De auteur van deze tweewekelijkse column is directeur van de denktank VKW Metena.
...

De auteur van deze tweewekelijkse column is directeur van de denktank VKW Metena. (*) 'People's Opium? Religion and Economic Attitudes', Journal of Monetary Economics, 50 (2003), te vinden op http://gsbwww.uchicago.edu/fac/luigi.zingales/ research/PSpapers/opium2003.pdfTwee ontwikkelingen van de jongste weken zouden van groot belang kunnen zijn voor het wel en wee van onze economie, of hadden dat kunnen zijn. Het jaar 2005. Ten eerste was er tegelijk de beleidsverklaring van eerste minister Guy Verhofstadt (VLD) en de begrotingsopmaak. Nadat de eerste commotie was weggeëbd, bleek al gauw dat het hier - nog maar eens - om een slag in het water ging. Een structurele aanpak van de uitgaven- en inkomstenstromen binnen de begroting lijkt verderaf dan ooit en de forse verklaringen en intenties over de eindeloopbaanproblematiek ogen bij nadere analyse veel minder indrukwekkend dan aanvankelijk gesuggereerd. De christelijke vakbond ACV had overschot van gelijk toen hij in een reactie zich afvroeg waar al die deining goed voor was. Immers, ten gronde "verandert er nauwelijks iets"... Ten tweede rees de vraag of in Duitsland de grote coalitie onder leiding van kanselier Angela Merkel het herstructureringsbeleid van de vorige regering zal kunnen voortzetten. De Duitse economie weegt zo zwaar door binnen het eurogeheel - ze vervult zelfs een voorbeeldfunctie - dat zonder een duidelijk herstel in Duitsland de rest van de eurozone sociaal-economisch in ademnood zal blijven. Die stelregel geldt zeker voor de Vlaamse en Belgische economie. Indien ook die laatste ontwikkeling niet positief uitdraait, dan dreigt 2005 een jaar te worden om snel te vergeten. Daarom wil ik het in deze column liever hebben over 2005 als herdenkingsjaar. Het jaar 1905. Precies honderd jaar geleden verscheen van de hand van de Duitse socioloog en historicus Max Weber (1864-1920) het boek The Protestant Ethic and the Spirit of Capitalism. Hoewel deze klassieker over de decennia heen een zondvloed aan interpretaties, herformuleringen en kritiek op al die commentaren opleverde - een stroom die ook vandaag nog rijkelijk vloeit - blijft het hoofdthema van Weber kloek overeind. Volgens hem bestond er een duidelijk oorzakelijk verband tussen de opkomst en het materiële succes van het kapitalisme enerzijds en een spirituele revolutie anderzijds, namelijk de protestantse reformatie van de zestiende eeuw. De publicatie gaf vrijwel onmiddellijk aanleiding tot bijkomend onderzoek naar de relatie tussen religieuze overtuiging(en) en economische ontwikkeling, zeg maar religionomics. Zo argumenteerde de vermaarde Oostenrijks-Amerikaanse econoom Joseph Schumpeter (1883-1950) in zijn monumentale werk History and Economic Analysis (1954) dat het oorzakelijke verband tussen kapitalisme en protestantisme, of eender welke vorm van religie, helemaal niet voor de hand lag. De Britse econoom, historicus en socioloog Richard H. Tawney (1880-1962) argumenteerde dan weer dat Weber zijn analyse te eng had gehouden. In Religion and the Rise of Capitalism (1926) concludeerde Tawney dat er duidelijk een oorzakelijk verband kon worden gedetecteerd tussen christelijk geloof enerzijds en een voorspoedige economische ontwikkeling anderzijds. Bijna tachtig jaar later kwamen Luigi Guiso, Paolo Sapienza en Luigi Zingales na een diepgaand onderzoek van de World Values Surveys tot conclusies die nagenoeg samenvallen met die van Richard H. Tawney (*). Zij merkten op dat religie goed is voor de ontwikkeling van houdingen die economische groei ondersteunen, al slagen sommige religies daar beter in dan andere. Zo zouden katholieken meer aanhanger zijn van concurrentie dan om het even welke andere religie. Protestanten en Hindoes lijken dan weer de enigen te zijn die inkomensongelijkheid accepteren als een stimulans, een stelling die naadloos aansluit bij die uit The Protestant Ethic. Een eeuw later mogen we dus concluderen dat Max Weber, zij het op een onvolledige wijze, het gelijk aan zijn kant had. Johan Van OvertveldtReligie is goed voor de ontwikkeling van houdingen die economische groei ondersteunen.