JOHN DEJAEGER
...

JOHN DEJAEGEROndernemingen leveren goederen en diensten aan klanten, creëren toegevoegde waarde omdat de klant er meer voor wil betalen dan het kost, verschaffen werk, maken winst en spekken de kassa van de overheid. De overheid op haar beurt zorgt ervoor dat de economie zich maximaal kan ontplooien en dat de opgelegde lasten de concurrentiekracht niet verstoren. Daarom werkt ze efficiënt en staat ze in voor een degelijke infrastructuur, degelijk onderwijs, een goede gezondheidszorg en sociale voorzieningen, met een begroting in evenwicht en zonder al te veel staatsschuld. Een en ander oogt als een mooie symbiose van wederzijdse zorg en inzet. Ware het niet dat die rudimentaire opdeling de jongste jaren almaar meer vervaagt. Ondernemers en managers mengen zich meer en meer in het maatschappelijke debat. In eerste instantie via allerlei organisaties die de belangen van de ondernemingen verdedigen. In tweede instantie door deel te nemen aan diverse raden, rondetafels en commissies die voor de overheden aan de lopende band industriële witboeken, groenboeken, standpunten en adviezen produceren. Ten derde door met vallen en opstaan ook al eens het petje van de politicus zelf op te zetten. De diverse overheden laten zich dan weer graag meten aan de economische performance van hun land of regio. Exportcijfers, tewerkstelling, economische groei zijn steevast pluimen op hun hoed. Tenminste, als het goed gaat. Als ondernemers en managers zich vooral bezighouden met raden, conclaven en congressen, dan schort er iets. Wie wil deelnemen aan alle evenementen van de werkgeversorganisaties en businessclubs is wellicht niet zo vaak in zijn eigen bedrijf. En dat bedrijf heeft permanent aandacht en inzet nodig. Geen goede performance, geen innovatie, geen investeringen zonder hard labeur, kritische analyse en volgehouden engagement. De versnippering van het werkgeverslandschap leidt bovendien tot een stortvloed aan boodschappen, congresteksten en open brieven waarvan de meestal wel zinvolle inhoud allang niet meer ernstig wordt genomen. Als politici zich geroepen voelen dan maar zelf de ondernemerstouwtjes in handen te nemen, schort er evenzeer iets. De subsidievormen, innovatie-initiatieven en transformatiefondsen van de jongste jaren zijn niet meer te tellen. Ze camoufleren veelal de onmacht van de regionale overheid, die geen vat heeft op de echte hefbomen zoals de lasten op arbeid, op energie, op bedrijfswinsten of de btw. En ze voeden verkeerdelijk de verwachting dat een en ander maakbaar is, om het even hoe, als we maar actief zijn. Worden al die subsidies trouwens wel goed besteed? Worden deze uitgaven ernstig gecontroleerd? En is er nooit sprake van sluipende concurrentievervalsing? De complexiteit van dit landje met zijn permanente diplomatieke conferenties, zijn onduidelijke bevoegdheidsverdelingen, zijn weinig transparante geldstromen en zijn gebrek aan verantwoordelijkheidszin, veroorzaakt een overvloed aan overlegorganen. Complexiteit kost echter zeer veel geld. Eenvoudige structuren bevorderen de efficiëntie. Dat beseffen en daaraan sleutelen, wordt de opgave voor de volgende jaren. Het betekent niet noodzakelijk een kleinere overheidsimpact, maar wel een kostenefficiëntere overheid die binnen haar eenduidige kernbevoegdheden ten dienste staat van burgers en ondernemingen. Evenzeer mag men van ondernemers verwachten dat zij in eerste instantie bezig zijn met hun kernactiviteit: ondernemen. En dat ze ook in moeilijkere tijden blijven innoveren, investeren en markten ontwikkelen. Dat zij werkgelegenheid creëren en bijdragen aan onze welvaart. Dat ze, met andere woorden, de eigen adviezen en standpunten zelf in de praktijk omzetten. Wat we vandaag, deels uit frustratie, allemaal meemaken, zal de tand des tijds niet doorstaan. Het systeem van versnipperde, overlappende overheden, werknemers- en werkgeversorganisaties verslindt te veel negatieve energie. In deze privaat-publieke pudding is iedereen vrijblijvend met van alles bezig en is nooit iemand of één instantie volledig bevoegd of verantwoordelijk. The proof of the pudding is in the eating, maar we houden er liever geen indigestie aan over. De auteur is expert in bestuur van vennootschappen en gasthoogleraar aan de KU Leuven.Het systeem van versnipperde, overlappende overheden, werknemers- en werkgeversorganisaties verslindt te veel negatieve energie.