We leven in een heel andere wereld dan die waarin we opgegroeid zijn. De technologische, politieke en culturele veranderingen hebben een massa nieuwe kansen en risico's met zich gebracht. Hét debat van 2014 wordt dat van de toenemende kloof tussen de 'rijkdom der naties' en het inkomen van de meeste mensen.
...

We leven in een heel andere wereld dan die waarin we opgegroeid zijn. De technologische, politieke en culturele veranderingen hebben een massa nieuwe kansen en risico's met zich gebracht. Hét debat van 2014 wordt dat van de toenemende kloof tussen de 'rijkdom der naties' en het inkomen van de meeste mensen. De beleidsmakers gingen er lang van uit dat stijgende voorspoed wel altijd verdeeld zou raken, omdat de voordelen van de groei doorsijpelen naar iedereen die hard werkt. Gezinnen zagen dat ze zich meer konden veroorloven dan de voorgaande generatie. In de kern van onze economie en onze maatschappij leefde de overtuiging dat onze kinderen -- als ook zij hard werken -- konden hopen op een beter leven dan wij gekend hadden. Die veronderstelling ligt aan diggelen en te veel mensen nemen nu aan dat de volgende generatie het slechter zal hebben. De band tussen economische groei en de financiën van het doorsneegezin is verbroken. Die band herstellen is in 2014 de belangrijkste uitdaging voor de politieke leiders. In veel rijke landen lopen de gemiddelde lonen al een decennium achter op de prijzen, zodat de levensstandaard daalt. In 2014, te midden van de ergste levensduurtecrisis in een eeuw, werkt een overweldigende meerderheid van de mensen harder en langer voor minder. In 2014 vindt een cruciale discussie plaats over hoe we de levensstandaard voor de meeste mensen kunnen verbeteren. En dat debat gaat ook over hoe wij als natie welvaren, hoe we duurzaam herstel creëren. Want als onze werkende mensen het goed hebben, gedijt ook ons land. Ik geef toe dat de middelen sinds 2007 beperkt zijn door de gevolgen van de financiële crisis. De Britse overheid moet, net zoals die van andere landen over heel de wereld, haar deficit afbouwen en ik weet dat er ook minder geld is om te besteden. De discussie over hoe we de levensstandaardcrisis kunnen aanpakken, moet daarom focussen op de banen die we scheppen, de ondernemingen die we steunen, de vaardigheden die we ontwikkelen en de gevestigde belangen die we bereid zijn te verdedigen. In 2014 zal er vaak sprake zijn van een wereldwijde race. Landen als Groot-Brittannië moeten voor zichzelf uitmaken of dat een race naar de top of naar de bodem wordt. In mijn ogen mogen landen zich niet laten meeslepen in een wedstrijd wie de minste rechten en de laagste lonen te bieden heeft voor de minst geschoolden. We treden een tijdperk binnen waarin opleiding en investeringen belangrijker zijn dan ooit. Ik geloof dat een land als het mijne enkel kan winnen als we meedoen aan een race naar de top. Dat betekent concurreren met grote vakkundigheid en langetermijninvesteringen, en de beste ondernemingen uit heel de wereld naar hier lokken met de garantie dat ze hier kunnen terugvallen op een arbeidspotentieel van wereldklasse en op de juiste infrastructuur. Om die race naar de top te winnen hebben we ook de Britse kmo's nodig. We mogen niet enkel vertrouwen op de allergrootste ondernemingen. Er moet een bankhervorming komen zodat langetermijnfinanciering ter beschikking komt van zowel nieuwe als oude ondernemingen en van zowel regionale als mondiale economieën. En we moeten meer doen om het langetermijndenken te stimuleren door de regels voor overnames en corporate governance opnieuw te bekijken. Het betekent ook dat we de barrières aanpakken die een rem zetten op onze economie. Dat omvat onder meer een herschikking van de gas- en elektriciteitsmarkt. Geavanceerde landen stappen in de race door een economie op te bouwen die voor iedereen werkt, in plaats van erop te vertrouwen dat de beste 10 procent het allemaal wel zal doen. In 2014 moeten wij in Groot-Brittannië beslissen welke race we willen winnen. Een race naar de bodem kan enkel worden gewonnen als de meeste mensen verliezen. Het is een dringende discussie, waarin enorm veel op het spel staat voor mijn land en voor miljoenen gezinnen. Ik geloof dat we een nieuwe economie kunnen opbouwen die de band herstelt tussen de rijkdom van een land en de miljoenen scheppers van reële rijkdom die erin wonen. Dat is de taak van elke progressieve regering in de wereld, en dat wordt de taak van de regering die ik hoop te kunnen leiden. Het gaat over hoe Groot-Brittannië behoort te groeien en hoe we ons een weg kunnen banen naar een betere toekomst: een rechtvaardiger en productiever land met gedeelde welvaart die, dit keer, gemaakt is om te blijven. De auteur is leider van de Britse Labour Party ED MILIBANDIn 2014 vindt een cruciale discussie plaats over hoe we de levensstandaard voor de meeste mensen kunnen verbeteren