Computers met een bewustzijn en een creatief denkvermogen zoals de mens zijn al decennia het onderwerp van boeken en sciencefictionfilms. Al sinds het ontstaan van de computer zijn onderzoekers bezig met artificiële intelligentie (AI). Maar AI kon al die tijd de verwachtingen niet inlossen. Tot nu, geavanceerde software en krachtige hardware zijn computers aan het transformeren van domme rekenmachines tot zelflerende machines (zie kader Computers worden autodidacten). Ze herkennen gezichten in het halfduister, vertalen een gesprek ogenblikkelijk en kopen of verkopen autonoom aandelen op basis van berichten die een programma 'leest'.
...

Computers met een bewustzijn en een creatief denkvermogen zoals de mens zijn al decennia het onderwerp van boeken en sciencefictionfilms. Al sinds het ontstaan van de computer zijn onderzoekers bezig met artificiële intelligentie (AI). Maar AI kon al die tijd de verwachtingen niet inlossen. Tot nu, geavanceerde software en krachtige hardware zijn computers aan het transformeren van domme rekenmachines tot zelflerende machines (zie kader Computers worden autodidacten). Ze herkennen gezichten in het halfduister, vertalen een gesprek ogenblikkelijk en kopen of verkopen autonoom aandelen op basis van berichten die een programma 'leest'. Het herkennen van zulke ingewikkelde patronen en andere staaltjes van artificiële intelligentie jaagt sommige van de meest knappe koppen ter wereld enorm veel angst aan. De topwetenschapper Stephen Hawking heeft het over "het einde van de mensheid". Voor de invloedrijke techondernemer Elon Musk is de ontwikkeling van een artificieel brein dan weer "het oproepen van de duivel". Ondanks dat doemdenken is er een heuse wedloop aan de gang tussen techbedrijven om de meest geavanceerde artificiële intelligentie te ontwikkelen en in hun activiteiten te integreren. Facebook, Amazon, het Chinese Baidu en Google pompen massaal geld in onderzoekscentra en plukken talent weg uit universiteiten en start-ups. Google betaalde vorig jaar zelfs 400 miljoen dollar voor DeepMind, een Londense start-up gespecialiseerd in AI. Ook IBM, andere traditionele spelers en zelfs de zakenbankiers op Wall Street leggen zich toe op artificiële intelligentie voor flitshandel. Facebook en co zitten er niet mee in dat hun zoektocht naar een artificieel brein de uitroeiing van de mens kan inluiden. In de eerste plaats is het hun erom te doen zo veel mogelijk mensenwerk te automatiseren. Het einde van de mensheid is misschien niet nabij, maar computers kunnen veel mensen hun job kosten. Door geavanceerde software kunnen robots en andere machines wedijveren met de mens in patroonherkenning en interpretatie. Het onderzoek naar artificiële intelligentie geeft computers almaar meer vaardigheden die vroeger exclusief toebehoorden aan de mens. De patroonherkenning in beelden gaat bijvoorbeeld met reuzensprongen vooruit. In 2012 experimenteerde Andrew Ng, toen aan het hoofd van het AI-team van Google, met zelflerende software. Die herkende autonoom katten en gezichten in miljoenen videostills van YouTube. De onderzoekers hadden vooraf niet in de software gedefinieerd wat een gezicht of een kat was. De software had op eigen houtje beslist dat bepaalde beelden genoeg op elkaar leken om bij elkaar te horen. De volgende stappen zijn verschillende soorten objecten tegelijk herkennen en ze zelfs benoemen in mensentaal. De technologie werkt nog niet goed genoeg, maar bedrijven zoals Google zetten door. Zelfs kleine verbeteringen in de zoekresultaten kunnen zeer lucratief zijn voor Google. Daarnaast zijn er nog toepassingen met veel meer impact. Het beter herkennen en interpreteren van de omgeving maakt een nieuwe generatie van robots mogelijk, als hulpje in de fabriek, als zelfrijdende auto en voor militaire toepassingen. Beeldherkenning is ook cruciaal voor augmented reality, waarbij beelden van de omgeving worden verrijkt met een extra laag informatie. Denk maar aan Google Glass. Het Amerikaanse Enlitic wil beeldherkenning dan weer gebruiken voor het analyseren van röntgen- en MRI-scans om zaken op te sporen die menselijke dokters over het hoofd hebben gezien. Maar niet alleen afbeeldingen zijn een kolfje naar de hand van zelflerende software. Het is een algemene technologie om patronen te herkennen. In principe kan het worden ingezet in elke activiteit waar voldoende data voorhanden zijn, van het runnen van een verzekeringsmaatschappij tot fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. In een test bij het CERN, het Europees onderzoekscentrum voor nucleair onderzoek, bleek een algemeen zelflerend programma beter in het ontdekken van subatomaire deeltjes dan een programma op maat geschreven door natuurwetenschappers, maar zonder geavanceerde AI. Andere wetenschappers zetten AI frivoler in. Ze hebben een programma geschreven dat zichzelf leert computerspelletjes te spelen. In veel gevallen is het nu al beter dan doorgewinterde gamers. Geautomatiseerde vertalingen zullen ook worden verbeterd door betere artificiële intelligentie. Vertaalmachines maken al gebruik van AI-technieken en van de enorme hoeveelheid tekst op het internet. Andrew Ng leidt nu het AI-onderzoek bij het Chinese internetbedrijf Baidu en is ervan overtuigd dat artificiële intelligentie de vele laaggeletterde Chinezen zal helpen. Via smartphones en betere spraakherkenning krijgen ze toch toegang tot het internet. 10 procent van de zoekopdrachten op Baidu gebeurt nu al via spraak. Ng verwacht dat dat aandeel naar 50 procent zal stijgen tegen 2020. Maar er zijn nog meer mogelijkheden. Microsoft demonstreerde vorig jaar software die simultaan gesprekken kan vertalen. Op termijn wil het die software integreren in de populaire onlinecommunicatiedienst Skype. Betere smartphones, robots, laaggeletterden helpen zijn ontegensprekelijk goede zaken. Maar geven ze critici zoals Musk en Hawking ook niet gelijk? Dat de geavanceerde patroonherkenning en zelflerende software een voorzichtige, maar cruciale stap zijn tot de ontwikkeling van computers die intelligenter zijn dan hun menselijke scheppers? Eén argument doet de discussie alvast naar de doemdenkers overhellen. Na decennia neurologisch onderzoek is er nog steeds geen bewijs dat het menselijke brein niet meer is dan een machine, opgebouwd uit atomen en gehoorzamend aan natuurwetten. Er is nog altijd geen mysterieus element gevonden dat de hele boel doet draaien. In theorie is een artificieel brein dan ook mogelijk. De praktijk is een andere zaak. En dat komt door een misverstand over het concept 'intelligentie', zegt Rodney Brooks. Hij was een van de pioniers in AI en werkt nu voor Rethink Robotics, onder meer bekend van Baxter. Dat is een nieuwe robot die aan een fabrieksband kan worden gezet, tussen de arbeiders. Computers kunnen nu uitblinken in een aantal specialisaties die vastliggen, zegt Brooks. Een beeldherkenningsprogramma mag griezelig accuraat zijn, het is niet bewust van zijn bestaan. AI functioneert nu ook niet echt als een brein. De software komt nu veel intelligenter over dankzij brute rekenkracht. Maar het heeft nog altijd geen bewustzijn en geen drang om zich te ontwikkelen zoals een biologisch brein. Bovendien laat zelfs geavanceerde zelflerende software zich nog al te gemakkelijk in de luren leggen of ziet het patronen waar er geen zijn. Toch zal vooruitgang in artificiële intelligentie nadelen hebben, zeker voor sommige mensen. En in tegenstelling tot bij eerdere technologische omwentelingen, zullen velen van hen tot de middenklasse behoren. De simultane vertaalsoftware van Microsoft is nog verre van perfect, maar neemt in veel gevallen de behoefte aan een professionele tolk weg. De vrees leeft dat AI veel bureaujobs overbodig maakt, zoals de industriële revolutie de behoefte aan handenarbeid verminderde. Het Franse Yseop heeft software die autonoom en in verschillende talen vragen beantwoordt. L'Oréal en andere bedrijven gebruiken het al in hun onlineklantendienst. AI heeft al veel jobs gekost. Veel bedrijven gebruiken geautomatiseerde antwoorddiensten om telefonisten uit te sparen. Het is moeilijk te voorspellen hoeveel jobs uiteindelijk verloren gaan. Een onderzoek van de Oxford Martin School uit 2013 schat dat artificiële intelligentie meer dan de helft van de beroepen in de Verenigde Staten bedreigt. Technologie geeft en neemt dus. Daarom is het beter AI te zien als de zoveelste poging van de mensheid om haar vaardigheden te versterken. Het is een hightechafstammeling van eerdere innovaties. Papier is een fysieke geheugensteun, een telraam helpt bij hoofdrekenen. De drukpers maakte de middeleeuwse overschrijvers overbodig en geavanceerde AI zal op een gelijkaardige manier jobs kosten. Maar diegenen van wie het de job niet kan innemen, zien hun vaardigheden erdoor toenemen. Die overblijvers krijgen toegang tot zaken die vroeger slechts enkelen waren gegund. Iedereen met een smartphone beschikt nu over meer computerpower in zijn broekzak dan er vroeger in een hele stad te vinden was. En in die brute rekenkracht zullen vertalers en artsen misschien binnenkort hun meerdere moeten erkennen. Echt verstandige computers zouden een nog veel ingrijpender technologische omwenteling zijn. Ooit zullen onderzoekers er misschien in slagen een machine te ontwikkelen met een gelijkaardige intelligentie en bewustzijn als die van het menselijk brein. Maar op dit moment is het beter de doemdenkers hun betoog over de onderwerping van de mensheid te negeren. Wees nu bezorgd dat computers uw job afpakken. THE ECONOMIST EN STIJN FOCKEDEYArtificiële intelligentie functioneert nog niet echt als een brein. Het heeft nog geen bewustzijn en geen drang om zich te ontwikkelen zoals een biologisch brein.