Wie gaat er dan de wereld redden?' Het is de titel van Rik Torfs' jongste boek. Torfs? Een boek? We associëren de man meer met zijn optredens als erudiete nar op de televisie dan als professor kerkelijk recht aan de KU Leuven. De ernstige zaken die hij te vertellen heeft, zijn minder bekend dan zijn bons mots, die niet altijd 'bon' zijn.
...

Wie gaat er dan de wereld redden?' Het is de titel van Rik Torfs' jongste boek. Torfs? Een boek? We associëren de man meer met zijn optredens als erudiete nar op de televisie dan als professor kerkelijk recht aan de KU Leuven. De ernstige zaken die hij te vertellen heeft, zijn minder bekend dan zijn bons mots, die niet altijd 'bon' zijn. Smaken verschillen uiteraard en over smaken en kleuren valt niet te twisten. Hoewel, Torfs gaat daar niet mee akkoord. Hij vindt uitgerekend dat moet worden gediscussieerd over smaken en kleuren, over zaken die relatief zijn. Hij wil ruimte voor publieke reflectie over dromen en gevoelens. Dat idee past in het opzet van het boek, dat manieren van denken wil aanreiken om met de grote vragen van vandaag om te gaan. Te hoog gegrepen. Wat niet belet dat Torfs een lezenswaardig boek schreef waar interessante gedachtegangen in voorkomen. Zo heeft hij het over normen en waarden, die voor hem geen synoniemen zijn. Heel vaak vervangt de norm de waarde, schrijft de auteur, omdat de spontane naleving ervan niet langer gegarandeerd is. "Hoe kleiner de invloed van waarden op de samenleving, hoe groter de nood aan normen." Torfs vindt de diarree aan normen en wetten geen succes en allerminst een teken van maatschappelijke gezondheid. Politici zijn met normen bezig, niet met waarden, betoogt de professor. Voor hem moet dat resoluut anders. Ze moeten ijveren voor meer waarden "die helpen met de paradoxen van het bestaan te leven, niet om hen op te heffen". Voor de auteur is het een mythe dat een politicus zijn taak naar behoren vervult wanneer hij veel wetsvoorstellen doet. Het boek benadrukt dat individualisme niet gelijk staat met egoïsme en dat solidariteit nooit in de plaats mag komen van het individu, zijn denken en zijn verlangens. Ideologische solidariteit gebaseerd op schaamte en morele verontwaardiging zint de auteur niet. Hij kiest voor pragmatische solidariteit, dat gradaties onderkent. Dat brengt ons in het vaarwater van 'katholieke kerk' en 'universiteit', Torfs' natuurlijke biotopen. De professor kerkelijk recht is behoorlijk kritisch voor beide. Waarmee hij bewijst dat jong zijn geen voorwaarde is om te rebelleren. Hij hekelt dat regels en normen allerhande de kwaliteit van een universiteit bepalen en de creativiteit beknotten die ervan moet uitgaan. De kerk schoffeert de professor door zich voorstander van vrijheid te tonen, zonder waardeoordeel, bij het kiezen voor iets vroeger sterven (euthanasie) of iets later (therapeutische hardnekkigheid). "Iets later doodgaan is niet de goede keuze, iets vroeger doodgaan is niet de slechte keuze. Het tegendeel is ook waar." Het zou niet verwonderen dat Torfs moeilijkheden met Rome krijgt voor zijn boek, dat te lang is. Aan de alma mater zullen sommigen het hem ook kwalijk nemen. Of hij er zich met een bon mot kan van afmaken, is zeer de vraag. RIK TORFS, WIE GAAT ER DAN DE WERELD REDDEN?, VAN HALEWYCK, 2009, 256 BLZ, 18,90 EURO. BV