Na twee zware weken op de internationale beurzen komt het resultatenseizoen op gang. De jaarresultaten die de beursgenoteerde bedrijven de komende dagen, weken en maanden op de beleggers loslaten, worden dus met argusogen bekeken. Met Suedzucker (zie portefeuillecommentaar in het vorige nummer) en Uranium Participation (zie hieronder) is ook voor ons het resultatenseizoen op gang geschoten.
...

Na twee zware weken op de internationale beurzen komt het resultatenseizoen op gang. De jaarresultaten die de beursgenoteerde bedrijven de komende dagen, weken en maanden op de beleggers loslaten, worden dus met argusogen bekeken. Met Suedzucker (zie portefeuillecommentaar in het vorige nummer) en Uranium Participation (zie hieronder) is ook voor ons het resultatenseizoen op gang geschoten. Deze maand is het ook nog de beurt aan de Noord-Amerikanen Peabody Energy (26/1), Vertex Pharmaceuticals (27/1) en Potash Corp. (29/1). De hoofdschotel volgt in februari met al in de eerste week GlaxoSmithKline (3/2), Itau Unibanco Holding (3/2), Syngenta (3/2) Fagron (5/2) en Umicore (5/2). Tijdens de krokusvakantie is het de beurt aan Barco (11/2), Rio Tinto (11/2) en ArcelorMittal (12/2). In de tweede helft van februari krijgen we de cijfers van MDxHealth (18/2), Sipef (18/2), Deere & Company (19/2), Ablynx (25/2) en Solvay (25/2) op ons bord. Het dessert volgt in maart met Tessenderlo (9/3), Franco-Nevada (28/3) en PNE Wind (28/3). Tot slot is er de pousse-café in april met de twee achterblijvers, de smallcaps Bone Therapeutics (4/4) en Velcan Energy (28/4). Intussen hebben we ook de dividenden van GlaxoSmithKline en PNE Wind verwerkt. De heropstart van de eerste twee kerncentrales in Japan is symbolisch belangrijk voor de uraniumsector, en dus voor onze investering in Uranium Participation Corp. Het bedrijf wil meerwaarde creëren door op lange termijn te investeren in fysiek uranium. De ellende voor de uraniumindustrie begon ruim vier jaar geleden in Japan, na de nucleaire ramp in Fukushima. Essentiëler voor de prijsvorming op lange termijn is dat China, India en Rusland volop centrales blijven bouwen. Al onderschatten we ook de impact van Japan niet. Het plan van het Japanse ministerie van Economie, Handel en Industrie houdt in dat 20 à 22 % van de elektriciteitsvoorziening in 2030 van kernenergie afkomstig moet zijn. Dat impliceert op termijn een heropstart van alle 44 kerncentrales. Na het dieptepunt van de spotprijs van 28 USD per pound vorige zomer was er een tussentijds herstel tot 44 USD eind 2014, om sindsdien te fluctueren tussen 35 en 40 USD (momenteel 34,25 USD). Dat is een veel te laag prijsniveau om nieuwe investeringen aan te trekken. Alle voorspellingen wijzen op een structureel deficit op de uraniummarkt, maar eerst moeten bestaande voorraden worden weggewerkt. Uranium Participation noteert bovendien met een serieuze korting op de intrinsieke waarde (NAV) van 17 % op basis van een NAV van 6,13 CAD eind december. De korting op de NAV wijst op een zwakke beleggersappetijt voor de sector, maar dat is een element dat typisch omkeert als het sentiment ten goede draait. In de periode 2005 tot 2007, een periode waarin de uraniumprijzen fors stegen, noteerde Uranium Participation met een premie van 20 tot zelfs 50 % tegenover de NAV. We verwachten dan ook eerder vroeg dan laat een forse ommekeer en houden dan ook onze positie in Uranium Participation stevig vast (rating 1B). MET URANIUM PARTICIPATION INVESTEREN WE OP LANGE TERMIJN IN HET HERSTEL VAN DE PRIJS VAN FYSIEK URANIUM.