Het is niet verstandig water te rantsoeneren als het huis in brand staat. De overheden, de Belgische incluis, kijken dan ook niet op een miljard meer of minder om de crisis te lijf te gaan. Dat er daardoor voor de volgende generaties mogelijk te weinig blus- en drinkwater overblijft, dat zijn luxezorgen waarover we ons vandaag niet druk hoeven te maken. Eerst het huis redden, of de volgende generatie heeft sowieso geen dak meer boven het hoofd.
...

Het is niet verstandig water te rantsoeneren als het huis in brand staat. De overheden, de Belgische incluis, kijken dan ook niet op een miljard meer of minder om de crisis te lijf te gaan. Dat er daardoor voor de volgende generaties mogelijk te weinig blus- en drinkwater overblijft, dat zijn luxezorgen waarover we ons vandaag niet druk hoeven te maken. Eerst het huis redden, of de volgende generatie heeft sowieso geen dak meer boven het hoofd. Deze strategie is verdedigbaar, ware het niet dat het sluitstuk ontbreekt. Hoe denkt de overheid de watervoorraad weer aan te vullen? Hoe moeten de tekorten gedicht en de schulden afgelost worden door een economie die in de ban van de vergrijzing zal zijn? De trieste realiteit is dat er geen plan is. De overheden hebben geen exit-strategie. Ze hopen dat er op een dag kabouters voor de deur staan met een mirakeloplossing. Op korte termijn is het van cruciaal belang dat de overheden niet te snel stoppen met nablussen. De grote brand van de jaren dertig laaide in 1937 weer op toen de VS te snel de budgettaire kraan dichtdraaiden. Die fout mag niet herhaald worden, al zal de druk hoog worden om te besparen en te saneren, zodra de economie tekenen van herstel toont. Dat herstel zal echter nog jaren op de krukken van een expansief monetair en budgettair moeten lopen om vooruit te geraken. Een hoge en oplopende overheidsschuld hoeft daarbij niet in de weg te staan van economische groei. Als, en alleen als, het geld goed geïnvesteerd wordt, dan kan de oplopende schuld de economische groei opkrikken, waarna met de groei de schuld kan worden afbetaald. Van die groeistrategie is echter geen spoor, terwijl het intussen zonneklaar is dat een louter budgettaire strategie om de vergrijzing te betalen totaal achterhaald is. Zeker in België. De overheidsfinanciën kampen met een structureel tekort van 5 procent en staan voor een vergrijzing die volgens de jongste schatting nog eens 8 procent van het bbp gaat kosten aan de schatkist - een veelvoud van de eerste ramingen in 2003. De werkende Belg is voor de rest van zijn dagen veroordeeld tot een hoge belastingdruk. Wat voor zin heeft het om het huis uit de brand redden, om het daarna langzaam te laten verkommeren? De gebraden kippen zullen de samenleving niet in de mond vliegen. Een sterk stijgende productiviteit en fors hogere werkgelegenheid kunnen met zwier het vaderland redden, maar ze laten zich niet vangen zonder bloed, zweet en tranen. Er is in België al een kleine inspanning geleverd om meer mensen aan het werk te zetten, maar er is een honderdvoudig Generatiepact nodig om de werkgelegenheidsgraad tot een fatsoenlijke 68 procent (en liefst meer) op te krikken. Het is ook vijf voor twaalf om de ingedommelde productiviteitsgroei wakker te schudden. Men kan hopen dat een technologische kikkersprong de klus vanzelf klaart, maar om zeker te spelen, zal de samenleving zichzelf moeten heruitvinden. Groeien is in de eerste plaats een kwestie van vernieuwen, maar daar heeft deze vastgeroeste maatschappij geen oren meer naar. Zonder doordachte exitstrategie zal het crisisbeleid vanzelf een exitstrategie worden. Een exit uit onze levensstandaard. (T) Door Daan Killemaes