Het schouwspel op de vloer van de Shanghai Stock Exchange is volkomen atypisch voor een markt die in vuur en vlam staat. De beurs is gevestigd in een iconisch vierkant gebouw in het hart van de dure, nieuwe financiële wijk van Sjanghai. Ze beschikt over een uitgestrekte beursvloer, gevuld met ordelijke rijen, nu achterhaalde terminals die eruitzien als dozen. Samengedrumd in een hoek zit een dozijn klerken rustig te soezen, het hoofd op hun bureau.
...

Het schouwspel op de vloer van de Shanghai Stock Exchange is volkomen atypisch voor een markt die in vuur en vlam staat. De beurs is gevestigd in een iconisch vierkant gebouw in het hart van de dure, nieuwe financiële wijk van Sjanghai. Ze beschikt over een uitgestrekte beursvloer, gevuld met ordelijke rijen, nu achterhaalde terminals die eruitzien als dozen. Samengedrumd in een hoek zit een dozijn klerken rustig te soezen, het hoofd op hun bureau. Louter objectief beschouwd, is het gebrek aan activiteit op de beursvloer het gevolg van het feit dat de handel helemaal elektronisch geworden is. Maar waarom bestaat die beursvloer dan nog? Een meer verontrustende interpretatie van het 'Potemkindorp'-decor is dat het iets meer verbergt dan een loutere overschakeling op elektronische handel. De markt van Sjanghai zelf is in werkelijkheid een soort van façade. Het is geen echte markt, althans niet in de westerse betekenis van het woord, een plek waar prijzen vastgesteld worden door brede krachten van vraag en aanbod. Nee, het is eerder een plaats waar de Chinese overheid de schijn van een moderne economie kan ophouden, compleet dus met het kenschetsende symbool van de moderne financiën: een equity exchange. Het resultaat is een bizarre handelsplaats waar ondernemingen gebonden zijn aan aandelen, maar aandelen geen echte eigendomsrechten dragen, zoals het vermogen om het management te sturen (dat vaak rechtstreeks onder controle staat van de centrale overheid) of om de dividenden te bepalen. Misschien nog het meest belangrijke is dat het geen handelsplaats is waar de mensen ervan uitgaan dat aandelen zowel kunnen stijgen als dalen. Op dit ogenblik geloven ze dat die enkel kunnen stijgen. Dat vertrouwen heeft zijn wortels in een resem IPO's van door de overheid gecontroleerde ondernemingen, die bewust zo geprijsd waren dat ze op de eerste dag een sprong zouden maken. Rijkdom scheppen met doldraaiende aandelen bleek een besmettelijke bezigheid te zijn, vooral ingegeven door het gebrek aan alternatieven. Op zeldzame uitzonderingen na, verbiedt China zijn burgers om in het buitenland te beleggen. In eigen huis hebben ze de keuze tussen spaarboekjes die minder opbrengen dan de inflatievoet of vastgoed met onzekere eigendomsrechten. De vloed van geld naar aandelen heeft de beursnoteringen zo hoog opgedreven dat de aanwas zelfs niet meer verantwoord kan worden door China's opmerkelijke groei: 65 keer de trailing earnings op de beurs van Sjanghai in oktober 2007, 75 keer de earnings op de beurs van Shenzhen, die voorziet in de noden van kleinere bedrijven. Die waarderingen zijn des te schokkender naarmate de winstcijfers vaak opgeblazen worden door bedrijfsinvesteringen in de aandelenmarkt, een soort van cirkelredenering die al even gemakkelijk ongedaan gemaakt kan worden. Soortgelijke vertekeningen lopen als een rode draad doorheen de balansen van de Chinese openbare ondernemingen. Ze zijn het gevolg van recent ingevoerde boekhoudregels die vereisen dat activa geherwaardeerd worden tegen de geldende prijzen, al bestaan de markten die dergelijke prijzen (bijvoorbeeld voor vastgoedbezit of exotische beleggingen) zouden moeten bepalen, vaak gewoon niet. Op een normale aandelenmarkt kunnen de beleggers eventuele luchtbellen aflaten door kort te gaan op aandelen. Dat is illegaal in China. Op een normale aandelenmarkt kunnen de investeerders fors winst maken als hun belegging ingekocht wordt in het raam van een verwoed betwiste acquisitie. In China moet een overname door de centrale planning geraken (en vaak lukt dat niet eens). En vooral: op normale markten zijn de prijzen gebaseerd op de wijze waarop een aanzienlijk deel van de aandelen van een onderneming verhandeld wordt. In China zijn de aandelen van heel wat referentieondernemingen in handen van de onderneming zelf of van de overheid en worden niet verhandeld. De aandelenkoersen hangen af van een beperkt aantal aandelen die heen en weer gestuurd wor- den. DE AUTEUR IS REDACTEUR AZIATISCHE BEDRIJFSWERELD VAN THE ECONOMISTDoor Thomas Easton