Achteraf is het altijd makkelijk, maar toch. Ondanks veel politieke retoriek die het tegendeel moet bewijzen, gaat het van kwaad naar erger met de toestand in de eurozone. Wordt het dan niet hoog tijd om ernstig werk te maken van plan B, eventueel zelfs plan B én C? Wat moet er gebeuren als de eurocrisis compleet uit de hand loopt, als het vasthouden aan de eurozone zware sociale, economische en politieke schokgolven produceert, als dus met andere woorden de kosten van de euro de baten zwaar overtreffen?
...

Achteraf is het altijd makkelijk, maar toch. Ondanks veel politieke retoriek die het tegendeel moet bewijzen, gaat het van kwaad naar erger met de toestand in de eurozone. Wordt het dan niet hoog tijd om ernstig werk te maken van plan B, eventueel zelfs plan B én C? Wat moet er gebeuren als de eurocrisis compleet uit de hand loopt, als het vasthouden aan de eurozone zware sociale, economische en politieke schokgolven produceert, als dus met andere woorden de kosten van de euro de baten zwaar overtreffen? In het bedrijfsleven verwacht men van het topmanagement dat er voortdurend ernstig nagedacht wordt over alternatieve strategieën. Wat doen we als onderneming als door, bijvoorbeeld, abrupte wijzigingen in de omgeving de strategie stevig bijgestuurd moet worden? Een bekwaam management denkt voortdurend in alternatieven, in what, if-scenario's. Als wijzigingen zich opdringen, kunnen alternatieve strategieën dan snel en efficiënt uitgerond worden. Dat lukt natuurlijk niet altijd, verre van zelfs, maar het punt is dat dit soort denken obligaat is in het moderne bedrijfsleven. Hoewel de parameters en de strategische variabelen vaak van een andere orde zijn, beoefent ook de gedreven politicus de kunst van het denken in alternatieven. Als plan A niet lukt of onverwacht vastloopt, dan naar plan B. Er zijn echter duidelijk uitzonderingen en de crisis in de eurozone behoort duidelijk tot die uitzonderingen. Een ervaren cabinetard uit de regering-Dehaene, die aan de macht was toen de introductie van de euro zich voltrok, vertelde me dat het in die dagen verboden was gewag te maken van een plan B. De vraag wat er eventueel zou moeten gebeuren, mocht het grondig fout lopen met de euro mocht niet gesteld worden. Laat staan dat er over de inhoud van een plan B ernstig en strategisch kon of mocht worden nagedacht. Officieel luidt het marsbevel voor de euro nog altijd: geen plan B. Er valt zeker wat te zeggen voor het argument dat een min of meer openlijke discussie over alternatieven in de huidige omstandigheden al snel een selffulfilling prophecy zou worden. Nadenken over alternatieven kan op zich al aangeven dat men niet meer in het concept gelooft. De crisis kan dan snel uitdiepen. Elk negatief bericht dat zich vandaag verspreidt, mist zijn impact op de eurocrisis niet. En dus kunnen we maar beter niet met vuur spelen. De eurozone zit in een catch 22. De crisis in en rond Griekenland en Spanje is acuut, in landen als Italië, Portugal en Ierland sluimert ze, maar is de situatie licht ontvlambaar. Samen maken deze vijf landen ruim een derde van de hele euro-economie uit. En dus kampt de eurozone ondubbelzinnig met een existentieel probleem. In de - niet helemaal wereldvreemde - hypothese dat Frankrijk een probleemland wordt, krijgen we een zeer explosieve situatie. In die omstandigheden niét nadenken over een plan B is eigenlijk onverantwoord. Vergelijk het met een onderneming die weet dat er vernietigende concurrentie op komst is, en toch gewoon bij de pakken blijft zitten. Schuldig verzuim heet dat, maar tegelijk houdt het beginnen schaven en boetseren aan een plan B grote risico's in op zelfontbranding. Deze catch 22 geeft eens te meer aan in welk moeilijk parket de euro de hele Europese gemeenschap gemanoeuvreerd heeft. De architecten van de eurozone, François Mitterrand en Helmut Kohl op kop, plaatsten een gok die slecht dreigt uit te pakken. Veel direct betrokkenen bij de start van de eurozone beseften zeer goed dat de kar eigenlijk voor het paard gespannen werd. De correcte, logische en duurzame volgorde was geweest: eerst een volwaardige politieke unie en dan pas een monetaire unie, met en passant ook nog een doorgedreven flexibilisering van de arbeidsmarkten. Dan was de monetaire unie volgens het boekje geschapen. Nu kregen we een onafgewerkt product om mee aan de slag te gaan. Het echte schuldige verzuim is gepleegd door diegenen die de dienst uitmaakten tijdens de periode van peis en vree in de eurozone, pakweg vóór 2008. Toen was er werk moeten worden gemaakt van significante stappen op weg naar een politieke unie en andere omkaderende maatregelen die zich opdrongen en die zich nog altijd opdringen. De voorbije twee jaar ontdekten we hoe moeilijk het is, zeg maar schier onmogelijk, om te midden van een heftige crisis zulke stappen te doen. Het kan dan ook geen verbazing wekken dat, ondanks alles, het werk aan een plan B voor de eurozone effectief van start gegaan is. Althans toch in sommige landen.JOHAN VAN OVERTVELDT, HOOFDREDACTEURHet echte schuldige verzuim is gepleegd door diegenen die de dienst uitmaakten tijdens de periode van peis en vree in de eurozone, pakweg vóór 2008.