De herontwikkeling van industriële sites leunt dicht aan bij brownfieldontwikkeling. Volgens de definitie van de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest ( Ovam) zijn brownfields "verlaten (braakliggende) of onderbenutte (voormalige) industriële terreinen of sites, waar expansie of ontwikkeling wordt bemoeilijkt door de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging of bodembedreigende activiteiten, maar die een actief...

De herontwikkeling van industriële sites leunt dicht aan bij brownfieldontwikkeling. Volgens de definitie van de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest ( Ovam) zijn brownfields "verlaten (braakliggende) of onderbenutte (voormalige) industriële terreinen of sites, waar expansie of ontwikkeling wordt bemoeilijkt door de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging of bodembedreigende activiteiten, maar die een actief potentieel hebben voor hergebruik en ontwikkeling in de ruimste zin." "Van echte brownfieldontwikkeling is pas sprake bij een bijzondere omvang en een complexe vervuiling," vervolledigt Noël Coessens, bestuurder bij de NV Brownfields, een joint venture van Immobel-dochter Investimmo en SitaRemediationSystems. Het bedrijf, opgericht in 2001, profileert zich als voortrajectontwikkelaar: het saneert brownfields en maakt ze klaar voor de eindontwikkelaar. Momenteel heeft Brownfields een tiental projecten in verschillende fasen van voorbereiding, maar op de eerste uitvoering is het nog altijd wachten. Een teleurstellend resultaat? Nuanceert Coessens: "In België staat brownfieldontwikkeling nog in de kinderschoenen. Er zijn al wel een groot aantal saneringen en herontwikkelingen geweest, maar dan gaat het altijd over sites waarbij de grondwaarde na sanering groter is dan de saneringskosten. In de vakliteratuur noemt men dat positieve of marktconforme brownfields. Wij spitsen ons toe op de echt moeilijke gevallen, sites waarbij de saneringskosten dicht bij de uiteindelijke grondwaarde liggen. Dat is nieuw. Op Vlaams niveau is er wel al studiewerk verricht, maar de wetgeving is nog niet klaar." Een heikel punt is volgens Coessens ook de samenwerking tussen verschillende overheden, zoals gemeenten, ministeries van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening, Economie en Huisvesting en de GOM's. Zij hebben niet altijd dezelfde objectieven. "De grote onzekerheid die inherent is aan brownfieldontwikkeling, maakt ook de financiering moeilijk," weet Coessens. "Er zijn nog een aantal kleinere, maar hinderlijke struikelstenen. Zo houdt men bij de bepaling van de registratierechten geen rekening met de saneringskosten. We betalen dus registratierechten op die saneringskosten, een absurde situatie."Het kernprobleem blijft de onzekerheid. Commentarieert Coessens: "Wij pleiten voor een brownfieldstatuut. Eens de site erkend is als brownfield, kan dan via een speciaal statuut een deel van de onzekerheid geneutraliseerd worden."