Op 10 april vindt de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen plaats. Tot dan weigert uittredend president Emmanuel Macron een klassiek debat te voeren met de andere kandidaten. Dat is pas mogelijk in de aanloop naar de tweede ronde op 24 april. Een Franse president kan het zich permitteren zulke eisen te stellen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld zijn Amerikaanse collega heeft hij het aura van een republikeinse monarch. Ook al is Frankrijk al 150...

Op 10 april vindt de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen plaats. Tot dan weigert uittredend president Emmanuel Macron een klassiek debat te voeren met de andere kandidaten. Dat is pas mogelijk in de aanloop naar de tweede ronde op 24 april. Een Franse president kan het zich permitteren zulke eisen te stellen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld zijn Amerikaanse collega heeft hij het aura van een republikeinse monarch. Ook al is Frankrijk al 150 jaar een republiek, de bladzijde van eeuwen monarchie heeft men op het hoogste niveau nog niet omgedraaid. Een president voelt zich boven het volk verheven. Dat blijkt ook uit de portretten van de presidenten die de Franse journaliste Catherine Nay (Europe 1) schetst in het tweede deel van haar memoires. Tu sais bien, le temps passe gaat over de periode na het aantreden van Jacques Chirac (1995) tot de verkiezing van Emmanuel Macron in 2017. De meeste Franse presidenten lieten zich amper in met het dagelijkse binnenlandse beleid. De focus lag op de meer prestigieuze internationale politiek. In eigen land werd veel energie gestopt in politieke intriges met medewerkers, ministers en mogelijke concurrenten. Dat woog op het beleid. Chirac wou in 1997 zijn onpopulaire eerste minister maar boezemvriend Alain Juppé een steuntje in de rug geven door het parlement te ontbinden. Na de verkiezingen zou Juppé over een grote meerderheid beschikken en een daadkrachtig beleid kunnen voeren. Het draaide anders uit. De socialisten wonnen en Chirac moest zijn linkse rivaal Lionel Jospin als premier dulden. Het leidde tot een nefaste politiek, toont Nay aan. De invoering van de 35-urige werkweek verzwakte de concurrentiepositie van de Franse bedrijven sterk. Nay besteedt veel aandacht aan de manier waarop Chirac probeerde te vermijden dat de in zijn ogen te wispelturige Nicolas Sarkozy in 2007 tot president werd verkozen. Dat mislukte. Sarkozy maakte er een knoeiboel van door zijn privézaken aan de grote klok te hangen en op een puberale manier aan te kondigen dat zijn relatie met de zangeres Carla Bruni "ernstig" was. Ook zijn opvolger François Hollande kwam meer in het nieuws door zijn affaires dan om zijn beleid. De presidentiële functie leek gedegradeerd. Emmanuel Macron probeerde het imago van het staatshoofd te herstellen.