Bankiers zijn niet te vertrouwen. Dat vinden de mensen. Het onderzoeksbureau GfK toonde aan dat brandweermannen, postbodes, leraars en artsen de beroepsgroepen zijn die ons het meeste vertrouwen inboezemen. De lage score van bankiers is geen verrassing. Sinds het bankieren ontstond, dansen zij op een slappe koord. Langs de ene kant verfoeit het merendeel van de publieke opinie hen omdat ze winst maken met de centen van de kleine spaarder. Anderzijds wordt van de bankier niet geduld dat hij geen winst maakt op het ingebrachte geld want dat wijst op onkunde en dan laat hij zijn aandeelhouder in de steek.
...

Bankiers zijn niet te vertrouwen. Dat vinden de mensen. Het onderzoeksbureau GfK toonde aan dat brandweermannen, postbodes, leraars en artsen de beroepsgroepen zijn die ons het meeste vertrouwen inboezemen. De lage score van bankiers is geen verrassing. Sinds het bankieren ontstond, dansen zij op een slappe koord. Langs de ene kant verfoeit het merendeel van de publieke opinie hen omdat ze winst maken met de centen van de kleine spaarder. Anderzijds wordt van de bankier niet geduld dat hij geen winst maakt op het ingebrachte geld want dat wijst op onkunde en dan laat hij zijn aandeelhouder in de steek. Bankiers krijgen onderaan de vertrouwensladder het gezelschap van bedrijfsleiders. De clichés over zakenlui blijven hardnekkig. Wie succes heeft, moet bijna een sjacheraar zijn. Wie mislukt, is een levenslange loser. In deze context hoeft het dus niet te verwonderen dat er tegenwoordig, als het gaat over de strategie en de prestaties van een bedrijf, meer naar analisten en journalisten wordt geluisterd dan naar de CEO. Al is het vertrouwen in journalisten volgens GfK ook beschamend laag. Er wordt eigenlijk nauwelijks nog gekeken naar welke resultaten een bedrijf presenteert, wel telt hoe de analisten erover denken. Voldoen de resultaten aan hun verwachtingen? De verwachtingen van de outsiders primeren op de reële feiten en de uitleg van de bedrijfsleider. Winst boeken is niet voldoende, de winst moet voldoen aan de verwachtingen. Verlies boeken is soms helemaal niet erg, zolang het maar minder is dan wat werd verwacht. Professionele analisten zijn een zegen voor de kleine beleggers en democratiseren het beleggingsproces. Ze zijn een controlefactor voor bedrijven die soms scherper en accurater is dan de controlerende instanties. Maar analisten zijn vooralsnog geen insiders en hun verwachtingen boven de reële resultaten plaatsen, kan zeer gevaarlijk zijn. Hoewel analisten de onafhankelijkheid moeten nastreven, blijken sommige analisten te werken met een achterliggend financieel (eigen)belang. De Chinese walls die hen moeten scheiden van de collega-beleggers in hetzelfde huis, vertonen meer dan eens zware lekken. Absurd wordt het helemaal als zogenaamde analistenrapporten de markten beginnen te domineren, terwijl de auteurs onbekend blijven of in dienst zijn van bijvoorbeeld hefboomfondsen. De reactie van de beurzen op de jongste bankresultaten was een schouwspel van verwarring. Slechte resultaten werden her en der beloond en minder slechte cijfers viel een koersval in plaats van applaus te beurt. Enkel omdat ze wel of niet aan de verwachtingen voldeden. Bedrijfleiders moeten er met duidelijke en transparante communicatie voor zorgen dat analisten niet hun eigen verhaal beginnen te schrijven. En ze mogen zeker niet zelf de verkeerde verwachtingen de wereld insturen. Maar bankiers, bijvoorbeeld, beargumenteren vaak terecht dat het met de nieuwe internationale boekhoudregels bijna onmogelijk is om in deze financieel en economisch turbulente tijden een up-to-date beeld te geven van de bedrijfstoestand, uitgezonderd op de dag van de persconferentie. Van de nieuwe boekhoudregels werd verwacht dat zij meer transparantie zouden brengen. De resultaten moesten zo dicht mogelijk bij de reële toestand van de bedrijven liggen. Voor een aantal balansposten is dat zo, maar wat met het geheel? Vandaag weet bijna niemand meer in welke mate verliezen echt gerealiseerd zijn of dat ze enkel een boekhoudkundige momentopname zijn van een realiteit die er de volgende week heel anders kan uitzien. De kleine belegger die begrijpt of de afgeschreven verliezen echt gepaard gingen met reële euro's is bijna een professional in boekhouden. Bovendien is de gelijkvormigheid vaak zoek. Terwijl banken vanaf dag één hun verliezen in de boeken moesten nemen, vielen de beleggingsportefeuilles van verzekeraars onder een ander boekhoudprincipe (zie blz. 28). Grote (her)verzekeraars als AIG en Munich Re komen nu met grote afschrijvingen naar buiten. De verzekeringssector zelf verwacht dat zij niet in de rake klappen van de banken zullen delen. Maar ondanks alle regels en mogelijke vormen van transparantie weet niemand vandaag hoe ernstig de situatie bij hen is. Enkele analisten verwachten een tweede bloedblad. De voorlopige resultaten geven hun gelijk. De pogingen om de steeds complexere situatie van het bedrijfsleven in kaart te brengen, falen. De meningen over hoe het zou moeten zijn, lopen steeds meer weg van hoe het is. De denkers vervreemden van de doeners. Wilt u weten wat u dit jaar nog kan verwachten? Luister naar de doeners. Hun verwachtingen zijn somber en gebaseerd op de reële situatie op de werkvloer. (T) de auteur is adjunct-hoofdredacteur