Traditioneel staan winstbejag en solidariteit in de gezondheidszorg tegenover elkaar. Toch kunnen beide hand in hand gaan. Het is zaak een gemeenschappelijk doel te formuleren, vinden enkele experts die zich over de mogelijkheden van publiek-private partnerschappen in de zorg hebben gebogen. "Het uitgangspunt daarbij is dat financiële winst voor de privépartner mogelijk wordt in ruil voor een maximale gezondheidswinst voor de bevolking", zegt Lieven Annemans, die gezondheidseconomie doceert aan de VUB en de Universiteit Gent.
...

Traditioneel staan winstbejag en solidariteit in de gezondheidszorg tegenover elkaar. Toch kunnen beide hand in hand gaan. Het is zaak een gemeenschappelijk doel te formuleren, vinden enkele experts die zich over de mogelijkheden van publiek-private partnerschappen in de zorg hebben gebogen. "Het uitgangspunt daarbij is dat financiële winst voor de privépartner mogelijk wordt in ruil voor een maximale gezondheidswinst voor de bevolking", zegt Lieven Annemans, die gezondheidseconomie doceert aan de VUB en de Universiteit Gent. Annemans is een van de auteurs van een witboek dat pleit voor meer publiek-private partnerschappen in de zorg. De Deense ambassade contacteerde hem met het verzoek een nota te schrijven over de mogelijkheden van zulke partnerschappen in de Belgische ziekteverzekering. Die vraag kwam er nadat een aantal Deense farmabedrijven hadden vastgesteld dat die samenwerkingen in de Scandinavische landen wel kunnen, maar dat ze in België moeilijk liggen. Voor de uitwerking van de nota ging Annemans samenzitten met experts van het Riziv en de drie grote ziekenfondsen, en met zijn Nederlandse collega Daan Crommelin. In het witboek dat de auteurs in februari aan de Denen hebben overhandigd, tekenen ze de krijtlijnen voor een regelgevende omgeving. "We denken dat we met die paper een aanzet geven die in heel Europa navolging kan krijgen", aldus Annemans. Enkele Belgische politici kregen de paper al toegespeeld. "We hopen dat hij in de aanloop naar de verkiezingen inspirerend werkt", zegt de hoogleraar. "Het zou goed zijn dat dit model breder bekend raakt." In een publiek-privaat partnerschap in de zorg neemt een private partner een publieke dienstverlening voor zijn rekening. De privépartij neemt een risico en de publieke partij is cofinancier van dat risico. Er bestaan al zulke publiek-private samenwerkingen in de Belgische gezondheidszorg. Sterker nog: er zijn mensen die vinden dat zowat de halve ziekteverzekering op dat principe is gebouwd. Zo leveren de artsen bijvoorbeeld een private dienst die grotendeels publiek wordt gefinancierd. Waarom is er dan behoefte aan meer publiek-private samenwerking? In veel gevallen is dat een kwestie van geld: middelen om geneesmiddelen te ontwikkelen, om nieuwe producten sneller op de markt te krijgen, om het goede gebruik van medicamenten te stimuleren of om de zorginfrastructuur voort uit te bouwen. In die situaties is volgens het witboek meer publiek-private samenwerking nodig. "Het bekendste voorbeeld is het Europese Innovative Medicines Initiative (IMI)", zegt Annemans. "De Europese Unie en de farmasector hebben elk 1 miljard euro geïnvesteerd om onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen mogelijk te maken." De ontwikkeling van nieuwe behandelingen is vooral een internationale aangelegenheid, maar de auteurs zien ook toepassingsmogelijkheden op het niveau van de lidstaten. Annemans: "Niet zozeer in de ontwikkeling van innovaties, maar wel bij de marktintroductie en bij het gebruik van geneesmiddelen." Om de introductie van nieuwe, dure behandelingen toe te laten, sluit het Riziv in sommige gevallen al zogenoemde artikel 81-contracten af met de farmasector. "Dat zijn vooral prijs-volumecontracten", zegt Annemans. "Hoe meer een bedrijf verkoopt, hoe lager de prijs moet zijn. Dat is een niet-optimale toepassing van het concept van performance based agreements. Eigenlijk moet het meer gaan om de kwaliteit. De echte criteria zijn het aantal complicaties dat wordt vermeden en de gezondheidswinsten die worden behaald." Volgens Annemans heeft de overheid in het verleden te vaak de expertise in de industrie over het hoofd gezien. Er heerste veel wantrouwen tegenover de sector. Dat is de jongste jaren in ons land veranderd, en dus lijkt er nu een momentum te zijn voor meer publiek-private samenwerking. "Het is in zo'n samenwerking niet de bedoeling dat de publieke sector de private winsten financiert. Het doel is wel dat bedrijven en de overheid elkaar vinden rond een gemeenschappelijke doelstelling: met het beschikbare geld een maximale gezondheidswinst realiseren." Daarover waken, behoort tot de opdrachten van de publieke sector. Daan Crommelin, de Nederlandse collega van Annemans, heeft al een model ontwikkeld om bij de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen de wenselijkheid van een publiek-private samenwerking te evalueren. "Dat model is ook bruikbaar voor andere toepassingsdomeinen van publiek-private samenwerking in de zorg", zegt Annemans. Dat de tijd rijp is voor meer samenwerking, blijkt overigens uit de interesse van de ziekenfondsen. Ze zijn naar verluidt gestart met een aantal pilootprojecten, waarbij ze als publieke partij een contract hebben afgesloten met de farmasector om het goede gebruik van geneesmiddelen te monitoren. "En er is ook interesse om informatiedata te delen", zegt Annemans. "Die pilootprojecten doen me veronderstellen dat er de komende legislatuur wel degelijk meer initiatieven zullen volgen." ROELAND BYL"In een publiek-private samenwerking is het niet de bedoeling dat de publieke sector de private winsten financiert"