Tien jaar geleden interviewde ik in Londen het bedrijf Events, een platte naam voor een briljante ploeg van zeventig softwareschrijvers, architecten, scenaristen, ingenieurs, regisseurs. Events was één van een handvol Britse ondernemingen in de Nieuwe Ontspanning. Met hoofdletters in het midden van zinnen dient men op te passen, soms zijn zij wind, maar niet hier. Events maakte nieuwe museums of pepte bestaande museums op tot leer- en ontspanningsplekken. De mannen en vrouwen van Events schiepen onder mijn ogen de laatste snufjes van In Flanders Fields, een evocatie in de lakenhal van Ieper van de bloeddorstige Eerste Wereldoorlog. "Kerel," zei de baas tegen me, "in 2008 zijn er in het Verenigd Koninkrijk meer luvvies dan loodgieters, uitbeners, vuilnisman...

Tien jaar geleden interviewde ik in Londen het bedrijf Events, een platte naam voor een briljante ploeg van zeventig softwareschrijvers, architecten, scenaristen, ingenieurs, regisseurs. Events was één van een handvol Britse ondernemingen in de Nieuwe Ontspanning. Met hoofdletters in het midden van zinnen dient men op te passen, soms zijn zij wind, maar niet hier. Events maakte nieuwe museums of pepte bestaande museums op tot leer- en ontspanningsplekken. De mannen en vrouwen van Events schiepen onder mijn ogen de laatste snufjes van In Flanders Fields, een evocatie in de lakenhal van Ieper van de bloeddorstige Eerste Wereldoorlog. "Kerel," zei de baas tegen me, "in 2008 zijn er in het Verenigd Koninkrijk meer luvvies dan loodgieters, uitbeners, vuilnismannen, elektriciens." Luvvies is het volkse woord - vrij vertaald schattekes - voor de werknemers van audiovisuele ondernemingen, theaters, muziekhallen, orkesten, popgroepen, festivalorganisatoren, entertainmentmakelaars, spellenmakers, horecaspektakels. Ook in Vlaanderen marcheren de luvvies. Een studie van de Vlerickschool noemt een cijfer van 50.000 werknemers in deze branche: de nieuwe diensten. De oude diensten kennen we: banken, scholen, sociale zorg. De nieuwe diensten zitten in de pret en het vermaak. De entertainment economy is de groeibranche in de ontwikkelde landen en de expansie landt in de armoelanden: denk aan Bollywood (de films van Mumbai) en Lollywood (de films van Lagos in Nigeria). Hans Bourlon van Studio 100 (omzet 75 miljoen euro, 400 medewerkers, actief in tien landen) is kandidaat-Manager van het Jaar 2007. Dat zou in 1997 niet denkbaar geweest zijn. Die rare wereld van televisiemakers, scheppers van personages (Kabouter Plop, Megamindy), pretparken was voor de circusbazen en hun semigeschifte werknemers, niet voor het fijne volk in de zakenrestaurants, De Warande en bij Voka. Of neem Praga Khan, in zijn dorp Herselt gekend als Maurice Engelen. Achter de man met het piekhaar à la Andy Warhol schuilt een virtueel bedrijf dat meer omzet draait en meer hele of halve medewerkers heeft dan menig Vlaams metaal-, confectie- of voedingsbedrijf. Nadat Maurice Engelen - niet enkel zanger en popdichter, ook ex-platenbaas die kan cijferen - de disco's van de wereld bestormde met Lords of Acid en Praga Khan en in alle platenbakken belandde in Tokio, New York, Bahia, Tel Aviv, Antwerpen en Kopenhagen, is hij aan het werk op het raakvlak van dj-acts (met zijn zoon Glenn D Angel), musical digital interfaces, Second Life, robots, hologrammen. Zijn theatershow Frame by Frame volgt zijn vorige creaties The Next Dimension en Code Red op. Dat trio van visuele en technologiestunts is een exportproduct en een samenvoeging van grappen en programmatuur uit innoverende Belgische bedrijven die huidnauw past bij pop als banenmachine. Vind je dat terug in de weekendbladzijden met personeelsadvertenties? Neen. Studio 100, Praga Khan, Hooverphonic, Woestijnvis, Sylvester Productions rekruteren informeel, hebben hun oren en ogen wijd open op de festivals, de party's van Deus, Fixkes, Dez Mona, Sioen. Dat is een jobmarkt waar het klotst van de luvvies en hun groupies. In 2008 zal de entertainmentbranche verder zwellen in België en de rijpheids- en vermoeidheidsverschijnselen beginnen te vertonen van de moderne kenniseconomie en haar creatieve klasse. De vakbonden zweren bij de slogan: "Gans het raderwerk staat stil, als uw machtige arm dat wil". In Hollywood hebben de duizenden gezichtsloze letterknechten die de creatieve klasse voeden hun pen neergelegd op 5 november 2007. De staking maakt de hosts van de praatshows monddood. Een eerste staking van scriptschrijvers van Woestijnvis in 2008 zou een mooi bewijs zijn dat hier geen hobbyisten of franje werkt, maar dat een nieuwsoortige beroepsgroep is opgestaan die vecht voor haar belangen. Zoals de machinisten van de onafhankelijke spoorbond. Door Frans Crols