Huizen zijn in de eerste zes maanden van het jaar 7 procent duurder geworden, appartementen 3 procent. Dat blijkt uit de nieuwste cijfers van de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat. Die stijgingspercentages zijn lager dan bij de vorige meting, eind 2021, maar toen ging het om stijgingen op jaarbasis. In een jaar liggen de prijsevoluties in lijn met de inflatie, die aanschurkt tegen 10 procent. In reële termen - rekening houdend met inflatie - stabiliseren de vastgoedprijzen dus.
...

Huizen zijn in de eerste zes maanden van het jaar 7 procent duurder geworden, appartementen 3 procent. Dat blijkt uit de nieuwste cijfers van de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat. Die stijgingspercentages zijn lager dan bij de vorige meting, eind 2021, maar toen ging het om stijgingen op jaarbasis. In een jaar liggen de prijsevoluties in lijn met de inflatie, die aanschurkt tegen 10 procent. In reële termen - rekening houdend met inflatie - stabiliseren de vastgoedprijzen dus. Maar is de inflatieopstoot een recent fenomeen, dan zijn de vastgoedprijzen al vele jaren aan een gestage klim bezig. In 2017 bedroeg de mediaanprijs voor huizen in ons land 220.000 euro, nu 280.000 euro. Op de appartementenmarkt klom de mediaanprijs van 188.500 naar 230.867 euro. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest blijft de duurste huizenmarkt. De mediaanprijs steeg er met 4 procent, naar 480.000 euro. Vlaanderen volgt met 310.000 euro, na een toename van 7 procent. In Wallonië werden huizen 5 procent duurder en bedraagt de mediaanprijs nu 199.000 euro. Op de appartementenmarkt is het prijsverschil tussen Brussel en Vlaanderen verwaarloosbaar. De Brusselse appartementsprijzen stabiliseerden op 240.750 euro, die in Vlaanderen stegen met 4 procent naar 239.000 euro. Wallonië kende de sterkste toename: plus 5 procent tot 185.000 euro. Het duurdere vastgoed is te vinden in het centrum: in Brussel, maar ook in Vlaams- en Waals-Brabant. In beide provincies is de mediaanprijs voor huizen 365.000 euro. Daarna volgt de provincie Antwerpen met een mediaanprijs van 333.000 euro. Henegouwen blijft de goedkoopste provincie, ondanks een prijsstijging van 5 procent tot 167.500 euro. In Vlaanderen en Brussel is er een duidelijk verschil tussen de huizen- en de appartementenmarkt. Huizen werden in Vlaanderen en Brussel respectievelijk 7 en 4 procent duurder, terwijl de stijging op de Vlaamse appartementenmarkt beperkt bleef tot 4 procent en de Brusselse appartementsprijzen stabiliseerden. Ook over vijf jaar blijft de appartementenmarkt in beide gewesten sterk achter op de huizenmarkt: 24 versus 33 procent. In Vlaanderen is de kloof beperkter: plus 29 procent voor de huizen versus plus 24 procent voor de appartementen. In Wallonië kenden beide segmenten in de eerste jaarhelft een gelijkaardige prijsevolutie (+5%), maar op vijf jaar is er wel een verschil. Huizen werden 24 procent duurder, appartementen 16 procent. De prijzen van bouwgronden stegen nationaal met 11 procent tot 190 euro per vierkante meter. Vooral Waalse gronden werden flink duurder: plus 15 procent tot 85 euro per vierkante meter, wellicht door een late coronaboost op de markt van de tweede verblijven in de Ardennen.