De meeste Europese energiegroepen hebben een tegenvallend derde kwartaal achter de rug. Zowel Total, BP als ENI zagen hun winst flink dalen, terwijl Statoil uit Noorwegen zelfs een verlies moest opbiechten. Het blijft een opmerkelijke vaststelling dat de winstmarges van de grote oliegroepen nu gemiddeld lager liggen dan tien jaar geleden, toen ruwe olie maar half zoveel kostte.
...

De meeste Europese energiegroepen hebben een tegenvallend derde kwartaal achter de rug. Zowel Total, BP als ENI zagen hun winst flink dalen, terwijl Statoil uit Noorwegen zelfs een verlies moest opbiechten. Het blijft een opmerkelijke vaststelling dat de winstmarges van de grote oliegroepen nu gemiddeld lager liggen dan tien jaar geleden, toen ruwe olie maar half zoveel kostte. Royal Dutch Shell of Koninklijke Olie ging tegen de trend in en zette voor het derde kwartaal op rij een goed resultaat neer. De current cost of supply of CCS-winst, waarbij geen rekening wordt gehouden met eenmalige elementen en de waardering van de voorraden, steeg naar 5,8 miljard USD, tegenover 4,5 miljard USD een jaar eerder. De upstreamactiviteit (exploratie en productie) zag de winst met ruim een vijfde toenemen, tot 4,3 miljard USD. Dat is te danken aan enerzijds de lagere uitgaven voor exploratie en anderzijds ook een hogere verkoop van aardgas. De nieuwe projecten in de Golf van Mexico profiteerden ook van lagere productiekosten. De gemiddelde ontvangen olieprijs daalde het voorbije kwartaal met 8 USD. We moeten hierbij opmerken dat de scherpste daling van de olieprijs pas na het einde van het derde kwartaal plaatsvond. Een vat ruwe olie kostte in juni nog 110 USD en de gemiddelde Brent-prijs lag in de verslagperiode boven 100 USD. De forse prijsdaling van oktober richting 80 USD zal dus pas in het vierde kwartaal worden gevoeld. De groepsproductie daalde met 5 % naar 2,79 miljoen vaten per dag olie-equivalent. Die trend zal zich ook de komende twee jaar nog doorzetten. Bij downstream (raffinage en marketing) werd met 1,8 miljard USD zelfs dubbel zoveel verdiend als een jaar eerder. De raffinagemarges lagen in het derde kwartaal vrij hoog, omdat de prijs van ruwe olie harder daalde dan die van geraffineerde producten. Sinds de start van het vierde kwartaal zijn die marges echter opnieuw fors gedaald. Kostenbesparingen en de verkoop van activa speelden ook een rol in het goede resultaat. Shell verkocht sinds begin dit jaar al voor 11,8 miljard USD aan activa die niet als strategisch worden beschouwd. De kapitaaluitgaven daalden naar 8,5 miljard USD tegenover nog 9,7 miljard USD een jaar eerder. Shell zet nu volop in op vloeibaar aardgas of lng, waarvan het vorig kwartaal 16 % meer verkocht. De schaliegasactiviteiten worden verder afgebouwd. Shell bracht vorige maand ook haar Amerikaanse dochter naar de beurs. Het gaat om Shell Midstream Partners, dat het pijpleidingennetwerk van Shell in de Verenigde Staten beheert. De groep verhoogde eerder het kwartaaldividend naar 0,47 USD en besteedde ook 800 miljoen USD aan de inkoop van eigen aandelen. Sinds begin dit jaar genereerde Shell een kasstroom van 47 miljard USD. De kapitaaluitgaven en dividenden worden op ongeveer 35 miljard USD begroot. De nettoschuldgraad van 12 % ligt ook lager dan bij de meeste sectorgenoten. Shell heeft in moeilijke marktomstandigheden goed gepresteerd, maar de echte klap van de lagere olieprijzen moet nog komen en zal vooral in het vierde kwartaal worden gevoeld. Ook de raffinagemarges zijn de voorbije weken gekelderd, wat evenmin gunstig is. We verlagen het advies. Want er zijn betere alternatieven. Advies: houden/afwachten Risico: gemiddeld Rating: 2B