Historisch. Dat is het woord dat past bij de bestelling van de eerste 100 procent Belgische commerciële satelliet. Die primeur voor de lucht- en ruimtevaartindustrie van ons land is gefinaliseerd tijdens de economische missie van prins Filip in Vietnam, dat de microsatelliet van 64 miljard euro bestelt. Het toestel van een honderdtal kilo, niet groter dan een wasmachine, moet eind 2016, begin 2017 in een baan om de aarde worden gebracht om het grondgebied en het leefmilieu van Vietnam te observeren.
...

Historisch. Dat is het woord dat past bij de bestelling van de eerste 100 procent Belgische commerciële satelliet. Die primeur voor de lucht- en ruimtevaartindustrie van ons land is gefinaliseerd tijdens de economische missie van prins Filip in Vietnam, dat de microsatelliet van 64 miljard euro bestelt. Het toestel van een honderdtal kilo, niet groter dan een wasmachine, moet eind 2016, begin 2017 in een baan om de aarde worden gebracht om het grondgebied en het leefmilieu van Vietnam te observeren. Achter die kubieke meter performante onderdelen schuilt een consortium van Belgische bedrijven die actief zijn in de ruimtevaartsector (QnetiQ, Amos, Deltatec, Vito, het Centre Spatial de Liège enz.), aangevoerd door Spacebel. Dat software-engineeringbedrijf, gespecialiseerd in het ontwerp en de ontwikkeling van informaticasystemen, treedt op als de echte uitvoerder van het project. "Dit project wordt beslist een keerpunt in de geschiedenis van onze onderneming", zegt Thierry du Pré-Werson, de gedelegeerd bestuurder van Spacebel. Hij is ervan overtuigd dat dit project de Belgische ruimtevaartindustrie internationaal op de kaart zal zetten. "Met dit contract winnen we internationaal aan geloofwaardigheid. Het wordt zeker een 'zakenversneller'." Volgens Thierry du Pré-Werson willen steeds meer landen hun gegevens zelfstandig beheren en schrikken ze er niet langer voor terug om zich een eigen ruimtetuig aan te schaffen. Door op de ruimte-trein te springen en daarbij te kiezen voor de niche van de kleine en niet al te dure microsatellieten heeft België op intelligente wijze positie gekozen op die 'nieuwe' markt. België bekleedt al vijftig jaar een fundamentele plaats in de uitbouw van de Europese ruimtevaart. Het speelde onder meer een belangrijke rol bij de oprichting van de Europese Ruimtevaartorganisatie (ESA). Bovendien hebben de Belgische politieke autoriteiten altijd in de sector geïnvesteerd, waardoor het mogelijk werd een wetenschappelijk en industrieel netwerk uit te bouwen dat nu ook erkenning geniet in het buitenland. Zelfs in deze tijden van bezuinigingen is de regering niet afgeweken van die regel. En dat is niet niks, want ons kleine landje levert de zesde grootste bijdrage aan het budget van de ESA, met een enveloppe van 170 miljoen euro in 2012. Dat is zelfs iets meer dan in 2011, toen het om 165 miljoen euro ging. Dat geld is niet verspild, want de bijdragen worden vervolgens opnieuw geïnvesteerd in de ruimtevaartbedrijven van het desbetreffende land. Zo zou elke euro die van België naar de ESA vloeit de Belgische economie een return on investment van om en bij 3 euro opleveren. België geniet niet alleen erkenning voor zijn knowhow in satellietontwerp en sterrenkundetechnologie, ook in ruimtetransport heeft ons land een zekere faam. Zo speelde het - en speelt het nog altijd - een eersterangsrol in het Ariane-raketprogramma van de ESA. Onlangs nog zette de ESA België in de bloemetjes voor de succesvolle lancering van het kleine Europese zusje van de Ariane, de Vega-raket. Dat toestel maakte op 13 februari een geslaagde maidenvlucht vanaf het ruimtecentrum Kourou in Frans-Guyana. Daaraan gingen tien jaar ontwikkeling en een budget van 1 miljard euro vooraf, dat vooral bijeengebracht werd door Italië (60 %) en Frankrijk (25 %), maar waarin België toch maar de derde plaats onder de sponsorlanden inneemt. Bij Sabca hebben 40 ingenieurs er negen jaar lang voltijds aan gewerkt. De Brusselse onderneming leverde een van de onderdelen van de draagraket en ze werkte een elektromagnetisch systeem uit voor de positionering van de straalpijpen van elke Vegamotor. Voor de volgende vlucht van de nieuwe kleine Europese raket staan intussen al twee andere Belgische bedrijven in de rij: de firma Etca zal elektronische boord- en gronduitrusting leveren en Spacebel zal zijn knowhow in de ontwikkeling van vluchtsoftware aandragen. Het is dan ook nauwelijks verwonderlijk dat een bedrijf als Sonaca zijn ruimtevaartactiviteiten op dit ogenblik een boost wil geven. Zet de huidige crisis geen domper op de ambitie van de belangrijkste spelers in de Belgische ruimtevaartsector? Niet echt. De programma's die op dat niveau lopen, zijn geënt op investeringscycli op lange termijn en daar draait België al verschillende jaren vrij goed in mee. "Daarom moeten we blijven investeren in de ruimtevaartsector en ons niet overgeven aan krenterige bezuinigingen", voegt Claude Jamar eraan toe. Hij is de CEO van Amos, een Belgische onderneming die gespecialiseerd is in optische precisiesystemen. "Vooral omdat er een echte internationale vraag bestaat naar onze knowhow. In die zin is de intentie van de regering-Di Rupo om niet te raken aan het budget voor wetenschapsbeleid een gunstig signaal." Aangezien de sector meer dan behoorlijk weerstand biedt aan de crisis, is misschien de tijd gekomen om de toekomstige studenten naar specifieke wetenschappelijke vorming te oriënteren. De universiteit van Luik biedt opleidingen aan die in rechtstreeks verband staan met de ruimtevaartindustrie. Zo zijn er een master in ruimtevaartwetenschappen en een master burgerlijk ingenieur lucht- en ruimtevaart. Thierry Chantraine, directeur van het Centre Spatial Liégeois (CSL), is daar zeker voor te vinden. "Wat hebben we in België nog anders dan onze grijze materie? Maar we moeten durven toe te geven dat er een probleem is met de rekrutering van ingenieurs. En het is door te blijven dromen van de verovering van Mars en de exploratie van de exoplaneten dat we jongeren opnieuw tot de ruimtevaart kunnen aantrekken." "Bovendien is de verkenning van de ruimte geen luxe die we links kunnen laten liggen", zegt Thierry Chantraine . "Het is een respons op de huidige bekommernissen in de wereld. We keren nu terug naar de problematiek van de grote ontdekkingsreizigers: deelnemen en bijdragen aan een beter leven. Want in een beschaving als de onze biedt de ruimtevaart echte antwoorden op energie-, milieu- en voedingsvraagstukken." Het aantal uitvindingen van producten en diensten die voortgesproten zijn uit het ruimteonderzoek en die tegenwoordig ons dagelijks bestaan bepalen, is haast niet meer te tellen. Airbags, rookmelders, wegwerpluiers, brandwerende dekens, teflon, gps, gsm, weersvoorspellingen zijn maar enkele voorbeelden. Nu de opkomende landen met hun ruimtevaartdromen nog maar in de kinderschoenen staan en zich opmaken om zich naar het voorbeeld van Vietnam daarvoor uit te rusten, moet België zijn ruimtevaartindustrie koesteren. Want als het over satellieten, telescopen en draagraketten gaat, beschikt België over grijze cellen en spitstechnologie in overvloed. FRÉDÉRIC BRÉBANT"We moeten blijven investeren in de ruimtevaartsector en ons niet overgeven aan krenterige bezuinigingen" Claude Jamar (Amos)