De praline kent een geschiedenis die teruggaat tot de 17de eeuw. Het was echter Jean Neuhaus die pas in 1912 een chocoladelaagje met een vulling combineerde. Daarna onderging de lekkernij geen grote veranderingen meer. Daar is met de komst van Pralco verandering in gekomen. De Leuvense start-up maakt luxepralines onder de naam Pralon die via een...

De praline kent een geschiedenis die teruggaat tot de 17de eeuw. Het was echter Jean Neuhaus die pas in 1912 een chocoladelaagje met een vulling combineerde. Daarna onderging de lekkernij geen grote veranderingen meer. Daar is met de komst van Pralco verandering in gekomen. De Leuvense start-up maakt luxepralines onder de naam Pralon die via een innovatief procedé worden gevuld met een vloeibare kern, zonder dat daarvoor een suikerkorstje nodig is. Daardoor bevatten de pralines minder suikers en vetten. De vultechniek werd ontwikkeld door een ex-collega van Hugo Van Caekenberghe (69), de oprichter en de CEO van Pralco. Van Caekenberghe heeft er een lange carrière op zitten als businessconsultant en interim-manager. Terwijl anderen op zo'n leeftijd genieten van hun pensioen, koos Van Caekenberghe voor een nieuwe uitdaging. Om het productieprocedé van zijn ex-collega te commercialiseren, richtte hij in het najaar van 2015 Pralco op. Zijn pralines worden verkocht in zorgvuldig uitgekozen zaken. De Pralon is verkrijgbaar met verschillende vloeibare vullingen op basis van (een combinatie van) alcohol, fruit, koffie en thee. "Jarenlang onderzoek heeft geleid tot een procedé dat de liquide inhoud van de buitenzijde isoleert", legt Van Caekenberghe uit. "Dat gebeurt via een dun laagje smaakloos en caloriearm voedingsvet. Omdat we geen dikke suikercocon meer hoeven te gebruiken, is de Pralon veel lichter dan het traditionele alternatief. Bovendien is de smaak intenser en puurder." De productietechniek is gepatenteerd in Europa. Er is ook een patentaanvraag ingediend in onder meer de Verenigde Staten, Rusland, India, Japan en Zuid-Korea. Intussen focust het jonge bedrijf op nieuwe distributiekanalen. ROEL VAN ESPEN