De aandeelhouders van K+S waren ongetwijfeld aangenaam verrast, toen de koers van het aandeel van de Duitse meststoffen- en zoutproducent op 25 juni met maar liefst 30 procent omhoogsprong. De aanleiding was het nieuws dat het Canadese PotashCorp (voluit Potash Corporation of Saskatchewan) een informeel overnamebod van omgerekend 40,75 euro per aandeel had gedaan -- een premie van meer dan 30 procent tegenover de slotkoers van de dag voordien. Hoewel K+S het voorstel heeft afgewezen omdat het te laag was, staat de deur voor een nieuw en hoger bod nog altijd open. De kans is groot dat het er ook zal komen.
...

De aandeelhouders van K+S waren ongetwijfeld aangenaam verrast, toen de koers van het aandeel van de Duitse meststoffen- en zoutproducent op 25 juni met maar liefst 30 procent omhoogsprong. De aanleiding was het nieuws dat het Canadese PotashCorp (voluit Potash Corporation of Saskatchewan) een informeel overnamebod van omgerekend 40,75 euro per aandeel had gedaan -- een premie van meer dan 30 procent tegenover de slotkoers van de dag voordien. Hoewel K+S het voorstel heeft afgewezen omdat het te laag was, staat de deur voor een nieuw en hoger bod nog altijd open. De kans is groot dat het er ook zal komen. Het overnamebod op K+S is een nieuwe zet van PotashCorp om meer greep te krijgen op de markt voor potas -- een mengsel van kaliumzouten dat wordt gewonnen uit de bodem van lang verdwenen oceanen. Kalium is samen met stikstof en fosfor de heilige drievuldigheid van de meststoffen. Kaliummeststoffen versterken de wortels van gewassen en zijn bijvoorbeeld zeer geschikt in droge klimaten. Potas is slechts in twaalf landen in de wereld in voldoende grote hoeveelheden aanwezig om de ontginning economisch rendabel te maken. De grootste reserves bevinden zich in Canada (46 % van de geschatte wereldreserves), Rusland (35 %) en Wit-Rusland (8 %). Dat zijn niet toevallig de thuislanden van de drie grootste en goedkoopste potas-producenten: PotashCorp, Uralkali en Belaruskali. De grootste afzetmarkten voor potas zijn de groeilanden, met China, India en Latijns-Amerika op kop. In die regio's is het gebruik van kaliummeststoffen nog weinig ingeburgerd in vergelijking met bijvoorbeeld Noord-Amerika. De overheden van die landen hebben de neiging regelmatig tussenbeide te komen in de onderhandelingen ten voordele van de landbouwers. De geografische concentratie van de potasreserves creëerde de ideale omgeving voor de vorming van kartels. Het kartel van Canadese producenten (Canpotex) en dat van Uralkali en Belaruskali (BPC) domineerden jarenlang de markt. Samen controleerden ze 70 procent van de markt voor potas en hielden ze de prijs hoog. In onderhandelingen met China en India -- de grootste individuele afnemers -- spraken beide kartels prijzen af. Aan die situatie kwam twee jaar geleden abrupt een einde. In de zomer van 2013 blies het Russische Uralkali het BPC-kartel op, na een rel met partner Belaruskali. Uralkali wilde zich niet langer aan de quota houden, om maximaal te kunnen profiteren van de groeiende vraag naar potas vanuit China. De prijs van potas zakte in een mum van tijd van 400 naar 300 dollar per ton (zie grafiek). De aandelen van de grote potasproducenten, waaronder PotashCorp en K+S, doken pijlsnel omlaag. Vooral voor de relatief dure producenten, waaronder K+S, kwam de prijsdaling zeer ongelegen. K+S ontgint potas in Duitsland en de ontginningskosten per ton zijn er tot twee keer zo hoog als in de Russische of de Canadese potasmijnen. Maar ook PotashCorp zag met lede ogen aan hoe Uralkali de potasprijs onderuithaalde. Het risico is reëel dat de potasprijs, die nu schommelt rond 300 dollar per ton, nog verder daalt. Op korte termijn kampt de sector met een zware overcapaciteit. Dit jaar zou 58 à 60 miljoen ton potas worden verkocht. De totale productiecapaciteit bedraagt 72,5 miljoen ton. Bovendien dreigt het aanbod de komende jaren nog te stijgen. In de jaren 2008-2009, toen de potasprijs tot boven 800 dollar per ton klom, werden heel wat nieuwe projecten in de steigers gezet. Het duurt gemiddeld zeven à acht jaar om een potasmijn op te starten. Die extra capaciteit komt dus op de markt op een moment dat de potasprijs heel laag staat. Een aantal projecten is geannuleerd, maar de komende jaren worden in Canada twee nieuwe mijnen in gebruik genomen: de Legacy-mijn van K+S in 2016 en de Jansen-mijn van BHP Billiton in 2017. De Legacy-mijn alleen al zou 2 miljoen ton potas per jaar produceren. Op lange termijn daarentegen zijn de vooruitzichten voor kaliumhoudende meststoffen zeer goed. Tegen 2050 stijgt de wereldbevolking met 2,4 miljard mensen. Die moeten allemaal worden gevoed. Daarnaast neemt het caloriegebruik toe door de groeiende welvaart in de opkomende landen en vormt de opwarming van de aarde een bedreiging voor het landbouwareaal. Dat betekent dat de opbrengst per hectare zal moeten stijgen en de vraag naar meststoffen zal toenemen. Voor PotashCorp was het einde van het BPC-kartel het signaal om in actie te schieten. Het slaagde erin het Canpotex-kartel in stand te houden en wil nu via overnames greep krijgen op het aanbod van potas. Als PotashCorp K+S kan overnemen, gaan de dure Duitse potasmijnen wellicht als eerste op de schop, terwijl het de nagelnieuwe Legacy-mijn naadloos kan integreren. Het uiteindelijke doel is de potasprijs opnieuw in de hoogte te stuwen. Dat zou ook gevolgen hebben voor Belgische bedrijven. Zo is Tessenderlo een belangrijke afnemer van kalium voor de productie van kaliumsulfaten (zie kader). Mathias NuttinPotas is slechts in twaalf landen in voldoende grote hoeveelheden aanwezig om de ontginning economisch rendabel te maken.