Hoeveel ministers zal België of Vlaanderen mogen begroeten na de verkiezingen van 13 juni? En hoe zal het overheidsbeslag op de economie evolueren?
...

Hoeveel ministers zal België of Vlaanderen mogen begroeten na de verkiezingen van 13 juni? En hoe zal het overheidsbeslag op de economie evolueren?We zullen na de verkiezingen waarschijnlijk weer veel ministers hebben, terwijl het overheidsbeslag zeker niet zal dalen. Dat komt omdat België een parlementaire en geen presidentiële democratie is. En volgens Torsten Persson en Guido Tabellini ( Centre for Economic Policy Research) hebben landen met een presidentieel politiek regime kleinere regeringen en een kleiner overheidsbeslag op de economie dan landen met een parlementair systeem. Beide wetenschappers argumenteren dat een presidentieel systeem meer competitie tussen de politici meebrengt, wat de politici aanzet om minder te spenderen, en dus ook kleinere regeringen te vormen. De auteurs becijferden ook dat de overheidsuitgaven - uitgedrukt in procent van het nationaal inkomen - gemiddeld 10% lager ligt in landen met een presidentieel regime. Dat is veel, omdat het gemiddelde van de overheidsuitgaven in de 64 onderzochte landen net geen 29% bedroeg van het nationaal inkomen.Waarom is een presidentieel systeem competitiever? Vooral omdat de macht van de besluitvorming er verdeeld is onder verschillende politici, die elk afzonderlijk directe verantwoording moeten afleggen aan hun kiezers. Hun macht hangt niet af van politieke manoeuvres of een meerderheid in het congres of parlement. Dat maakt het weliswaar moeilijk een stabiele coalitie in het wetgevend proces te organiseren, maar het zorgt wel voor een politiek competitieve omgeving.Bij een parlementaire democratie daarentegen heeft de regering de besluitvorming in handen. Die heeft steeds de steun van het verkozen parlement nodig om te overleven.Er bestaan twee subsystemen. Enerzijds het Britse, gekenmerkt door een meerderheidspartij waarbij politici hun inspanningen vooral concentreren op de overlopers - omdat die makkelijk voor electorale beloftes vallen. Dat leidt tot een dunner aanbod van publieke goederen (zoals transport en gezondheid) en meer competitiviteit tussen de politici. Anderzijds is er het systeem van proportionele vertegenwoordiging, zoals in België. Politici kunnen in zo'n systeem veel moeilijker achterhalen welke doelgroep ze electoraal kunnen omkopen. Dat biedt de politici meer kansen om samen te spannen achter gelijklopende belangen en meer uit te geven.De auteurs argumenteren voorts dat politieke competitie zowel een goede als een slechte zaak kan zijn. Competitie kan corruptie terugdringen, maar overheidsmiddelen slecht alloceren. Daarmee druisen de auteurs in tegen de Chicago-visie dat competitie de politici ertoe aanzet het efficiëntste beleid na te streven. "Een te optimistische visie," vinden de auteurs, "omdat politici alleen een meerderheid nodig hebben om de verkiezingen te winnen. Zodra ze verkozen zijn, halen de politici de voordelen naar zich toe en verwaarlozen ze de belangen van het kiezerskorps." "The Size and Scope of Government: Comparative Politics with Rational Expectations", Torsten Persson ans Guido Tabellini, CEPR Discussion Paper 2051.Info: Tel. (00-44) 171.878.2900.