ONDERBEMAND EN ONBEMIDDELD.
...

ONDERBEMAND EN ONBEMIDDELD.Christine Schurmans, voorzitter van de Raad van de Mededinging volgt de bancaire megafusie op de voet : "De eventuele fusie van Generale Bank, BBL en Gemeentekrediet is gezien de omvang een zaak van de Europese mededingingsautoriteiten. Maar als de fusiebeweging zich doorzet naar kleinere banken, komen wij waarschijnlijk om de hoek kijken," zegt zij. Tot haar opluchting kreeg Schurmans, rechter in de rechtbank van koophandel in Brussel, begin 1996 zes maanden onbetaald verlof van minister van Justitie Stefaan De Clerck. Zo kan ze haar funktie als voorzitter van de Raad van de Mededinging tenminste voor een poosje voltijds uitoefenen. "Tot einde 1995 was het Belgische mededingingsbeleid een zaak van vrijwilligers," zegt ze. "Ik behandelde dossiers in de avonduren en in het weekend. Het leek erop dat de overheid het mededingingsbeleid niet ernstig nam. Een voltijdse voorzitter is een stap in de goede richting. Maar er schort nog heel wat aan de invulling van onze taak." De verantwoordelijke minister, Elio Di Rupo (Ekonomisch Zaken), zoekt een financiële overgangsoplossing voor de Raadsvoorzitter. Karel Van Miert, EU-kommissaris voor het Mededingingsbeleid : "Sommige lidstaten hebben een jarenlange traditie op het vlak van het konkurrentiebeleid, zoals blijkt uit het krachtdadige optreden van het Duitse Kartelamt en de Britse Monopolies & Mergers Commission. Maar elders, zoals in België, ligt dat moeilijker. De Raad van de Mededinging heeft, zacht uitgedrukt, erg bescheiden middelen om een efficiënt beleid te voeren. Dit hangt samen met het feit dat de kleine, open, Belgische ekonomie weinig konkurrentieproblemen heeft. Toch kunnen in kleine landen leuke kartelletjes ontstaan. Nederland heeft op dat vlak een reputatie." De (Belgische) Raad van de Mededinging bestaat sinds april 1993. Dit 12-koppige rechtskollege (met evenveel plaatsvervangers) is bevoegd voor de kontrole op restriktieve mededingingspraktijken. Volgens de Wet van 5 augustus 1991 moet het zich uitspreken over aangekondigde koncentraties van ondernemingen (fusies en overnames) met een wereldomzet boven 3 miljard frank, voor zover de nieuwe groep 25 % van een "relevante markt" (in België) van onderling verwisselbare diensten en produkten bestrijkt.Elke koncentratie moet vooraf aan de Raad worden gemeld op straffe van een boete tot 1 miljoen frank en de eventuele opsplitsing van de ondernemingen of activa. Naast deze voorafgaandelijke kontrole spreekt de Raad zich ook uit over het misbruik van een machtspositie en overeenkomsten tussen ondernemingen of onderling afgestemde gedragingen die de mededinging beperken. Deze regeling stemt overeen met de mededingingsartikels 85 en 86 van het Europees verdrag. De Europese Kommissie is bevoegd als een kartel of een misbruik de handel tussen lidstaten belemmert en het een koncentratie betreft met een omzet boven 3 miljard ecu. Meer dan 90 % van de 120 dossiers werd in 1995 binnen één maand afgehandeld door de 450 ambtenaren van Van Mierts staf.De Belgische Raad (die het voorbije jaar ongeveer 60 dossiers behandelde) wordt ondersteund door de Dienst voor de Mededinging, een soort van parket dat kartels in oprichting en monopolistische misbruiken onderzoekt. Christine Schurmans ziet erop toe mutatis mutandis als onderzoeksrechter dat het onderzoek wettelijk verloopt en moet haar toezegging geven voor vrijheidsbeperkende maatregelen, zoals huiszoekingen. De dienst werkt aan het (markt)onderzoek, legt een verslag voor aan de Raad, waar een tegensprekelijk debat volgt. Schurmans laakt de onderbemanning van de Dienst : "Er werken 14 personen, niet eens allemaal juristen of ekonomisten. Ter vergelijking : in Denemarken kontroleren 70 mensen de konkurrentiewetgeving. Het is onmogelijk met zo'n beperkt team efficiënt te werken. Vooral dossiers over misbruiken van machtspositie, waar tenzij bij hoogdringendheid geen termijnen gelden, blijven liggen. Onderzoeken over koncentraties en prijsafspraken krijgen voorrang, omdat die binnen de termijn van één maand veel te kort overigens moeten worden behandeld. Hoogdringende dossiers (waarbij de klager stelt onherstelbare schade te lijden) moeten zelfs binnen 15 dagen worden afgehandeld."GEEN BUDGET.Niet alleen de Dienst is onderbemand. Bij de Raad, die elke maand vergadert, is het huilen met de pet op. Professor Patrick Van Cayseele (KU-Leuven, financiële ekonomie), lid van de Raad : "Een expert-lid van de Raad krijgt een habbekrats van 1500 frank. Per dag. Terwijl aan de overkant van de tafel ondernemingen zitten die hun consultants het tienvoudige per uur betalen. We moeten er niet aan dènken een onderzoeksbureau als Nielsen in te huren." Schurmans erkent : "Wij hebben geen budget. Door deze wantoestanden dreigt onze autonomie een lege doos te worden." Volgens beide raadsleden is er een gebrek aan politieke wil om een ernstig mededingingsbeleid te voeren. "De minister van Ekonomische Zaken was vroeger via de prijsreglementering zelf verantwoordelijk voor de goede werking van de markt," aldus Van Cayseele. "Nu gebeurt dit door een kollege waar hij nièts te zeggen heeft. Hij kan enkel een klacht indienen, net als iedere burger. Bij de totstandkoming van de Raad verklaarde de toenmalige voogdijminister (Melchior Wathelet nvdr) dat het goed was dat de instelling er was, maar dat ze niets mocht kosten. Nochtans brengt efficiëntie geld op. Internationale studies schatten dat marktbelemmeringen de konsumenten en bedrijven 4 tot 6 % van het BNP kunnen kosten." Vanuit deze vaststelling verzet Van Cayseele zich tegen de kritiek (onder meer geuit door grotere bedrijven) dat de Dienst en de Raad een rem zetten op de Belgische bedrijven, die niet onbeperkt kunnen groeien tot een niveau waarop ze de Europese konkurrentie aankunnen. Van Cayseele : "Wij staan niet vijandig tegenover het bedrijfsleven. Integendeel. KMO's die geschaad worden door het gekoördineerd beleid van enkele grote ondernemingen, zijn met hun klacht meer dan welkom."Van Cayseele heeft begrip voor de argumentatie dat een onderneming groot moet kunnen worden in België met het oog op de uitbouw van een sterke buitenlandse aanwezigheid. "Dat is dan goed voor de aandeelhouders, dus voor de ekonomie," redeneert hij. "Maar nogal wat grote concerns worden gekontroleerd door buitenlandse groepen. Moeten we toelaten dat die onze Belgische markt monopolizeren ?"De wet op de mededinging stipuleert overigens uitdrukkelijk dat de Raad rekening moet houden met de exportprestaties, de onderzoeks- en ontwikkelingsaktiviteiten en de kompetitiviteit van de onderneming. Schurmans : "We oordelen in alle billijkheid. Het is niet onze taak bedrijven klein te houden en enkel rekening te houden met het Belgische marktje."Het argument dat de Raad de groei van Belgische ondernemingen beperkt, blijkt ook niet uit de behandelde dossiers. Het recente verbod van prijsafpraken tussen architekten, de veroordeling van de Sabam-tarieven ten aanzien van een buitenlanse zender en het verbod van een overname in de parfumeriesektor zijn om maar enkele voorbeelden te noemen moeilijk te plaatsen in het kader van de groei van Belgische bedrijven. Overigens waarschuwt Van Cayseele : "Naar buiten toe lijken onze aktiviteiten eerder marginaal. Vergis u niet. De grote concerns zullen niet aan onze aandacht ontsnappen."De professor speelt hiermee in op de kritiek, onder meer vertolkt door Hans Gilliams, die als advokaat dergelijke dossiers volgt : "Heeft de Raad wel voldoende middelen om grotere dossiers, zoals eventuele afspraken tussen banken, verzekeringsondernemingen of energieproducenten, aan te pakken ?" Van Cayseele erkent ruiterlijk : "Neen, die middelen hebben we niet. Dagdagelijkse dossiers vergen al onze schaarse tijd. Maar we hebben wel de wil om zo'n dossiers te bestuderen. We zullen dat trouwens onmiddellijk doen bij een klacht met hoogdringendheid. Blijkbaar zijn we te weinig gekend als kontrole-orgaan."KAREL VAN MIERT (EU-KOMMISSARIS VOOR DE MEDEDINGING) EN CHRISTINE SCHURMANS (VOORZITTER BELGISCHE RAAD VAN DE MEDEDINGING) Belgische en Europese kartelkrakers bekijken eventuele bankfusies met argusogen.