Op 30 oktober wordt de Amerikaan Mark McCormack opgenomen in de World Golf Hall of Fame. Een hele eer is dat. Hij krijgt er een plaatsje naast illustere kampioenen van allerlei nationaliteiten. In dit soortement museum over de geschiedenis van de golfsport, in Saint Augustine, Florida, staan ook niet-spelers. Promotoren, bewindslui, architecten en af en toe zelfs een journalist. En binnenkort dus ook een zakenman uit Cleveland, die vroeger aan de universiteit een behoorlijk niveau haalde als speler, maar in 1958 niet voorbij de cut raakte van de US Open. Het is dan ook niet voor zijn prestaties op de greens dat hij zijn plaats krijgt in het museum.
...

Op 30 oktober wordt de Amerikaan Mark McCormack opgenomen in de World Golf Hall of Fame. Een hele eer is dat. Hij krijgt er een plaatsje naast illustere kampioenen van allerlei nationaliteiten. In dit soortement museum over de geschiedenis van de golfsport, in Saint Augustine, Florida, staan ook niet-spelers. Promotoren, bewindslui, architecten en af en toe zelfs een journalist. En binnenkort dus ook een zakenman uit Cleveland, die vroeger aan de universiteit een behoorlijk niveau haalde als speler, maar in 1958 niet voorbij de cut raakte van de US Open. Het is dan ook niet voor zijn prestaties op de greens dat hij zijn plaats krijgt in het museum. Als er in de golfsport over managers wordt gepraat, dan valt altijd eerst de naam van McCormack, die in mei 2003 overleed aan een hartstilstand tijdens een esthetische chirurgische ingreep. McCormack wist hoe hij sporters naar een hoger niveau moest tillen: hij schonk ze meer ruimte om met hun sport bezig te zijn, omdat ze zich veel minder zorgen hoefden te maken over de financiële kant. Hij was het die het vak van agent uitvond, toen hij in 1959 de belangen van Arnold Palmer ging behartigen. Zijn eerste contract was 500 dollar waard, een verbintenis voor een jaar met het ketchupmerk Heinz , dat het imago en de naam van Palmer mocht gebruiken in de reclame. Mark McCormack bouwde zijn IMG (International Management Group) uit tot een wereldwijd actief sportmanagementbedrijf, dat in twaalf maanden tijd voor Tiger Woods alleen al 80 miljoen aan reclame-inkomsten bij elkaar rakelde. McCormack vond ook klanten in andere disciplines, zoals Jean-Claude Killy in de skisport, Björn Borg in tennis of Jackie Stewart in de formule 1. En hij werd rijker dan de meesten van hen. Vijfentwintig jaar geleden ontmoetten we hem tijdens Roland Garros, voor een interview dat we konden regelen dankzij Eric Drossart, die zelf behoorlijk hoog zou klimmen in het imperium uit Cleveland. McCormack was toen samen met tennisspeelster Betsy Nagelsen, met wie hij zou trouwen. De Amerikaan, altijd even beleefd en voorkomend, voelde zich niet te beroerd om te praten over zijn reputatie van Mister 25 %, maar had het ook met aanstekelijk enthousiasme over zijn sportieve prestaties, over de vooruitgang die hij boekte met zijn gelifte, eenhandige backhand. Mark McCormack had een eenvoudige filosofie: een goede deal was alleen mogelijk als de atleet op de eerste plaats kwam. Hij snapte als niemand anders dat je alleen succes kan oogsten als je respect hebt voor het terrein en de acteurs. Dankzij zijn zeer discrete aanpak werd hij ook adviseur van andere topspelers of instellingen. Met zijn vakkennis was hij overal op conferenties een graag geziene spreker. Hij kon alles op een heel duidelijke en leuke manier vertellen, en oogstte succes als auteur met zijn boek What They Don't Teach You at Harvard Business School. Maar bovenal was er zijn engelengeduld, die grote werklust en naadloze planning. Als een echte atleet verplichtte hij zichzelf om een welbepaald aantal uren te slapen. En zijn succes bewerkte hij met 10 procent inspiratie en 90 procent... transpiratie. Voor hij zijn contracten met Wimbledon en Saint Andrews tekende, werd hij ontelbare keren wandelen gestuurd. Maar hij keerde telkens terug met een nieuw voorstel en kreeg uiteindelijk zijn contract. En zijn grootste krachttoer? Ongetwijfeld dat hij zijn klanten altijd zelf liet beslissen hoeveel commissie ze hem zouden betalen... De beste Indiase golfers starten een nieuwe Tour op in hun land. Met meer prijzengeld en meer dan de zes toernooien die eerst waren voorzien. De Professional Golf Tour of India is voor de komende drie jaren gepland met vijftien toernooien en 700.000 euro prijzengeld per jaar. John Baete