Meer dan loodgieter
...

Meer dan loodgieter"Ik betreur in mijn loopbaan slechts één ding : de wijze waarop de oorlog is gevoerd tegen de eerste vier regeringen- Martens, niet hun verdwijnen. Maar er waren verzachtende omstandigheden. De ploeg die toen aan de macht was, met die zielige, zich aan de macht vastklampende ministers, daarin herkende ik mij niet. Zij liet het land budgettair en financieel ten onder gaan. Het was een pure vendetta tegen onze partij. Waar zaten de echte CVP'ers ? En als Martens het ten slotte opgeeft, laten we Eyskens, de speler, het roer overnemen." Die openhartige woorden stammen van Herman Van Rompuy. In de kerstvakantie van 1990-1991 vertrouwde de toenmalige CVP-partijvoorzitter ze toe aan Jean-Luc Dehaene, toen vice-premier onder Wilfried Martens. Althans, Wetstraat-journalist Hugo De Ridder legt die uitlatingen in de mond van Van Rompuy. Met die niet onbelangrijke nuance stuiten we op het kernprobleem van de beproefde new journalism-werkwijze van De Ridder. De voormalige commentator van De Standaard geeft gesprekken weer in de directe vorm zonder dat hij daarbij aanwezig kan zijn geweest. Dat blijft een hachelijke onderneming, ook al kan De Ridder de dialogen verantwoorden door zijn uitputtende research en zijn vele tête-à-têtes met de betrokkenen. De lezer zit geprangd tussen de achterdocht dat De Ridder de feiten kan vertekenen enerzijds en de interessante blik achter de coulissen van de politieke arena anderzijds. Die ambivalentie vergezelt ook de lectuur van Jean-Luc Dehaene mét commentaar, de biografie die De Ridder nu publiceert over de federale premier. Voor alle duidelijkheid : Dehaene werkte niet mee aan zijn biografie. Met die onthullingen valt het overigens tegen. Over Dehaenes jeugd als dokterszoon in de Franstalige Brugse bourgeoisie en zijn strapatsen bij de scouts was al zoveel bekend. Over de politicus en zijn groei in de schaduw van het ACW en Martens kan nog wel een boek worden opengedaan. De Ridder slaagt erin te blijven boeien, maar tot ophefmakende demasqués van het kaliber Martens in Poupehan komt het niet. Wat overblijft, loont nog altijd de moeite. De Ridder typeert Dehaene min of meer als een bourgeois-boer die zijn onzekerheid meesterlijk camoufleert met woede-uitvallen en onbehouwenheid. Zijn paradoxale imago houdt hij trouwens zorgvuldig in stand. Zelfs het verwijt dat hij slechts als een loodgieter oplapwerk verricht, laat hij zich welgevallen. Nochtans, zo toont De Ridder aan, doktert Dehaene als weinig andere politici van zijn generatie aan langetermijnstrategieën. Het Brabants trekpaard kijkt verder dan de eigen weide. Blikvangers in het boek zijn onvermijdelijk de afwijzing als Europees topman en het opzijzetten van Martens, die lange tijd als zijn mentor werd beschouwd. De Ridder weigert dit echter te zien als een vadermoord. Maar ook enkele bizarre terzijdes hengelen naar aandacht, zoals een verrassende kijk op toenmalig prins Albert. Ook de hechte band met Herman Van Rompuy springt eruit. Zo verklapt Dehaene Van Rompuy waarom hij niet eerder CVP-voorzitter werd : "Jouw kandidatuur lag toen heel slecht bij het ACW." LDD Hugo De Ridder, Jean-Luc Dehaene mét commentaar. Lannoo, 272 blz., 695 fr.