Er kwamen de voorbije weken positieve signalen uit het Midden-Oosten. Zoals de overwinning van een prowesterse coalitie, ten koste van Hezbollah, in Libanon; een terugval van de islamisten en de verkiezing van vrouwelijke parlementsleden in Koeweit. Zondag deed de Israëlische premier de Arabieren dan een aanbod voor een vredesdialoog, een oproep die de frustraties van de Saudi's over de stijgende invloed van Iran in de regio kan temperen. Alleen Teheran zorgde voor wanklank. Cruciaal is nu hoe het westen zal reageren. Een diabolisering leidt nergens toe, net zo min als naïviteit.
...

Er kwamen de voorbije weken positieve signalen uit het Midden-Oosten. Zoals de overwinning van een prowesterse coalitie, ten koste van Hezbollah, in Libanon; een terugval van de islamisten en de verkiezing van vrouwelijke parlementsleden in Koeweit. Zondag deed de Israëlische premier de Arabieren dan een aanbod voor een vredesdialoog, een oproep die de frustraties van de Saudi's over de stijgende invloed van Iran in de regio kan temperen. Alleen Teheran zorgde voor wanklank. Cruciaal is nu hoe het westen zal reageren. Een diabolisering leidt nergens toe, net zo min als naïviteit. Er staan grote belangen op het spel: Irans olie- en gasreserves zijn een mogelijk alternatief voor onze afhankelijkheid van Rusland en Teherans invloed kan bepalend zijn in Afghanistan en Irak. De Iraanse sjiieten zijn sterk in opruiende taal, maar het zijn wel sunni-extremisten die bommen gooien naar westerse doelwitten. De vraag is dus of de door de conservatieve theocratie gewilde herverkiezing van president Ahmadinejad een Nixon-Mao-scenario onmogelijk heeft gemaakt om Iran uit zijn internationale isolement te halen. Want niet het religieus extremisme of antiwesterse gevoelens bepalen de agenda in Teheran, wel een laag-bij-de-grondse strijd onder machthebbers voor economische privileges. De situatie vertoont gelijkenissen met het communistische regime van Mao dat op zoek was naar een tweede adem. Door handelsbetrekkingen aan te knopen, zonder in Peking regime change te eisen, speelde Richard Nixon daar handig op in. Een minder controversiële figuur dan Ahmadinejad zou eenzelfde optie vergemakkelijkt hebben. De geestelijke leider Ali Khamenei bepaalt echter de marsrichting van Teheran, niet een verkozen president. Hij verklaarde vóór de verkiezingen "de eerste te zijn om een toenadering met Amerika te bepleiten, als die relatie gunstig is voor het Iraanse volk". Maar het is zonneklaar dat de opperste leider zondag in paniek op de rem is gaan staan. Hoewel alle presidentskandidaten de nucleaire ambities van Iran verdedigden, lopen de spanningen in het regime van de mollahs hoog op. De polarisatie onder Bush was heel wat comfortabeler. Een ongeletterde, arme meerderheid op het platteland mag dan voor Ahmadinejad gekozen hebben, het theocratische bewind staat onder druk van vrouwen en jongeren uit stedelijke agglomeraties die meer vrijheid eisen. Vooral een affairistische en corrupte politiek-religieuze bovenlaag - waarvan gewezen president Rafsanjani de woordvoerder is - wil af van economische sancties die een onder Ahmadinejad mismeesterde economie verder ondermijnen. Ali Khamenei beseft dat de 'democratische druk' negeren, riskant is voor het regime. Door Ahmadinejad op zijn stoel te houden, kan de opperste leider de regie in de hand houden en hem eventueel tot concessies dwingen. In plaats van Iran in een onbeheersbaar avontuur te storten. Zijn Brussel en Washington in staat om creatief op die slappe koord te dansen? Of geven we Peking en New Delhi ook vrij spel in het Midden-Oosten? (T) Door Erik Bruyland