De kapitaalverhoging van eind 2008 bij het brouwersconcern AB InBev betekende een zware inspanning voor de Belgische en Braziliaanse referentieaandeelhouders.
...

De kapitaalverhoging van eind 2008 bij het brouwersconcern AB InBev betekende een zware inspanning voor de Belgische en Braziliaanse referentieaandeelhouders. De Luxemburgse vennootschappen BRC - het vehikel van de drie Braziliaanse sleutelaandeelhouders - en EugéniePatriSébastien - de pendant voor de Belgische familiale eigenaars - hebben meer details gegeven over de zware inspanningen die eind vorig jaar werden gedaan. Ter herinnering. Voor de overname van de Amerikaanse marktleider Anheuser-Busch voor een bedrag van 54,8 miljard dollar deed het bierconcern een kapitaalverhoging van 9,8 miljard dollar (6,36 miljard euro). Op 6 oktober dachten de referentieaandeelhouders dat daarvoor een eigen inbreng van 'amper' 1,2 miljard euro zou volstaan. Belgen en Brazilianen zouden elk voor 600 miljoen euro intekenen op de kapitaalverhoging. Met de opbrengst uit het verzaken aan de overige inschrijvingsrechten zouden dan bijkomende nieuwe aandelen worden gekocht. Maar op 24 november, de dag van de bekendmaking van de kapitaalverhoging, was het beursklimaat een pak slechter; de bankencrisis woedde volop. Daarom eisten de begeleidende banken bij de kapitaalverhoging een grotere inspanning van de referentieaandeelhouders. Ze waren immers verplicht om zelf de resterende nieuwe aandelen te kopen, die de bestaande aandeelhouders eventueel niet wilden bij het verzaken aan hun inschrijvingsrechten. De eigen inbreng van de referentieaandeelhouders klom naar 4 miljard euro (waarbij een bijdrage bij de Belgen van 1,2 miljard euro via een blokverkoop van bestaande aandelen). De referentieaandeelhouders moesten dus 2,8 miljard euro eigen middelen genereren. De Luxemburgse vennootschap BRC van de drie Braziliaanse sleutelaandeelhouders leende op 14 november 2008 een bedrag van 1,02 miljard euro. De belangrijkste waarborg voor de lening is het onderpand van 133,6 miljoen aandelen in AB InBev. Dat zijn 28,1 procent van de aandelen die de Brazilianen bezitten in de wereldbrouwer. Ook de Belgische referentieaandeelhouders leenden duchtig. Hun brouwerbelang is gegroepeerd in de Luxemburgse vennootschap EugéniePatriSébastien. De Belgische aandeelhouders leenden bij de banken een bedrag van 765 miljoen euro. Ook de Belgen gaven als waarborg aandelen in pand. Namelijk 102,44 miljoen AB InBev-aandelen, goed voor 21 procent van hun belang in de brouwer. EugéniePatriSébastien bezit 30,23 procent van de aandelen in AB InBev. De referentieaandeelhouders leenden op die manier een totaal bedrag van bijna 1,8 miljard euro bij de banken. De leningen werden afgesloten in november, op een moment van hoge rentevoeten. De Brazilianen betalen een rentevoet van 3 procent boven Euribor (de interbancaire rente). Dat betekent een rentevoet van zowat 7 procent, maar het tarief wordt na een jaar herzien. De Belgen kwamen er beter vanaf, en betaalden een toeslag van 0,85 procent boven het Euribor-tarief. De bankleningen bieden ook de sleutel tot het geamendeerde aandeelhouderspact in de Stichting Anheuser-Busch. De Belgen en Brazilianen groeperen via deze stichting hun belang in de brouwer. Het amendement bepaalt dat de referentieaandeelhouders brouweraandelen mogen verkopen in het kader van de kapitaalverhoging. Sinds einde vorig jaar verkochten ze ongeveer 32,6 miljoen aandelen. W.R.