Moet een schilderij noodzakelijk iets afbeelden? Vandaag lijkt die vraag voorbijgestreefd, maar toen Frantisek Kupka ze in 1913 stelde, formuleerde hij een idee dat hem reeds jaren bezighield. Kupka, die in het begin van de eeuw voor het libertaire blad L'Assiette au beurre tekende en in Parijs de anarchiste Elisée Reclus leerde kennen, maar ook Jacques Villon en Marcel Duchamp, vond pas in het begin van de j...

Moet een schilderij noodzakelijk iets afbeelden? Vandaag lijkt die vraag voorbijgestreefd, maar toen Frantisek Kupka ze in 1913 stelde, formuleerde hij een idee dat hem reeds jaren bezighield. Kupka, die in het begin van de eeuw voor het libertaire blad L'Assiette au beurre tekende en in Parijs de anarchiste Elisée Reclus leerde kennen, maar ook Jacques Villon en Marcel Duchamp, vond pas in het begin van de jaren '10 zijn eigen weg. Hij schreef een werk waarin hij de schilderkunst een filosofische rol toekende: ze moest de mens helpen de introspectieve kracht van zijn wezen uit te drukken en een harmonie organiseren van vormen en kleuren die, als een symfonie, het oog en de ziel een ritme, een levensadem zou geven. Kupka, geïnspireerd door Bach maar ook door het spiritisme, maakte kennis met de Delaunays, met Metzinger, Gleizes en de dichter Guillaume Appolinaire, die hem aanmoedigde. In 1912 veroorzaakte hij een schandaal door ' Fugue à deux couleurs' en ' Chromatique chaude' voor te stellen. Door zijn belangstelling voor het orfisme - term die Appolinaire voor de abstractie bedacht - en zijn kunst die het figuratieve volledig afzwoer, werd hij één van de pioniers van de abstracte kunst, een medestander van Malevitch, Mondriaan en Kandinsky. Als overtuigd individualist, die echter niet onverschillig stond tegenover de esoterische theorieën, bleef Kupka een vrij introvert schilder. Hij werd lang miskend in Parijs, terwijl men hem in Praag min of meer vergat - de intrede van het communistische regime bracht daar weinig verandering in. De tentoonstelling in Elsene komt trouwens voort uit de privé-collectie van twee Tsjechische ballingen, het echtpaar Mladek. Hij omvat voornamelijk pasteltekeningen, aquarellen en gouaches, die een representatief beeld geven van Kupka's werk. De bezoeker ontdekt met genoegen de vele variaties die Kupka als een musicus opbouwt met dezelfde motieven: krommen, halve cirkels, lange verticalen en kleurige diagonalen vormen een schilderij als een glasraam in 'La cathédrale', een groot olieverfschilderij uit 1912-13. Kupka transformeert de erotiek van zijn eerste figuratieve werken naar de abstractie, waarbij hij zijn kleuren een sensuele uitstraling geeft, zoals in 'Etude pour accent noir'. Vandaag wordt Kupka in de grootste musea geëxposeerd en is hij een klassieke waarde van de abstracte kunst, een mijlpaal in de kunstgeschiedenis.Frantisek Kupka, in het Museum van Elsene, Van Volsemstraat 71, 1050 Brussel. Tot 10 januari '99.Alain Delaunois