De echtgenoot van het hoofdpersonage in Het goede leven heeft "Clintoniaanse ideeën over huwelijkstrouw." In terloopse kanttekeningen of pikante prikken over goed verdienende New Yorkers gros-sierde Jay McInerney wel vaker. Al sinds zijn succesdebuut Bright Lights, Big City in 1984 lijkt hij ook zelf door het leven te feesten zoals zijn gefortuneerde, cocaïne snuivende, decadente stedelingen. Hij is de satirische chroniqueur van de Wall Street-helden, gehaaide advocaten of literaire iconen en hun trophy wives. Ondertussen werd hij zelf een cel...

De echtgenoot van het hoofdpersonage in Het goede leven heeft "Clintoniaanse ideeën over huwelijkstrouw." In terloopse kanttekeningen of pikante prikken over goed verdienende New Yorkers gros-sierde Jay McInerney wel vaker. Al sinds zijn succesdebuut Bright Lights, Big City in 1984 lijkt hij ook zelf door het leven te feesten zoals zijn gefortuneerde, cocaïne snuivende, decadente stedelingen. Hij is de satirische chroniqueur van de Wall Street-helden, gehaaide advocaten of literaire iconen en hun trophy wives. Ondertussen werd hij zelf een celebrity die er een imposante rist relaties doorjoeg. "Ik heb altijd beseft dat ik een prijs zou moeten betalen voor het feit dat ik met een zeven jaar jongere man getrouwd was," schrijft een van zijn exen in haar boek Welcome to Your Facelift. Het paar kreeg een tweeling via een draagmoeder. Meestal zijn de kinderen, nu 11, in het zuiden van de VS bij hun moeder, McInerney is weer vrolijk vrijgezel in New York. Zo'n portie Vanity Fair is leuk als achtergrond van Het goede leven, waarin wel meer knipogen schuilen naar McInerneys turbulente leven. Toch is zijn jongste roman geen nieuwe roetsjbaan door het broeierige partyleven van hip New York. De decadentie en de eeuwige jacht op het nieuwste hebbeding voor multimiljonairs (en degenen die met kariger middelen mee op hun helse ritme willen leven) doemen nog wel op. McInerney geeft ook nog altijd parels van ironische portretteringen ten beste. Toch overheerst een heel andere stemming. McInerney, 51 ondertussen, houdt het vooral bij melancholie en knagend schuldbesef. Hij beschrijft dan ook hét trauma van New York: de terreur van 11 september 2001. Een zoveelste 9/11-roman? Niet echt. McInerney heeft alle politieke verklaringen weggegomd. Terwijl de meeste 9/11-boeken zich uitsloven om het grote beeld, het complexe macrodomein te beschrijven, concentreert McInerney zich op het microvlak, op persoonlijke beslommeringen. De aanslagen zouden in deze roman evengoed vervangen kunnen worden door een andere ramp. Hij beschrijft de gevolgen op het leven van twee paren, veertigers, gevangen in de slijtageslag van hun huwelijk-met-kinderen. De man uit het ene paar (een steenrijke bankier in een sabbatsjaar) ontmoet de vrouw van het andere paar (die haar carrière als effectenmakelaar opgegeven heeft voor haar kinderen) op de puinhopen van de WTC-torens. Even ontstaat een passionele overspelige relatie, even overwegen sommige personages hun leven totaal om te gooien, maar finaal gaat alles weer zijn gewone gangetje. Ook op macrovlak valt alles snel weer in de plooien. De plotse samenhorigheid na de terreur was slechts een illusie. Zelfs de vrijwilligers bij Ground Zero hebben niet altijd nobele bedoelingen. McInerney beschrijft dat alles conventioneel. Geen grote vernieuwende Sturm und Drang, veel minder verbale pirouettes dan we van hem gewoon zijn, maar wel door en door vakkundig. Een rijpe roman, over mature relaties en levensechte midlifepersonages die vast geraken in hun voortpruttelende leven. Jay McInerney, Het goede leven. Bezige Bij, 413 blz., 19,90 euro. Luc De Decker