Amerikaanse militairen namen op woensdag 9 april de Irakese hoofdstad Bagdad in. Hun opmars verliep - alle omstandigheden in acht genomen - opvallend vlot. Ook de stad Tikrit, het laatste bolwerk van het regime, viel in de daaropvolgende dagen. Anders dan totnogtoe werden de militairen door de Irakese burgers goed onthaald.
...

Amerikaanse militairen namen op woensdag 9 april de Irakese hoofdstad Bagdad in. Hun opmars verliep - alle omstandigheden in acht genomen - opvallend vlot. Ook de stad Tikrit, het laatste bolwerk van het regime, viel in de daaropvolgende dagen. Anders dan totnogtoe werden de militairen door de Irakese burgers goed onthaald. Diezelfde burgers sloegen enkele dagen nadien massaal aan het plunderen, en stortten Bagdad en delen van Irak in een regelrechte chaos. Verschillende staats- en regeringsleiders wezen de Amerikanen en de Britten op hun verantwoordelijkheid om de orde en veiligheid in Irak te verzekeren. Vanaf maandag 14 april werden de politiediensten in Bagdad opnieuw aan het werk gezet. Sporadisch vinden er nog gevechten plaats tussen Amerikaans-Britse militairen en Irakese militiestrijders, maar het regime van Saddam Hoessein lijkt te zijn omvergeworpen. Van de Irakese president zelf en zijn entourage is voorlopig geen spoor. De Amerikaanse president George W. Bush wees buurland Syrië al met de vinger. Hij verdenkt het land er van onderdak te bieden aan kopstukken van het Irakese regime, en van het bezit van chemische wapens. De Verenigde Naties (VN) heeft al opgeroepen om het conflict in het Midden-Oosten niet op de spits te drijven. Intussen woedt de speculatie over het post-Saddam-tijdperk onverminderd voort. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken bereidt een conferentie voor over de installatie van een nieuw bestuur in Irak. De Amerikaanse vice-president Dick Cheney eist alvast een centrale rol op voor de VS en het Verenigd Koninkrijk. Voor de VN lijkt een figurantenrol weggelegd op het humanitaire vlak. Het financiële front genoot slechts kortstondig van de omverwerping van Hoessein. Nu Irak voor de beurzen een afgehandeld dossier lijkt, komen de economische problemen en slechte bedrijfsresultaten weer op de voorgrond. (Karel Vinck, in zijn rol van voorzitter van de bestuursraad van Umicore, tijdens de aandeelhoudersvergadering van woensdag 9 april). De situatie in het Midden-Oosten zal een belangrijke invloed hebben op elk van ons. Naïeve waarnemers hopen dat de oorlog de noodzakelijke aanzet zal geven tot een economische herleving. Dat is ijdele hoop. Vrede en politieke stabiliteit zijn de enige voedingsbodem voor een duurzame en beduidende economische groei. Er is veel meer onzekerheid in de wereld. (...) We moeten daar als bedrijf mee leren leven.