Parijs, zondag 5 mei 1996. Er woedt een zware brand in het hoofdkwartier van Crédit Lyonnais. De brand treft ook de tradingroom en een belangrijk deel van de IT-infrastructuur van de Franse bank. De schadebalans is aanzienlijk: twee derde van het gebouw is door het vuur of waterschade onbruikbaar, een compleet datacenter ligt in de as, 181 werkstations zijn in vlammen opgegaan. Het ziet ernaar uit dat een cruciaal deel van de bankactiviteiten voor onbepaalde tijd op non-actief zal staan.
...

Parijs, zondag 5 mei 1996. Er woedt een zware brand in het hoofdkwartier van Crédit Lyonnais. De brand treft ook de tradingroom en een belangrijk deel van de IT-infrastructuur van de Franse bank. De schadebalans is aanzienlijk: twee derde van het gebouw is door het vuur of waterschade onbruikbaar, een compleet datacenter ligt in de as, 181 werkstations zijn in vlammen opgegaan. Het ziet ernaar uit dat een cruciaal deel van de bankactiviteiten voor onbepaalde tijd op non-actief zal staan. Op maandagmorgen herneemt Crédit Lyonnais evenwel zijn activiteiten alsof er niets gebeurd is. Het verloren datacenter was voorzien van een back-up, de traders konden aan de slag in een recovery center in de periferie van Parijs. "Een recovery center moet een bedrijf in staat stellen om de activiteiten voort te zetten in het geval van een brand, waterschade, een aardbeving enzovoort," verduidelijkt Jean Pierre Lequeux, gedelegeerd bestuurder van DTZ Consulting. De brand bij Crédit Lyonnais heeft ervoor gezorgd dat Europese facility managers interesse kregen voor recovery centers. Hun vakbroeders in de Verenigde Staten zijn er al veel langer mee vertrouwd. Waarom is dit een zaak van de facility managers? Omdat ervoor zorgen dat er goed gewerkt kan worden, ook bij abnormale en extreme omstandigheden, in essentie de hoofdtaak van het facility management is. "Recovery centers vind je vooral terug in de financiële centra," zegt Lequeux. "Bank- en verzekeringsgroepen zijn extra kwetsbaar voor rampen. Een bank die gedurende een bepaalde periode geen tradingactiviteiten kan uitvoeren lijdt enorme financiële en commerciële schade." Toch zouden ook meer en meer andere sectoren, zelfs industriële bedrijven, een recovery center als zekerheid achter de hand houden. Lequeux: "In de eerste plaats ook om operationeel te kunnen blijven bij rampen. Maar sommige bedrijven zien het ook als een toevluchtsoord voor sociale risico's. Michelin heeft zo in Frankrijk met succes een bedrijfsblokkade kunnen omzeilen. De actievoerders stonden aan de bedrijfspoorten werkwilligen tegen te houden, maar dat had slechts een kleine impact omdat de mensen van een aantal cruciale diensten terecht konden in een recovery center. Op die manier kon de bedrijfsleiding met minder druk op de ketel naar de onderhandelingstafel met de vakbonden." Volgens Jean Pierre Lequeux heeft slechts een klein aantal bedrijven een eigen recovery center. Soms wordt er, meestal met een aantal sectorgenoten, een gemeenschappelijk recovery center opgericht. Maar de meeste bedrijven doen een beroep op de professionals uit de business continuity-sector ( Guardian IT Group, IBM, SEMA en eBRC). "Een eigen recovery center garandeert natuurlijk de grootste flexibiliteit, maar het is ook veruit de duurste oplossing," licht Jean Pierre Lequeux toe. "Met een aantal bedrijven zoiets opstarten is meteen een stuk goedkoper, maar het is ook complexer. Er kunnen belangenconflicten ontstaan. En wat als er meerdere bedrijven tegelijk een beroep moeten doen op het center? Dat risico doet zich veel minder voor bij een samenwerking met een van de professionele dienstverleners uit de sector, omdat er in de contracten bepaalde garanties worden ingebouwd."