Wie in de hogere segmenten gaat shoppen, wil doorgaans ook een grote motor. Een V6, bijvoorbeeld. Als je een Audi A6 koopt, dan neem je daar toch minstens een zescilinder van drie liter bij. Net zoals je een Peugeot 607 met die heerlijke 2.7 zescilinder neemt, toch?
...

Wie in de hogere segmenten gaat shoppen, wil doorgaans ook een grote motor. Een V6, bijvoorbeeld. Als je een Audi A6 koopt, dan neem je daar toch minstens een zescilinder van drie liter bij. Net zoals je een Peugeot 607 met die heerlijke 2.7 zescilinder neemt, toch? Neen, dus. Of liever: niet noodzakelijk. De zescilinders worden namelijk almaar agressiever belaagd door een nieuwe generatie viercilindermotoren. Viercilinders met prestaties die ruimschoots volstaan om in het vooronder van grote auto's te kruipen. En ja, om misverstanden te vermijden: we hebben het hier uitsluitend over dieselmotoren. Zo ontwikkelde Renault samen met Nissan een tweeliter diesel die maar liefst 175 pk haalt en ondertussen de opgefriste Espace aandrijft. En sinds kort biedt Peugeot zijn vlaggenschip aan met een vierpitter van 2.2 liter. We reden ermee en ondervonden: meer moet dat niet zijn voor een grote auto als de 607. Comfortabele reisberline, in alle omstandigheden krachtig genoeg, en ook in stadsverkeer opvallend soepel. Zodat je al snel tot de conclusie komt: neen, een dikke V6 van 2,7 liter hoeft niet meer voor mij. Waar dan het verschil nog zit met zo'n V6? Natuurlijk biedt die altijd nog iets meer kracht, ja. Maar het verschil zit vooral in het hoofd van wie achter het stuur van een grotere berline kruipt. Een dure berline moet immers ook goed klinken. Romig en zoet, en helemaal niet rauw als je hem aan de tand voelt. En wat is er mooier en verhevener dan het zielenstrelende gezoem van een zescilinder? Toegegeven, uw dienaar is er ook niet ongevoelig voor, hoewel dat een louter irrationele overpeinzing is. Dat is trouwens de reden waarom de Audi A6 met tweeliter turbodiesel niet zo royaal aanvoelt als eenzelfde model met de 2.7 liter of drieliter diesel. Hij klinkt te rauw en te hard, en geeft nooit de akoestische indruk dat je met een dure berline rijdt. Daar slaagt Peugeot nu wél in, met deze 2.2 HDi. Opvallend weinig trillingen die vanuit de motorkap komen doordringen, met daarbovenop een uitstekende beheersing van het motorgeluid, dat altijd aangenaam oorstrelend blijft. Voeg daarbij prestaties die op het niveau zijn van deze grote berline, en je bent tevreden met een viercilinder. Peugeot en Ford, die deze motor samen ontwikkelden, kregen dat hoogstandje voor mekaar met twee turbo's: de eerste die voor power zorgt in de lage toeren, de tweede die tussen 2600 en 3200 toeren komt bijspringen. Het resultaat is soepel rijden, met een maximaal koppel dat al bij een indrukwekkend lage 1500 toeren onder de voet komt, resulterend in voldoende acceleratievermogen in alle omstandigheden. Bovendien gaat dat geweld niet ten koste van het milieu: de uitstoot wordt fors beperkt dankzij de zeer hoge injectiedruk en deeltjesfilter. Deze nieuwe viercilinder is in zijn Belgische versie goed voor 163 pk (fiscaal gunstiger dan de 170 pk die hij van de fabriek uit meekrijgt ...) en is ook verkrijgbaar in de kleinere Peugeot 407. Jo Bossuyt