We leven in een maatschappij waarin we voortdurend belangrijke keuzes moeten maken. Leggen we geld opzij voor een aanvullend pensioen? En hoeveel? Onder welke vorm? Blijven we werknemer of richten we een bedrijfje op? Kopen we een tweede huis of beleggen we dat geld beter op de beurs? Nemen we een derde kind of houden we het bij twee?
...

We leven in een maatschappij waarin we voortdurend belangrijke keuzes moeten maken. Leggen we geld opzij voor een aanvullend pensioen? En hoeveel? Onder welke vorm? Blijven we werknemer of richten we een bedrijfje op? Kopen we een tweede huis of beleggen we dat geld beter op de beurs? Nemen we een derde kind of houden we het bij twee? Volgens professor Sigal Ben-Porath van de University of Pennsylvania is die keuzevrijheid relatief nieuw. Lange tijd hadden mensen niet de mogelijkheid om zelf beslissingen te nemen. De sociale structuur was formeel en rigide, iemand werd geboren met een sociale status, met een duidelijk levensplan en zeer weinig mogelijkheden om daarvan af te wijken. In haar provocerende boek Tough choices beweert Ben-Porath dat die keuzevrijheid niet altijd gunstig is. Ben-Porath steunt hiervoor op bevindingen uit de psychologie en de behavioral economics. Onderzoek toont aan dat de meeste mensen niet wakker liggen van wat er zich 30 of 40 jaar later in hun leven voordoet. Zo zijn jongeren niet bezig met hun pensioen en denken jonge werknemers dan ook niet aan pensioensparen. Op basis van dit en andere voorbeelden komt Ben-Porath tot de conclusie dat het de taak is van de overheid om de keuzes van de burgers te beïnvloeden. Ze noemt dat 'gestructureerd paternalisme'. De auteur heeft een volledig hoofdstuk nodig om de lezer ervan te overtuigen dat paternalisme goed voor ons is. Erg overtuigend is ze niet. Haar assumptie is dat de overheid de fouten niet maakt die het individu wel maakt. Die hypothese is fout. Ben-Porath refereert merkwaardig genoeg zelf aan de Amerikaanse overheid die via een versoepeling van het beleid op hypotheken de kredietcrisis mee veroorzaakte. Ben-Porath tast in haar boek de grenzen van de menselijke autonomie af. Critici van haar werk benadrukken dat de overheid inderdaad bezorgd mag zijn om het welzijn van de burgers en daarom bepaalde regels mag opleggen. De overheid kan perfect zelf veiligheids- en kwaliteitscontroles laten uitvoeren. Een typisch voorbeeld is de verplichte autokeuring. Die instelling geeft bescherming tegen ongevallen aan de medeburgers zonder de dwang die meestal aan paternalisme verbonden is. Maar Ben-Porath wil veel verder gaan. Volgens de auteur mag de overheid, vanuit een bekommernis over de gezondheid van haar burgers, het roken volledig bannen. Dat gaat lijnrecht in tegen de liberale traditie waarvan de basisregel is dat een individu mag doen wat hij wil indien hij geen schade veroorzaakt aan een andere persoon. Alleen thuis roken, kan dus perfect. Ben-Porath legt in haar boek ook geen formele grens voor het overheidsoptreden op. Waarom zou een overheid zichzelf dan beperken in de acties die ze onderneemt? Hier kan Tough Choices niet overtuigen. Gestructureerd paternalisme lijkt alleen een alibi voor meer overheidsingrijpen. Sigal Ben-Porath, 2010, Tough Choices. Structured Paternalism and the Landscape of Choice, Princeton University Press, 2010, 192 blz., 25 euro Thierry Debels