Joachim Fels, macro-econoom van Pimco, twijfelt er niet aan: de technologische revolutie zal de rendementen van obligaties onder druk blijven zetten. "De afgelopen kwarteeuw zijn verscheidene grote technologische ondernemingen sterk in belang toegenomen. Die supersterbedrijven - waaronder Facebook, Apple, Alphabet, Netflix en Amazon - domineren de markt met hun omzet, hun winst en hun beurskapitalisatie op een steeds extremere manier."
...

Joachim Fels, macro-econoom van Pimco, twijfelt er niet aan: de technologische revolutie zal de rendementen van obligaties onder druk blijven zetten. "De afgelopen kwarteeuw zijn verscheidene grote technologische ondernemingen sterk in belang toegenomen. Die supersterbedrijven - waaronder Facebook, Apple, Alphabet, Netflix en Amazon - domineren de markt met hun omzet, hun winst en hun beurskapitalisatie op een steeds extremere manier." Dat die bedrijven zo'n grote omvang hebben gekregen, heeft volgens Fels alles te maken met de globalisering. Die heeft het mogelijk gemaakt dat de markten die ze kunnen bedienen, disproportioneel zijn toegenomen. "Ze kunnen hun concurrentievoordeel uitbuiten en profiteren van nooit vertoonde schaalvoordelen. Zoekmotoren, sociale netwerken en prijsvergelijkers maken het voor de consumenten gemakkelijk de meest competitieve leverancier te vinden. Dat leidt op zijn beurt tot een concentratie ten nadele van minder performante bedrijven." Supersterbedrijven maken winsten die niet in verhouding staan tot hun omzet, noch tot de bedragen die ze investeren. "Ze hebben gigantische financiële reserves opgebouwd, die ze hebben belegd op de obligatiemarkten", weet Fels. "Daarmee zijn ze geldschieters voor de rest van de economie. Ze hebben ervoor gekozen hun winsten bij te houden in plaats van die uit te keren aan hun aandeelhouders via dividenden of de terugkoop van eigen aandelen. Op die manier dragen die ondernemingen bij tot de instandhouding van extreem lage renteniveaus." De opmars van die molochen heeft ook consequenties voor de arbeidsmarkt. "Naarmate het economische belang van supersterbedrijven toeneemt, worden laaggeschoolde werknemers steeds gemakkelijker vervangbaar en daalt de loondruk. Daardoor zijn de inflatie en de nominale rente laag", stelt Fels. Een ander gevolg is de toenemende inkomensongelijkheid. Goedbetaalde werknemers kunnen meer sparen dan de kleine verdieners, wat op zijn beurt druk zet op de prijzen van financiële activa. "Al die factoren hebben bijgedragen tot een extreem laag renteklimaat, dat de hoge aandelenkoersen van de supersterbedrijven ondersteunt." De groei van die bedrijven lijkt onmogelijk te stoppen. Ze kunnen profiteren van hun hoge rentabiliteit om de beste werknemers aan te trekken. Ze kunnen investeren zonder dat ze hoeven aan te kloppen bij de banken of de markt, en ze kunnen sterke lobby's financieren die de concurrentie op hun markt doen afnemen. Toch ziet Joachim Fels aanwijzingen dat het tij zou kunnen keren. "Een opstoot van protectionisme kan de globalisering versneld doen terugdraaien. Dat zou de omvang van de afzetmarkten van die bedrijven verkleinen en de logistieke ketens waarvan ze profiteren ontwrichten. Ook een agressiever antitrustbeleid zou druk zetten op hun monopolieachtige winsten. En de versterking van de onderhandelingsmacht van de werknemers kan leiden tot een significante loonstijging." Maar het is weinig waarschijnlijk dat een van die scenario's zich op korte termijn zal voltrekken, voegt Fels eraan toen. "We zullen het dus nog een tijdje moeten stellen met supersterbedrijven en abnormaal lage rentevoeten." Volgens Alice Leedale, een obligatiestrateeg bij de vermogensbeheerder Schroders, kan de oprukkende automatisering druk zetten op de koersen van financiële activa. "Voor veel mensen worden de negatieve effecten van de automatisering stilaan duidelijk in de Verenigde Staten. Daar worden niet alleen laaggeschoolde banen bedreigd, maar ook delen van de arbeidsmarkt die traditioneel waren voorbehouden aan hoogopgeleide werknemers en waarvan werd gedacht dat ze beter beschermd waren tegen technologische omwentelingen." "Het zou gemakkelijk zijn zich een grauwe toekomst voor te stellen waarin de oprukkende automatisering leidt tot een steeds meer verdeelde maatschappij en een verschuiving richting populisme", stelt Leedale. Toch gelooft ze daar niet in. Ze verwijst naar de grote technologieveranderingen uit het verleden. "In de loop van de twintigste eeuw heeft de technologische vooruitgang meer banen gecreëerd dan vernietigd en geleid tot een enorme productiviteitsverbetering. Die heeft de economische groei en de levensstandaard van de hele bevolking verhoogd." Als de transitie goed wordt beheerd, meent Leedale, heeft de verdere robotisering op lange termijn geen nadelige invloed op de werkloosheid of de ongelijkheid. Bovendien kan de technologische transitie de druk van de vergrijzing in de ontwikkelde economieën helpen opvangen. Leedale onderstreept dat er zeker een "aanpassingsperiode" nodig is en dat die transitie "nog veel grote onzekerheden" tussen twee extremen inhoudt: een maatschappij met een hoge werkloosheid en een groeiende ongelijkheid, of een maatschappij waarin de automatisering een groei- en productiviteitsschok teweegbrengt, met positieve effecten voor heel veel mensen. "In het eerste geval worden macro-economische factoren zoals de zwakke vraag, de lage inflatie en de beperkte loonstijgingen versterkt, met extreem lage obligatierentes en risicovolle activa die volatiel blijven. In het tweede geval kunnen we een normalisatie van de rente tegemoetzien." Frédéric Dineur"De robotisering heeft op lange termijn geen nadelige invloed op de werkloosheid of de ongelijkheid"