De coronacrisis heeft ons leven en onze economie op hun kop gezet. De gevolgen zijn navenant, met een ongezien begrotingstekort tot gevolg en een staatsschuld die in de richting van de stratosfeer gaat. In die context moeten onze overheden ook nog de adem vinden om de economie zo spoedig mogelijk weer van de grond te krijgen. Dat is niet vanzelfsprekend in een land dat gebukt gaat onder een alles verlammende politieke impasse. Pas op, er zitten wel enkele initiatieven in de pijplijn, zoals de creatie van een Vlaams Welvaartsfonds en nieuwe belastingverminderingen voor particulieren die hun centen in de economie willen investeren. Maar veel meer dan wat doekjes voor het bloeden blijkt dat toch niet te zijn.
...

De coronacrisis heeft ons leven en onze economie op hun kop gezet. De gevolgen zijn navenant, met een ongezien begrotingstekort tot gevolg en een staatsschuld die in de richting van de stratosfeer gaat. In die context moeten onze overheden ook nog de adem vinden om de economie zo spoedig mogelijk weer van de grond te krijgen. Dat is niet vanzelfsprekend in een land dat gebukt gaat onder een alles verlammende politieke impasse. Pas op, er zitten wel enkele initiatieven in de pijplijn, zoals de creatie van een Vlaams Welvaartsfonds en nieuwe belastingverminderingen voor particulieren die hun centen in de economie willen investeren. Maar veel meer dan wat doekjes voor het bloeden blijkt dat toch niet te zijn. De Belgische situatie staat in schril contrast met die in onze buurlanden, waar verregaande relanceplannen zijn aangekondigd. Zo stelde de Nederlandse minister van Financiën, Wopke Hoekstra, onlangs op Prinsjesdag een ambitieus fiscaal hervormingsplan voor. Niettegenstaande het begrotingstekort ook in Nederland afstevent op een record van 68 miljard euro in 2020 en 44 miljard in 2021, en de werkloosheid fors zal oplopen tot 6 procent, heeft de regering de crisissituatie gebruikt om een nieuw fiscaal stelsel op de rails te zetten, dat rekening houdt met tal van fiscale besognes. Het valt op dat de Nederlandse regering de man in de straat en de kleine bedrijven zo veel mogelijk probeert te ontzien, en hen zelfs lastenverlagingen toekent. Onder het motto 'werk moet lonen' is voorzien in een stijging van de arbeidskorting, waardoor de laagste schijf van de inkomstenbelasting voor het inkomen tot 68.507 euro daalt van 37,1 naar 36,9 procent. Daarnaast wordt ook voorzien in een fiscale toegift voor de kleine spaarder. De vrijstelling van de vermogensrendementsheffing op spaargeld wordt opgetrokken van 30.846 naar 50.000 euro. Onder dat bedrag hoeven Nederlandse spaarders dus geen vermogensrendementsheffing meer te betalen. Ook de jongeren tussen 18 en 35 jaar die aan de start van hun beroepsloopbaan staan, krijgen fiscaal een duwtje in de rug. Zij worden vrijgesteld van de overdrachtsbelasting als ze een huis kopen. Ook de kleine en middelgrote bedrijven worden fiscaal bevoordeeld. Voor hen zakt het tarief van de vennootschapsbelasting van 16,5 naar 15 procent. Maar de Nederlandse regering plant ook nieuwe belastingen en de verhoging van bestaande belastingen. De meest in het oog springende maatregel is de invoering van een CO2-heffing voor de industrie. Bedrijven krijgen een vrijstelling voor een bepaalde hoeveelheid uitstoot. Op de te veel uitgestoten CO2 wordt belasting geheven. Ook de vermogende Nederlanders moeten fiscaal hun steentje bijdragen. Wie meer dan 50.000 euro spaargeld heeft, zal meer vermogensrendementsheffing moeten betalen. En voor iedereen die naast de eigen woning een ander huis koopt, stijgt de overdrachtsbelasting van 2 naar 8 procent. De voorgenomen verlaging van het hoogste tarief van de vennootschapsbelasting van 25 naar 21,7 procent voor grote bedrijven en multinationals gaat niet door. De klap op de vuurpijl is wel het Wopke-Wiebes-investeringsfonds. De Nederlandse regering trekt de komende jaren 20 miljard euro uit voor structurele investeringen in de Nederlandse economie op het gebied van onderzoek, innovatie en infrastructuur. Nederland volgt daarmee het voorbeeld van Frankrijk, waar president Emmanuel Macron heeft aangekondigd tegen 2030 liefst 100 miljard euro in de economie te pompen, voornamelijk om de economische en technologische transitie mogelijk te maken. Het wordt hoog tijd dat de politici ook in ons land verantwoordelijkheid nemen.