Ongeveer 50 miljard dollar zou Facebook waard zijn volgens de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs. Voor een onderneming met een jaaromzet van 2 miljard dollar en winst van ongeveer 355 miljoen dollar in de eerste negen maanden van vorig jaar lijkt dat behoorlijk op het begin van een zeepbel.
...

Ongeveer 50 miljard dollar zou Facebook waard zijn volgens de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs. Voor een onderneming met een jaaromzet van 2 miljard dollar en winst van ongeveer 355 miljoen dollar in de eerste negen maanden van vorig jaar lijkt dat behoorlijk op het begin van een zeepbel. Het zal Goldman Sachs worst wezen wat Facebook echt waard is. Het is de Amerikaanse zakenbank vooral te doen om vette commissies, want ze verkoopt haar investering in Facebook grotendeels door aan klanten en andere investeerders via daartoe opgerichte vehikels. De constructie doet verdacht veel denken aan de manier waarop de Amerikaanse banken de rommelhypotheken op criminele schaal gesleten hebben aan de rest van de wereld én aan zichzelf. De Facebook-deal is zo ontworpen dat Goldman Sachs rond de nieuwe regels kan die de Amerikaanse wetgever geschreven heeft om een herhaling van de crisis onmogelijk te maken. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan, en Goldman Sachs boort de eerste barst in de wetgevende dam. De ontembare ijver van bankiers om gebruik te maken van de achterpoortjes en lacunes in de wetgeving werkt bovendien besmettelijk. Want als er één bank mee begint, moet de concurrentie volgen, de zwakkere banken inbegrepen. Voor ze het weten, zitten deze banken opnieuw tot over hun oren in slecht ingeschatte risico's. De regelgevers mogen de voorbije maanden kosten noch moeite gespaard hebben om de financiële sector op een gezondere en meer ethische leest te schoeien, de structuren die aan de basis liggen van financiële crisis zijn grotendeels intact gebleven. Want de bankiers worden nog altijd financieel geprikkeld om het elementaire evenwicht tussen rendement en risico niet te respecteren. Ze verdienen vooral geld door risico's te nemen, en niet door risico's eerlijk en correct in te schatten. Gaat het goed, dan verdienen ze geld als slijk. Gaat het mis, dan draaien de aandeelhouder en de samenleving op voor de verliezen. Bovendien kunnen de bankiers zich nog altijd uitleven. Door de grote globale handelsonevenwichten zijn enorme kapitalen op zoek naar een bestemming. En door het goedkoopgeldbeleid van de westerse centrale banken zijn beleggers koortsachtig op zoek naar een beetje extra rendement. In die speurtocht durft het risicobesef wel eens overboord te gaan. Zakenbankiers aarzelen dan niet om het laatste zetje te geven. Het systeem kan maar fundamenteel gezond worden als het principe 'potje breken, is potje betalen' in ere hersteld wordt, als de bankiers dus zelf de gevolgen dragen van de puinhoop die ze scheppen. Niet toevallig verloor Wall Street de pedalen toen de zakenbanken evolueerden van partnerships tot beursgenoteerde ondernemingen. Sindsdien zetten bankiers hun eigen geld niet meer op het spel, maar dat van hun aandeelhouders, waarbij de excessieve winsten naar het management vloeiden, maar de aandeelhouders de verliezen incasseerden. De hele banksector raakt in dat bedje ziek toen grootbanken bij machte werden om dodelijke verliezen naar de samenleving door te schuiven. Deze anomalie kan alleen maar opgelost worden als banken klein genoeg blijven om failliet te kunnen gaan. Geen enkele politicus heeft echter die doelstelling al uitgesproken, ook niet op zijn Facebook-pagina.DOOR DAAN KILLEMAES Redactiecoördinator De bankiers worden nog altijd financieel geprikkeld om het elementaire evenwicht tussen rendement en risico niet te respecteren.