De aankondiging dateert van 21 december 2010. De regulator zou de kabeldistributeurs dwingen hun netwerk open te stellen voor concurrenten. Ruim vier jaar later is er één kandidaat om die mogelijkheid te gebruiken: Mobistar.
...

De aankondiging dateert van 21 december 2010. De regulator zou de kabeldistributeurs dwingen hun netwerk open te stellen voor concurrenten. Ruim vier jaar later is er één kandidaat om die mogelijkheid te gebruiken: Mobistar. De mobiele operator had eerst een 'Starpack'-aanbod van internet en telefonie via Belgacom en van satelliettelevisie via TV Vlaanderen. Hij hield daar in 2013 mee op toen bleek dat hij geld verloor op elke bijkomende klant. Mobistar probeert het nu dus opnieuw, deze keer via de kabel. De 600.000 euro opstartvergoeding, voor zowel Telenet als Brutélé/Nethys (VOO), zijn begin 2014 betaald. De technische en operationele testen zijn bezig. Maar er zit een adder onder het gras. De prijzen die Mobistar aan de kabelaars moet betalen zijn volgens de mobiele operator nog flink te hoog. Mobistar koopt bij de kabeldistributeurs groothandelstoegang tot hun analoge televisieaanbod én hun digitale tv-platform, of tot een combinatie van die twee met hun internetdienst (breedband). De prijs van die toegang is voor alle partijen cruciaal. Ligt die te hoog, dan is Mobistar vertrokken voor een nieuwe ronde van verliezen. Ligt hij te laag, dan gaat Mobistar met de winst lopen, terwijl de kabeloperatoren de grote investeringen moeten doen. Al eind 2010 kozen de regulatoren voor een prijs op basis van 'retail-minus'. Dat is de officiële eindgebruikersprijs voor tv en internet, verminderd met de btw en de auteursrechten en verder met alle kosten die de kabeloperatoren in hun groothandelsaanbod niet meer moeten doen omdat Mobistar ze zelf maakt. Het gaat om facturatie, klantendienst, verkoop, marketing, modems, decoders, installatie en herstellingen, dubieuze vorderingen, de systemen voor toegang en bescherming van content, voor video on demand en de programmagids. Daarbovenop mag Mobistar een bedrijfswinstmarge aanrekenen op al die diensten. De regulatoren legden die marge vast op 5 procent. Dat cijfer is opmerkelijk laag. De kabeloperatoren maken namelijk veel meer bedrijfswinst op hun omzet. Brutélé had over zeven jaar een gemiddelde bedrijfswinstmarge van 10 procent, Telenet had 12 procent, Telenet Group Holding 23 procent en Coditel (Numericable) 35 procent. Bovendien zijn die marges aan het stijgen. De bedrijfswinstmarge van Telenet was in 2014 meer dan 31 procent, van Coditel 37 procent. "Wij willen de kabeloperator in staat stellen een winstmarge te behouden wanneer hij zijn wholesalediensten verkoopt. Tegelijk stellen we de alternatieve operatoren in staat zelf een winstmarge te halen", repliceert de toezichthouder BIPT. De kabeloperatoren hebben minder kosten doordat Mobistar hun diensten distribueert. Maar ze krijgen er andere kosten bij. Ze moeten investeren om het groothandelsaanbod mogelijk te maken. Ze raamden die kosten tussen 5 en 25 miljoen euro. Het BIPT nam de laagste kostenraming als basis, die van Coditel (Numericable). In het verleden, toen Belgacom verbouwingen moest doen om alternatieve operatoren in zijn locaties toe te laten, is dat soort kosten doorgefactureerd aan de aanvragers. Dat is een van de redenen waarom er nu bijna geen vaste alternatieve operatoren meer zijn. In het geval van Mobistar besliste de regulator wijselijk om de kosten voor een deel door de kabeloperatoren te laten dragen en ze deels te spreiden in de tijd. Een van de argumenten daarvoor is dat de operatoren die kosten wel doorrekenen aan hun klanten, maar dat die klanten ook profiteren van de sterkere concurrentie. Al dat betere giswerk levert de nettokosten op die Mobistar overneemt van de kabeloperatoren, opgesplitst volgens product (tv of een bundel van tv en internet). De retail-minusformule drukt die kosten dan uit in een percentage van de omzet volgens product. Voor die omzetberekening nam de regulator de gemiddelde maandelijkse opbrengst per abonnee (ARPU) voor televisie en internet. ARPU-cijfers voor de bundel van tv en internet weigerden de operatoren te geven. Dus telde de regulator daarvoor simpelweg de maandelijkse opbrengst van een tv-abonnee samen met die van een internetabonnee. Uit het rekenblad van de consultant Analysys Mason rolde het verdict. Bij Coditel (Numericable) krijgt Mobistar een marge van 20 procent op alle retailprijzen. Bij Nethys/Brutélé en Telenet is er een marge van 30 procent op tv en van 23 procent op bundels van tv en internet. Alle partijen zijn al naar de rechtbank gestapt om de tariefbeslissing aan te vechten. Mobistar verwacht dit jaar geen uitspraak meer. Mobistar klaagt er nu over dat de regulatoren eind 2013 geen rekening hielden met een hoop diensten die de kabelaars bijkomend in hun packs stoppen, zoals beveiliging, e-mailaccounts, opslagruimte, toegang tot wifi-hotspots of kijken op een tweede scherm. Het moest snel gaan, schreven de regulatoren toen. Met die kosten zou later rekening worden gehouden. Mobistar heeft ook al anomalieën gevonden in de prijsberekeningen. Zo betaalt Mobistar in de huidige voorstellen een hogere prijs voor tv van Telenet dan een tv-klant van Telenet die zijn decoder koopt. Een tweede probleem zijn wurgprijzen. Op het eerste gezicht is een alternatieve operator goed af met een retail-minusformule. Hij is zeker van zijn marge. Maar dat is zonder de commerciële vindingrijkheid van de kabeldistributeurs gerekend. De marge van 20, 23 of 30 procent wordt op de officiële prijs berekend, zonder kortingen. Stel dat Telenet zes maanden Basic Internet tegen halve prijs geeft, dan ligt de eindgebruikersprijs in die periode al onder de groothandelsprijs die Mobistar aan Telenet betaalt. Dan is het moeilijk om te concurreren. Mobistar rekent er nu op dat het BIPT tegen het einde van het jaar een wurgprijzentest in stelling brengt. Een retail-minusformule brengt concurrentie in de markt, maar haalt niet noodzakelijk de prijzen omlaag. Daarvoor zou de nieuwkomer, met zijn gebrek aan schaalvoordelen, aanzienlijk efficiënter moeten werken dan een gevestigde, agressieve speler zoals Telenet. Vandaar ook dat Mobistar vooral op succes rekent in Wallonië, waar de Waalse kabeldistributeur VOO minder sterk staat dan Telenet in Vlaanderen en waar Belgacom ook een veel groter marktaandeel heeft. "Mobistar zal zeer creatief uit de hoek moeten komen met een mobiel aanbod, een 'quintuple play' (tv, internet, telefonie, mobiele spraak en data, nvdr)", voorspelt mediaspecialist Erik Dejonghe. De mobiele operator moet zich differentiëren. Content kan daar een zeer effectief middel voor zijn, maar ook daar krijgt Mobistar geen cadeaus. Een nieuwkomer heeft relatief hogere kosten voor content, erkent de regulator, maar hij vindt het "niet gepast" om dat te compenseren. Mobistar wil vooral eerst een lagere groothandelsprijs en meer marge. Volgens analist Ruben Devos van KBC Securities rekent de mobiele operator uiteindelijk op een groothandelsprijs voor tv met internet van 15 tot 20 euro. Dat is 10 tot 15 euro minder dan de 30 euro uit de huidige voorstellen van de regulatoren. Op die manier zou Mobistar de markt overhoop kunnen gooien, zoals CEO Jean Marc Harion heeft beloofd. Zonder zo'n drastische groothandelsprijsverlaging is de kans klein. Mobistar wil nog dit jaar met tv en internet starten. De toezichthouder BIPT analyseert de klachten van Mobistar voor een nieuw ontwerpbesluit, bevestigt woordvoerder Dirk Appelmans. Daarover komt in het volgende trimester een openbare consultatie. In het derde trimester is er dan overleg met de mediaregulatoren van de drie gemeenschappen en met de Europese Commissie. De eindbeslissing zou nog voor oktober vallen. BRUNO LEIJNSEMobistar betaalt in de huidige voorstellen een hogere prijs voor tv van Telenet dan een tv-klant van Telenet die zijn decoder koopt.