Het Atomium werd ontworpen door André Waterkeyn ter gelegenheid van de wereldtentoonstelling van Brussel in 1958. Het symboliseert een 165 miljard keer uitvergroot elementair ijzerkristal, als een hulde aan de eens zo florerende Belgische metaalindustrie. De constructie is 102 meter hoog en de bollen hebben een doorsnede van 18 meter. In de bovenste bol is een restaurant ondergebracht. Voordat je in de lift (met liftboy) kunt stappen, word je gefouilleerd en de bagage wordt gescand....

Het Atomium werd ontworpen door André Waterkeyn ter gelegenheid van de wereldtentoonstelling van Brussel in 1958. Het symboliseert een 165 miljard keer uitvergroot elementair ijzerkristal, als een hulde aan de eens zo florerende Belgische metaalindustrie. De constructie is 102 meter hoog en de bollen hebben een doorsnede van 18 meter. In de bovenste bol is een restaurant ondergebracht. Voordat je in de lift (met liftboy) kunt stappen, word je gefouilleerd en de bagage wordt gescand. Pas daarna brengt de lift je in 22 seconden naar 95 meter hoogte, waar de gasten een adembenemend mooi panoramisch uitzicht over Brussel en omgeving wacht. Voor de zakenman is het restaurant van het Atomium een ideale plaats om buitenlandse gasten uit te nodigen voor een etentje in hogere sferen. Hij kan dat met een gerust hart doen, want het eten is smakelijk en de bediening is attent. De exploitatie is sinds een tiental jaren in handen van Alexandre Masson, voorheen eigenaar en chef-kok van Brusselse restaurants als bistro Le Prévot en rotisserie Variétés. De koks vertrekken vanuit de traditionele Belgische keuken en gebruiken eersteklas seizoensproducten van kleine, lokale kwekers. Op de kaart staan gerechten als ravioli van kleine grijze slakken uit Warnant (20 euro), kabeljauw met mosselen en saus met witte van Hoegaarden (32 euro), karbonade van runderwangen met trappist uit Rochefort en kruidenkoek met mosterd uit Gent (27 euro) en kwartel op zijn Brabants met geuze en witloof (29 euro). Wij bestelden een 2012 Madiran Ode de Aydié, château Aydié (37,50 euro), waar niets op aan te merken viel. Er waren twee voorgerechten: carpaccio van sint-jakobsschelpdieren met julienne van witloof, blokjes tomaat, remoulade en crumble van olijf (24 euro) en tomaat-garnaal op de wijze van de chef, gepresenteerd als een laagjestaart met peterseliesaus en gelei van tomaten (24 euro). Beide gerechten waren verzorgd en vielen in de smaak. Als hoofdgerechten kozen we kalfsniertjes op Luikse wijze, rosé gegaard, met jenever, groenteboeket en aardappels in veldkleed (29 euro) en een moderne waterzooi met een rijke keuze aan afzonderlijk gegaarde vissen, een lichte, natuurlijke saus en - als valse noot - slappe sliertjes wortel uit weekwater (30 euro). Een luchtig krokante Brusselse wafel met vanille-ijs en slagroom was een waardige afsluiter (10 euro). Alleen al voor die wafel en het uitzicht komen wij terug. PIETER VAN DOVEREN