Werkgevers klagen niet alleen over de hoge loonkosten, ze ergeren zich ook aan de regelneverij van de overheid. In die mate dat af en toe een ondernemer openlijk zegt dat die reglementitis hem ervan weerhoudt een belangrijke investering te doen.
...

Werkgevers klagen niet alleen over de hoge loonkosten, ze ergeren zich ook aan de regelneverij van de overheid. In die mate dat af en toe een ondernemer openlijk zegt dat die reglementitis hem ervan weerhoudt een belangrijke investering te doen. Dat is niet alleen een Vlaams of Belgisch fenoneem. Het leeft ook in de Verenigde Staten. Dat blijkt uit het boek Does regulation kill jobs? dat bij de University of Pennsylvania Press is verschenen. Maar de drie auteurs tonen aan dat op de vraag of te strenge reglementering arbeidsvernietigend is, geen eenduidig antwoord te geven is. De centrale vraag van het boek is: wat is het effect van extra regulering op de werkgelegenheid? In eerste instantie zou je geneigd zijn te antwoorden dat het effect ronduit negatief is. Zeker als je een ondernemer bent in de sector die de extra regels opgelegd krijgt. Zo zetten extra normen in vervuiling een domper op de werkgelegenheid. Maar door het strenger maken van die emissienormen ontstaat ook werkgelegenheid in groene sectoren. De luchtfilters moeten gemaakt, geplaatst en onderhouden worden. Wat is het netto-effect dan? Daar is empirisch onderzoek naar gedaan en de resultaten zijn terug te vinden in het boek. En die spreken elkaar vaak tegen. Na de invoering van strengere milieuwetgeving in Californië werden in een recent onderzoek geen statistisch significante effecten op de werkgelegenheid gevonden. Maar MIT-econoom Michael Greenstone stelde in 2002 wel een daling van 40.000 banen per jaar vast door de Clean Air Act in een onderzochte regio. Het gaat om een federale wet in de Verenigde Staten uit 1963 die de luchtverontreiniging definieert. De wet werd in 1970, 1977 en 1990 gewijzigd en aangevuld. Greenstone zag ook een daling van de output en de investeringen bij de getroffen ondernemingen. Maar, zo stellen critici van Greenstone, misschien ging het wel om een verplaatsing van banen tussen vuile en schone gebieden van het land. Zo'n verplaatsing kan zelfs optreden binnen dochterondernemingen die eigendom zijn van dezelfde firma, maar zich in verschillende delen van het land bevinden. Was het effect dus zo negatief? Wat moeten we nu aanvangen met die gemengde resultaten? Eén zaak is wel duidelijk, stellen de auteurs: de relatie tussen extra regelgeving en de werkgelegenheid is complexer dan tegenstanders van die extra regulering (bijvoorbeeld sommige ondernemers) of voorstanders (zoals politici) beweren. "Extra regulering zal ongetwijfeld gepaard gaan met het ontslag van werknemers als gevolg van fabriekssluitingen, maar het is ook waar dat extra werknemers nodig zijn om nieuwe technologieën of processen -- die nodig zijn om te voldoen aan die nieuwe regelgeving -- te installeren." Het netto-effect is dus onmogelijk op voorhand te voorspellen. De auteurs verwijzen ook naar economische theorie. Die voorspelt dat regulering de werkgelegenheid op verschillende manieren kan beïnvloeden. Zoals de manier waarop extra regulering de totale kosten zou kunnen verhogen. Daardoor worden de prijzen van gereguleerde goederen of diensten verhoogd, wat leidt tot verminderde omzet en dus minder werkgelegenheid. Cary Coglianese, Adam M. Finkel en Christopher Carrigan, Does Regulation Kill Jobs?, University of Pennsylvania Press, 2013, 312 blz., 40 euro.THIERRY DEBELS