Na een decennium van snelle economische groei in het grootste deel van sub-Saharaans Afrika, is het inkomen van miljoenen gezinnen voldoende toegenomen om geld te kunnen uitgeven aan meer dan het levensnoodzakelijke. De tekenen zijn zowat overal zichtbaar. In Nairobi steken overal kranen de lucht in, in Lagos werpen nieuwe autotoonzalen met generatoren opgewekt licht op door elektriciteitspannes verduisterde straten. De groeiende klasse van consumenten trekt private-equityfirma's en multinationals aan, die willen profiteren van wat de consultancy McKinsey Afrika's "allergrootste businessopportuniteit" noemde.
...

Na een decennium van snelle economische groei in het grootste deel van sub-Saharaans Afrika, is het inkomen van miljoenen gezinnen voldoende toegenomen om geld te kunnen uitgeven aan meer dan het levensnoodzakelijke. De tekenen zijn zowat overal zichtbaar. In Nairobi steken overal kranen de lucht in, in Lagos werpen nieuwe autotoonzalen met generatoren opgewekt licht op door elektriciteitspannes verduisterde straten. De groeiende klasse van consumenten trekt private-equityfirma's en multinationals aan, die willen profiteren van wat de consultancy McKinsey Afrika's "allergrootste businessopportuniteit" noemde. Dat lijkt wat overdreven. Hoewel de economie in de regio de voorbije vijftien jaar met gemiddeld tempo 5 procent per jaar gegroeid is -- voldoende om de economische output meer dan te verdubbelen -- zijn de opbrengsten niet gelijk verdeeld. Bovendien kan zelfs die verdubbeling de meeste arme Afrikanen niet uit de miserie halen. Van 1 naar 2 dollar per dag gaan, volstaat niet om uit de armoede te geraken. Een van de grootste voorvechters van het idee dat de Afrikaanse middenklasse zou exploderen, is de Afrikaanse Ontwikkelingsbank. Die betoogde in 2011 al dat die klasse in dertig jaar verdrievoudigd was, tot 300 miljoen mensen. Dat was echter gebaseerd op de boude aanname dat de middenklasse iedereen omvatte die meer dan 2 dollar per dag uit te geven had. Zowat de helft van die zogenaamde middenklasse komt rond met minder dan 4 dollar per dag. Een iets soberder inschatting komt van de Zuid-Afrikaanse Standard Bank. Ze is gebaseerd op de koopkracht en de consumptiegewoonten van de gezinnen (of ze een tv hebben bijvoorbeeld) en besluit dat in elf van de grootste economieën in sub-Saharaans Afrika 15 miljoen mensen tot de middenklasse kunnen worden gerekend. Bijna een derde van hen woont in Nigeria, bijna geen enkele in Ethiopië. Hoe klein die groep ook is, ze heeft nu al een grote impact. In 2016 wordt die impact in vele aspecten van het leven gevoeld, en dat in almaar meer delen van Afrika. Neem bijvoorbeeld het onderwijs. In Lagos, de rijkste stad van Nigeria, zijn de meeste door de overheid ingerichte scholen in verval. Als de leraren al opdagen, staan ze vaak dronken voor de klas. Toen onderzoekers in 2012 berekenden dat bijna 60 procent van de kinderen niet naar die scholen ging, stond de overheid van de deelstaat perplex. Elke dag liepen toch tienduizenden kinderen op straat die naar school gingen. Een gezinsenquête bracht aan het licht dat bijna al die kinderen naar (meestal niet-erkende) privéscholen gingen, waarvan de meeste per jaar minder dan 125 dollar schoolgeld aanrekenden. Dat bracht de overheid ertoe de officiële scholen te verbeteren, onder meer door een beroep te doen op privéorganisatoren zoals Bridge International Academies, een onderneming die al zo'n 100.000 Keniaanse kinderen onderwijs bezorgt voor 70 dollar per jaar. In gezondheidszorg brengen straatklinieken soelaas waar de staat tekortschiet. Goedkope uitrusting (veelal tweedehands aangeschaft in de rijke wereld) geeft privéartsen in Ibadan, de derde stad van Nigeria, de mogelijkheid de scans en röntgenonderzoek te doen die in het plaatselijke ziekenhuis niet mogelijk zijn. De mobiele telefoons zijn verhuisd van de handen van bankiers op Wall Street naar die van de meeste Afrikaanse volwassenen, die zo toegang krijgen tot financiële diensten. De opkomende middenklasse kan weliswaar voor zichzelf opkomen, ze vraagt niettemin meer van de staat. De verkiezingen van 2015 in Nigeria waren de meest correcte in decennia, grotendeels omdat in duizenden stemlokalen mensen met telefoons de score opmaakten en de resultaten tweetten of postten, zodat de regerende partij ze niet kon vervalsen. In 2016 houden verschillende Afrikaanse landen presidents- en parlementsverkiezingen. Daar kan die nieuwe klasse ook haar stempel op drukken. De auteur is redacteur Afrika van The Economist.Jonathan Rosenthal