WAT NIET, WAT WEL?
...

WAT NIET, WAT WEL?Het Belgische en daardoor ook (voorlopig?) het Vlaamse buitenlandbeleid hebben geen analyse- en planningdienst. In de buurlanden gaat het er anders aan toe. Het Quai d'Orsay, het Foreign Office, het Ministerium des Auswärtigen, het Nederlandse ministerie voor Buitenlandse Zaken hebben elk een observatorium voor de buitenlandse betrekkingen. Den Haag werkt bovendien samen met het privaatrechtelijke en internationaal befaamde buitenlandcentrum Clingendael. In België bestaan aanzetten van bovenstaande, maar niet grondig en samenhangend. Het Koninklijk Instituut voor Buitenlandse Betrekkingen organiseert regelmatig voordrachten en conferenties, hoofdzakelijk van buitenlandse vooraanstaanden die Brussel bezoeken. Het KIBB verricht echter geen onderzoek, noch prognosestudies en geeft geen oriëntatie aan Belgiës buitenlandse betrekkingen, noch tracht die te geven. De (Vlaamse) Vereniging voor Internationale Relaties (Vira) beperkt zich uitsluitend tot zeven à acht lunches per jaar. Een sturende activiteit ontbreekt. Het Defensie Studiecentrum is een onderdeel van het Koninklijk Hoger Instituut voor Defensie en organiseert, gedegen en militair, cursussen, seminaries, conferenties. De federale gerichtheid van de instelling, leent zich moeilijk tot een inbreng in de jonge Vlaamse externe relaties. WAT DOET BUITENLAND?In Frankrijk bestaat onder meer binnen het ministerie voor Buitenlandse Zaken een Centre d'Analyse et de Prévision. Het werd gesticht in 1973 door Michel Jobert, toenmalig minister van Buitenlandse Zaken. Het Centre heeft als opdracht analyses en studies te maken, technisch en previsioneel, over alle problemen van buitenlandse politiek die voor de externe betrekkingen van Frankrijk belangrijk kunnen zijn. Vijf diplomaten en vijf ambtenaren bestaffen voltijds het centrum. Dat tracht zich hoofdzakelijk toe te leggen op informatie en inzichten die niet zo gemakkelijk bij de minister van Buitenlandse Zaken komen langs de gewone diplomatieke kanalen. Zonder tussensas maakt het centrum zijn dossiers over aan de minister. Het Ministerium des Auswärtigen heeft een Planungsstab op de Adenauerallee in Bonn. De Planungsstab staat in het organogram naast de minister en heeft er ten allen tijde rechtstreekse toegang toe. In de rangorde van het ministerie wordt de Planungsstab hoog ingeschat. Een diplomaat die de dienst heeft geleid, krijgt bijna automatisch een belangrijke diplomatieke post toegewezen. Typische studies zijn: de politieke aspecten van de islam, Maastricht II, de samenhang tussen de Duitse economie en de Duitse buitenlandse politiek. Den Haag heeft een strategische beleidseenheid bij Buitenlandse Zaken en het Instituut Clingendael. In 1980 begonnen de besturen van het Nederlandse Genootschap voor Internationale Zaken, het Nederlands Instituut voor Vredesvraagstukken, de Nederlandse Voorlichtingsdienst voor de Verenigde Naties en het Defensie Studiecentrum te praten over samengaan. De versnippering en de dubbels moesten weg, uiteindelijk kwam op 1 januari 1983 de samenwerking tot stand in het Huys Clingendael, een buitenplaats bij Den Haag. Het instituut heet onafhankelijk en zelfstandig te zijn, de relatie met Buitenlandse Zaken is zeer subtiel en onderworpen aan veel ongeschreven regels. Jaarlijks heeft Clingendael een begroting van rond 10 miljoen gulden, waarvan 45% vaste departementale toelagen. Via cursussen allerhande (over projectfinanciering, ontwikkelingsbijstand, Oost-Europa) komt er nog circa 40% van overheidswege bij. Jan Hendrickx: "Moest men in Vlaanderen het Nederlandse voorbeeld volgen zou men bijvoorbeeld een cursus voor jonge Baltische diplomaten kunnen organiseren met financiering door ontwikkelingssamenwerking." Clingendael heeft 50 medewerkers, waaronder ambtenaren die onder meer op projectbasis worden uitgeleend. Buitenlandse Zaken heeft in feite zijn research en vormingsprogramma's uitbesteed aan Instituut Clingendael. Het Instituut is onder meer de uitgever van het tijdschrift voor buitenlandse politiek Internationale Spectator dat ook in België een kwalitatieve lezerskring bereikt.