' Belgistan', 'fabriek van jihadisten', 'schuiloord voor terroristen', 'failed city in a failed country'. Toen bleek dat de terroristen die op 13 november aanslagen pleegden in Parijs, de gemeente Sint-Jans-Molenbeek gebruikt hadden als uitvalsbasis, was het hek van de dam. Niet alleen Molenbeek, maar het hele Brussels Gewest was volgens de internationale pers een broeihaard van fundamentalisme, gevolg van jaren wanbeleid.
...

' Belgistan', 'fabriek van jihadisten', 'schuiloord voor terroristen', 'failed city in a failed country'. Toen bleek dat de terroristen die op 13 november aanslagen pleegden in Parijs, de gemeente Sint-Jans-Molenbeek gebruikt hadden als uitvalsbasis, was het hek van de dam. Niet alleen Molenbeek, maar het hele Brussels Gewest was volgens de internationale pers een broeihaard van fundamentalisme, gevolg van jaren wanbeleid. Toen de Belgische regering dan nog eens besliste voor heel Brussel het hoogste dreigingsniveau te handhaven, was de imagoschade compleet. Bij tal van multinationals met een vestiging in Brussel was de oproep aan het personeel: "Blijf daar een paar dagen weg". De financiële aderlating voor handelszaken, de horeca en het toerisme wordt op tientallen miljoenen euro's geraamd. Jan De Brabanter, adjunct-secretaris-generaal van de Brusselse werkgeversorganisatie Beci, is bezorgd: "Een slecht imago komt te paard en vertrekt te voet. Wij zijn volop bezig om die negatieve beeldvorming bij te sturen. Brussel is niet onveiliger dan Londen of Parijs. Het is nu echt weer business as usual." Een cynicus zou zeggen dat de recente opwinding weinig verschil maakt. Brussel mag dan wel de hoofdstad van Europa zijn en de hoofdzetel van de NAVO vestigen, het hele gewest had de voorbije jaren sowieso al heel wat van zijn economische aantrekkingskracht verloren. De cijfers lijken de doemdenkers gelijk te geven. Uit de Attractiviteitsbarometer van EY blijkt dat België vorig jaar een recordaantal van 198 investeringen binnenhaalde. Slechts 22 daarvan gingen naar Brussel, de op één na slechtste score van de voorbije tien jaar. Het aantal arbeidsplaatsen per project is zeer laag: amper twee. Tussen juni 2013 en juni 2014 verhuisden meer dan 2400 ondernemingen van Brussel naar de andere gewesten, terwijl slechts 2000 de omgekeerde beweging maakten. Het aandeel van de hoofdstad in de Belgische economie daalde de voorbije vijf jaar van 18,5 naar 18,2 procent. De werkloosheidsgraad is met zo'n 19 procent torenhoog. De levensstandaard van de Brusselaars blijft dalen: aan het einde van de jaren tachtig lag het Brusselse inkomen nog 5 procent boven het Belgische gemiddelde, ondertussen is dat gedaald tot 8 procent onder het gemiddelde. Voor belasting en herverdeling via de sociale zekerheid is het inkomen zelfs 20 procent lager. Is Brussel dan toch een 'failed city' in het hart van Europa? Neen, want het gewest kan op andere vlakken een fraai rapport voorleggen. Dezelfde ranking van EY leert dat Brussel op de lijst van de meest aantrekkelijke steden gestegen is van de elfde naar de zesde plaats, wat te danken is aan de Europese instellingen op zijn grondgebied. Brussel is met 10 procent van de bevolking goed voor meer dan 18 procent van het bbp. Neem daar nog de randgebieden in Vlaams- en Waals-Brabant bij en de Brusselse metropool genereert 28,5 procent van het Belgische bbp. Brussel heeft dus economisch een januskop en dat heeft alles te maken met twee opvallende evoluties die de stad de voorbije decennia heeft doorgemaakt: de bevolkingsexplosie en de omvorming tot een diensteneconomie met internationale allures. Ten eerste was er de nooit geziene bevolkingsexplosie. Tussen 1994 en 2014 kwamen er 220.000 Brusselaars bij, een toename van liefst 23 procent. Nu telt Brussel zo'n 1,15 miljoen inwoners. De belangrijkste oorzaak is de migratiegolf. In een studie over Brussel (Brussel, stad van tegenstellingen) berekende KBC-econoom Johan Van Gompel dat twee derde van de Brusselaars migranten zijn of kinderen van migranten. In 1990 was dat nog één derde. In die groep van Belgen met een migratie achtergrond vinden we heel wat niet-geschoolde arbeidskrachten. De jongerenwerkloosheid loopt op tot 40 procent. Een derde van de Brusselaars leeft in armoede. Het belastbaar inkomen in een gemeente als Molenbeek bedraagt amper 60 procent van het gemiddelde, in Sint-Joost-ten-Node is dat zelfs minder dan 50 procent. Naast de bevolkingsexplosie heeft de desindustrialisering het gewest de voorbije jaren diepgaand veranderd. In de jaren zeventig werkten nog 170.000 mensen in de Brusselse industrie, leert het onderzoek van Van Gompel. Ondertussen is dat gedaald naar 50.000. Industriebedrijven verdwenen of verhuisden naar de Vlaamse rand of verder. Audi Brussel is nog het enige grote industriële bedrijf in het gewest. Brussel werd een diensteneconomie met een overwicht voor de overheidssector, financiële en zakelijke dienstverlenging en handel en horeca. De overheid (met onderwijs en non-profit) is volgens de KBC-studie goed voor vier op de tien banen en een kwart van de toegevoegde waarde. De financiële dienstverlening genereert een vijfde van de toegevoegde waarde. De aanwezigheid van de Europese instellingen en andere internationale organisaties maakt van Brussel een diensteneconomie met internationale allures. De internationale instellingen en hun afgeleide activiteiten zijn goed voor 100.000 banen of 15 procent van de werkgelegenheid in Brussel, berekende Van Gompel (zie grafiek Jobs dankzij EU en internationale instellingen). Brussel kent dan ook een uiterst duale economie, met een oververtegenwoordiging van zowel hooggeschoolden (40 % van de bevolking tegenover 35 % in Vlaanderen) en laaggeschoolden (35 % tegenover 25 % in Vlaanderen). Dat is weliswaar in veel Europese metropolen zo, maar de dualisering is in de Brusselse metropool wel sterker en weegt op de groei. Het gemiddelde groeiritme is de voorbije tien jaar gehalveerd van 2,5 naar 1,3 procent, leert een studie van BAK Basel Economics in opdracht van de vzw Brussels Metropolitan, een samenwerkingsplatform van Voka, BECI, UWE en VBO rond de ontwikkeling van de Brusselse metropool. Daarmee is Brussel een Europese middenmoter. Hoe raakt de metropool uit de economische middenmoot? De Brusselse werkgeversorganisaties vragen al lang aan de beleidsmakers om vier wegen te bewandelen: een bestuurlijke vereenvoudiging; een betere afstemming van onderwijs op arbeidsmarkt; aanpakken van het mobiliteitsprobleem en een bedrijfsvriendelijke fiscaliteit. Dat het Brussels Gewest een gewestregering, negentien gemeenten en zes politiezones telt, kreeg de voorbije dagen veel kritiek. Het Brussels Gewest oefent dezelfde bevoegdheden uit als de andere gewesten, maar het inwonersaantal en de belastbare basis zijn veel kleiner dan in Vlaanderen, grosso modo één op zes. Jan Van Doren, directeur bij Voka Metropolitan, bepleit de overdracht van gemeentelijke bevoegdheden naar het gewest. "Daarnaast is er in Brussel een sterker overleg nodig tussen gewest en gemeenschappen. Het is wel een goede zaak dat de Vlaamse Gemeenschap blijvend investeert in Brusselse scholen." De Brusselse werkloosheidsgraad ligt hoog, maar het dieptepunt lijkt voorbij. De werkloosheidsgraad is dit jaar onder 20 procent gezakt, naar 18,4 procent. Voor een derde is dat toe te schrijven aan schrappingen door de RVA en de beperking van de inschakelingsuitkering tot maximaal drie jaar. Maar ook de aantrekkende economie en de betere samenwerking tussen de Brusselse arbeidsbemiddelingsdienst Actiris en de Vlaamse VDAB spelen een rol. Dankzij de uitwisseling van vacatures zijn vorig jaar in Vlaanderen 1820 Brusselse werkzoekenden aan de slag gegaan. De pendel van Brussel naar de rand bedraagt 50.000 per dag. Dat is een verdubbeling in vergelijking met de jaren negentig. Toch is er nog heel wat werk aan de winkel. KBC-econoom Johan Van Gompel berekende dat Brussel jaarlijks 15.000 banen extra nodig heeft om de werkzaamheidsgraad op te trekken van 57 procent vandaag naar 68 procent in 2020. Sinds het begin van deze eeuw kwamen er gemiddeld slechts zo'n 4000 banen netto per jaar bij, die bovendien voor een belangrijk deel door niet-Brusselaars worden ingevuld. Om de werkloosheid verder te doen dalen, is een betere afstemming van het onderwijs op de arbeidsmarkt noodzakelijk. Zo moet de talenkennis verbeteren. Die laat vooral bij laaggeschoolden (velen zijn van allochtone afkomst) te wensen over. Zo'n 90 procent kent geen Nederlands. Terwijl 80 procent van de bedrijven drie talen gebruikt in de contacten met de klanten. Daarnaast wil de Brusselse regering via stageplaatsen de sprong van school naar de arbeidsmarkt gemakkelijker maken. Bedrijven ergeren zich enorm aan de hoge vastgoedbelastingen in Brussel, zowel de onroerende voorheffing als gemeentelijke taksen allerhande. Bedrijven in Brussel betalen per vierkante meter kantooroppervlakte drie keer zoveel belastingen als in de rand. "De huurprijs van Brusselse panden is internationaal gezien zeer redelijk", zegt Jan van Doren. "Maar allerlei lokale belastingen maken het voor bedrijven duurder om zich in Brussel te vestigen dan in de rand." "Als een gemeente plots een financiële put van 100.000 euro heeft, dan kijkt ze al snel naar de fiscaliteit op bedrijven", zegt Jan De Brabanter van BECI. "Wij vragen al langer een pax fiscalis met de gemeenten. Er bestaat tenslotte een gewestelijk compensatiefonds voor die gemeenten. Het principe dat bedrijven toch in Brussel blijven omdat dit de hoofdstad is van Europa, is niet langer van toepassing. De zetel verplaatsen is geen probleem." Onlangs veroorzaakte de regionale taxshift van de gemeenten ergernis: lagere personenbelastingen om de middenklasse in Brussel te houden, gecompenseerd door hogere belastingen op vastgoed. Een reden te meer voor bedrijven om Brussel te verlaten. En dat is niet alles. Van Doren: "Brussel focust nu vooral op het opvangen van een demografische schok. Tegen 2020 komen er 100.000 inwoners bij. Dus moet er meer aandacht komen voor leefbare wijken. Maar ruimte is beperkt, en woonuitbreiding zou ten koste gaan van extra ruimte voor bedrijven." Dat is bijvoorbeeld het geval langs het kanaal Charleroi-Brussel-Antwerpen waar vooral gedacht wordt aan een ontwikkeling van woningen, maar weinig aan bedrijfsactiviteiten, en dan vooral logistieke. "De opmars van e-commerce, het wegknippen van de keten tussen leveranciers en klanten leidt tot meer transport en daar is dus een markt voor", aldus Van Doren. "Er moet ruimte gevrijwaard blijven voor logistieke activiteiten langs het kanaal. Het principe van de gemengde zones -- woningen en bedrijven -- zoals beleidsmakers het promoten, moeten we met realisme benaderen. Bepaalde economische activiteiten zijn niet met een woonfunctie te combineren. En het is niet wenselijk om bijvoorbeeld de overslag van bouwmaterialen of betoncentrales te verbannen ver buiten de stad. Dat zou leiden tot een toename van het wegtransport." Een tweede concept voor een betere beheersing van de goederen zijn stadsdistributiecentra. Het project CityDepot op de site van Tour & Taxis is een voorbeeld. Zulke centra kunnen over de hele stadsrand worden verspreid. Zo'n transportbeleid zou ook helpen om de Brusselse mobiliteitsknoop te ontwarren, zeggen de werkgevers in koor. Het aantal verspilde uren in de Brusselse files -- 80 op jaarbasis -- ligt ongeveer de helft hoger dan in andere Europese grootsteden. De gebrekkige mobiliteit is een reden waarom bedrijven uit Brussel wegtrekken naar de rand of zelfs verder, naar bijvoorbeeld Mechelen. Of ze openen satellietkantoren ver weg van Brussel. Er zijn plannen om het mobiliteitsprobleem op te vangen, zoals het Gewestelijk Expresnet, een uitgebreid netwerk van treinverbindingen tussen stad en rand. Ook de herinrichting van de Brusselse ring is gepland. Maar de realisatie verloopt zeer traag omdat verschillende overheden erbij betrokken zijn. De bestuurswiwrwar blijft wegen op de economische ontwikkeling van de Brusselse metropool. ALAIN MOUTON