Op vrijdag 1 juli start de Ronde van Frankrijk in Kopenhagen. Aan het einde van het wielercircus worden vooral de naam van de winnaar onthouden en de verhalen van de renners die zware tegenslagen hebben gekend. In weinig sporten liggen roem en verval zo dicht bij elkaar. Dat is ook de teneur van Altijd bergop. Tragische helden van de koers, het jongste boek van wielerjournalist Geert De Vriese. Hij schrijft over het succes en het noodlot die wielrenners al meer dan een ee...

Op vrijdag 1 juli start de Ronde van Frankrijk in Kopenhagen. Aan het einde van het wielercircus worden vooral de naam van de winnaar onthouden en de verhalen van de renners die zware tegenslagen hebben gekend. In weinig sporten liggen roem en verval zo dicht bij elkaar. Dat is ook de teneur van Altijd bergop. Tragische helden van de koers, het jongste boek van wielerjournalist Geert De Vriese. Hij schrijft over het succes en het noodlot die wielrenners al meer dan een eeuw treffen. Enkele namen krijgen veel aandacht. De Vriese benadert ze op een originele manier. De Portugees Joaquim Agostinho, die op de cover prijkt, was van eind jaren zestig tot 1984 de bekendste wielrenner van zijn land. Hij won Tour-ritten, maar kende ook zijn portie tegenslag. Professioneel door veel valpartijen, privé toen hij begin jaren tachtig met koersen was gestopt en landbouwer was geworden. Opgelicht en gepluimd door een familielid moest hij noodgedwongen weer gaan koersen. Eind april 1984 viel hij tijdens de sprint in de Ronde van de Algarve en liep hij een schedelfractuur op. De dichtstbijzijnde hersenchirurg bevond zich in Lissabon, 300 kilometer verderop. Agostinho haalde het niet. Bekende figuren passeren de revue, zoals Marco Pantani die ten onder ging aan zijn dopinggebruik. Net als Tom Simpson, die in 1967 stierf op de Mont Ventoux, terwijl de Brit in de Tour nooit echt potten kon breken. Wellicht vergeten is het Franse supertalent Roger Rivière, die in 1960 op weg leek naar Tour-winst, maar in een afdaling van een col de bocht miste. Het verdict: gedeeltelijke verlamming. Daarna was zijn leven er één vol kommer en kwel. Hij was verslaafd geraakt aan pijnstillers, kwam in aanraking met justitie en overleed in 1976 op veertigjarige leeftijd aan kanker. Het loopt in het boek niet altijd even dramatisch af. De Vriese brengt ook het verhaal van de Lotto-ploeg die in 1995 in de Alpen meer dan gehalveerd werd: een hele reeks renners kwam te laat binnen op La Plagne. Ze werden weggereden door de epo-generatie, maar dat werd toen niet gezegd. De Lotto-renners kregen het verwijt een bende luieriken te zijn. Een origineel verhaal is dat van Willy De Bruyn, een succesvolle renner uit de jaren dertig, die in 1914 werd geboren als vrouw, Elvire. Bij de geboorte was het geslacht van het kind niet duidelijk. Met veel moeite liet Willy-Elvire zich als man erkennen.