jaar, zeker niet onbetuigd. De Belgische rulings worden jaarlijks gepubliceerd (zonder de betrokken ondernemingen of particulieren bij naam te noemen). Desondanks wordt er rond dat onderwerp nog altijd heel wat gefantaseerd. Volgens critici is een ruling niets anders dan een mechanisme om belastingen op een volledig wettelijke manier, en nota bene met de hulp van de belastingadministratie, te ontwijken. We proberen daar aan de hand van vijf vragen wat duidelijkheid in te brengen. Terminologie is zelden onschuldig. Wie ruling zegt, verspreidt meteen een geur van belastingontduiking. De offici-ele benaming, de voorafgaande beslissing, is neutraler. Sinds 1993 biedt de administratie de belastingplichtige de mogelijkheid om een 'voorafgaand fiscaal akkoord' te sluiten vooraleer hij een financiële operatie uitvoert. In het begin werden de dossiers behandeld door een ad-hoccommissie bij de federale overheidsdienst Financiën. In 2003 richtte de regering-Verhofstadt de Dienst Voorafgaande Beslissingen (DVB) op als zelfstandige entiteit binnen de FOD Financiën. De bedoeling is dat ondernemingen die in België investeren de fiscale behandeling die hen volgens onze erg ingewikkelde wetgeving te wachten staat, kennen. En meer in het algemeen, dat elke belastingplichtige weet wat hij al dan niet moet doen om enkele jaren later een fiscale boemerang te vermijden. Elke natuurlijke of rechtspersoon die in België wordt belast, kan zich tot de Dienst Voorafgaande Beslissingen richten. Vragen over de behandeling van interne meerwaarden, structurele reorganisaties en transferprijzen maken meer dan de helft van de behandelde dossiers uit. De beslissingen van de DVB gaan ook over de aftrek voor de enige woning, de herkwalificatie van huur (beroepsinkomen of roerend en onroerend inkomen), de btw en de beroepskosten. Amper drie van de 647 dossiers die in 2013 ingediend werden, gingen over de notionele-intrestaftrek. De DVB treedt anticiperend op. De dienst behandelt dus enkel nieuwe verrichtingen of situaties. De operatie moet bovendien berusten op een reële 'economische substantie in België' en ze mag geen essentiële banden hebben met een land dat de OESO als 'niet-coöperatief' beschouwt. In zijn beslissing vermeldt de DVB welke belastingregels op de kwestie van toepassing zijn, maar hij zegt niets over de tarieven, bedragen en forfaits die volgens die fiscale regels voorzien zijn. Het is dus nutteloos om de DVB om belastingverlaging te vragen. De procedure begint vaak met een informele fase, de zogenaamde prefiling. Die biedt de belastingplichtige -- die in deze fase anoniem kan blijven -- de kans zich een idee te vormen van het standpunt van de DVB en eventueel zijn operatie aan te passen opdat ze in aanmerking komt voor behandeling. Het aantal officiële aanvragen is vrij stabiel, maar het aantal prefilings neemt sinds de invoering van de ruling in België constant toe: 1103 in 2013 tegenover 643 in 2007. De audit van het Rekenhof die in maart 2013 werd gepubliceerd, geeft aan dat 78 procent van de formele aanvragen in 2012 voorafgegaan werd door een prefiling. Het is dan ook logisch dat de daaropvolgende beslissingen van de DVB zeer dikwijls positief uitvallen (89 procent van de gevallen in 2013). Als we de ingetrokken en de onontvankelijke aanvragen niet meetellen, dan is er uiteindelijk nog voor 0,8 procent van de dossiers een negatieve afloop. "Dat lage percentage geeft aan dat de prefiling zich niet beperkt tot de inzameling van gegevens", zegt het Rekenhof. "In de praktijk lijkt de prefiling een eerste onderzoeksfase te zijn, die de formele procedure voor de aanvraag van een voorafgaande beslissing soms kan terugbrengen tot een gewone bekrachtigingsprocedure." De DVB heeft drie maanden om een dossier te behandelen. Die termijn kan, mits de aanvrager akkoord gaat, verlengd worden om technische redenen, zoals de raadpleging van andere diensten van de FOD Financiën. Het is wel de bedoeling snel vooruit te gaan. Financiële verrichtingen kunnen meestal niet wachten. De FOD Financiën is voor een periode van maximum vijf jaar gebonden aan de voorafgaande beslissingen. Het doel is de belastingplichtige fiscale zekerheid te geven over investeringen of reorganisaties die hij wil doorvoeren. Dat houdt de administratie echter niet tegen na te gaan of de verrichtingen wel degelijk uitgevoerd werden in overeenstemming met wat aan de DVB werd voorgelegd. Als dat niet het geval is, kan zij de aanvrager van de ruling behandelen als elke andere belastingplichtige. De DVB publiceert zijn beslissingen (anoniem). Dat schept een soort van rechtspraak waarop de belastingambtenaren zich kunnen baseren voor de behandeling van toekomstige dossiers. Een beslissing van de DVB bindt de administratie weliswaar enkel voor het behandelde dossier, maar de verleiding is groot om ernaar terug te grijpen voor vergelijkbare gevallen. De belastingplichtige kan bij een rechtbank van eerste aanleg beroep aantekenen tegen een beslissing van de DVB, maar dan dreigt hij te stuiten op vertragingen bij Justitie. Daar is de aanvrager doorgaans niet blij mee, aangezien die graag zijn constructie snel wil opzetten. Het regeerakkoord voorziet in het behoud van een "onafhankelijke" Dienst Voorafgaande Beslissingen, die wel geëvalueerd wordt en indien nodig "versterkt" om de toegankelijkheid voor kmo's te verbeteren. Nochtans is de dienst nu al niet enkel voorbehouden voor grote ondernemingen. Het meest dringende is ongetwijfeld te zorgen voor rechtszekerheid voor de beslissingen over fiscaal misbruik die door de DVB worden genomen. Een verrichting wordt als misbruik beschouwd als ze enkel de bedoeling heeft om belastingen te ontwijken. Anderzijds heeft de belastingplichtige het recht te kiezen voor de minst belaste weg. De grens tussen die twee concepten is subtiel en er werd al vaker een beroep gedaan op de DVB om ze te verduidelijken. Maar is de DVB hier wel bevoegd? Het Grondwettelijk Hof heeft eind 2013 de antimisbruikbepaling geldig verklaard en ze omschreven als een 'bewijsmiddel' (een element dat de fiscus toelaat om de werkelijkheid te achterhalen). Maar de wet zegt dat bewijsmiddelen buiten het kader van de bevoegdheden van de DVB vallen. Daardoor lopen alle rulings in verband met fiscaal misbruik mank. Het regeerakkoord voorziet in een verbetering van de antimisbruikbepaling om zo de rechtszekerheid te versterken. Ongetwijfeld moet ook de almaar vaker voorkomende prefilingprocedure nauwkeuriger omlijnd worden. Als die resulteert in een negatief advies, dan dient de belastingplichtige doorgaans geen officiële aanvraag in. Maar wil dat ook zeggen dat hij zijn plannen laat varen? Niemand weet het en de belastingdiensten "hebben de aandacht niet gevestigd op het risico dat de constructie ook wordt opgezet", benadrukt het Rekenhof in zijn audit. De mogelijkheid om de aanvraag voor een prefiling anoniem voor te leggen, verhoogt de dubbelzinnigheid en, zo schrijft het Hof, "creëert in de praktijk een manier om een risicoloos fiscaal consult te krijgen". Het beveelt dan ook aan om anonieme prefilings te verbieden. Volgens het staal waarop het Rekenhof zich baseert, zou zowat 38 procent van de prefilings anoniem zijn. CHRISTOPHE DE CAEVELVragen over de behandeling van interne meerwaarden, structurele reorganisaties en transferprijzen maken meer dan de helft van de behandelde dossiers uit.