Het zou best een schoolvoorbeeld van de paradox kunnen zijn. De Franse autoconstructeurs waren voortrekkers in het segmenteren van hun gamma, met mini-monovolumes of coupé-cabriolets. Maar toen de hele wereld stormliep voor asfaltvriendelijke terreinwagens - noem ze gerust SUV's - hadden Renault, Peugeot of Citroën er geen in hun showroom staan. Met lede ogen moesten ze toezien hoe Aziatische merken de markt inpalmden, met hun Toyota RAV4 of Hyundai Tucson. Vorig jaar werden in ons land nie...

Het zou best een schoolvoorbeeld van de paradox kunnen zijn. De Franse autoconstructeurs waren voortrekkers in het segmenteren van hun gamma, met mini-monovolumes of coupé-cabriolets. Maar toen de hele wereld stormliep voor asfaltvriendelijke terreinwagens - noem ze gerust SUV's - hadden Renault, Peugeot of Citroën er geen in hun showroom staan. Met lede ogen moesten ze toezien hoe Aziatische merken de markt inpalmden, met hun Toyota RAV4 of Hyundai Tucson. Vorig jaar werden in ons land niet minder dan 34.000 SUV's verkocht, het kan tellen. Kortom, de leemte moest worden ingevuld. Alleen kruipt in de ontwikkeling van een nieuw model, vooral als je die niet kunt bouwen op een bestaand onderstel (Ford bouwde zijn C-Max op het platform van de Focus, om maar een voorbeeld te geven ...), niet alleen veel tijd maar ook veel geld. Zodat Europese merken wel eens voor de andere oplossing kiezen: gaan shoppen dus. Opel kon dat binnenshuis, bij Chevrolet, evenzeer lid van de grote GM-familie. Het veranderde hier en daar iets aan de Captiva, en kon met trots de Opel Antara voorrijden. Peugeot en Citroën, gehuwd in de PSA-groep, hadden minder geluk: ze moesten buitenshuis gaan zien en kwamen terecht bij het Japanse Mitsubishi. Goede keuze, want een huis met heel wat 4x4-knowhow. De Outlander kreeg twee keer een andere neus opgenaaid om er wat familietrekjes in te slijpen, en zowel Peugeot als Citroën konden hun gamma uitbreiden met respectievelijk de 4007 en de C-Crosser. Rijden met de Peugeot 4007 is ondervinden: dit is geen Franse auto, hoezeer de marketingboys van het merk uit Sochaux zich ook inspannen om de goegemeente van het tegendeel te overtuigen. Natuurlijk is dat geen passief voor de 4007: de Outlander is een uitstekend product. Heel robuust en betrouwbaar, en bovendien garant voor behoorlijk wat rijplezier. En met de 2.2 Hdi van Peugeot in het vooronder, een turbodiesel met deeltjesfilter, komt hij heel krachtig en aangenaam uit de hoek. Iets minder strak afgeveerd dan de originele Outlander, want Peugeot sleutelde ook wel aan het onderstel. Maar toch voelt hij nog altijd niet aan als een echt Franse auto. Wat geen verwijt hoeft te zijn, natuurlijk. We reden met de duurste versie (Féline) van deze zevenzitter (twee noodstoeltjes in de kofferruimte) en zagen bovenop airco, radio/cd en elektrische ruiten ook een lederen interieur, stoelverwarming, xenonlichten, gekoeld handschoenenkastje en parkeerhulp met camera. Meer moet dat niet zijn voor Peugeot, om voortaan mee te eten uit de smeuïge SUV-vleespotten. + : Gevoel van degelijkheid, standaard switchknop 2WD/4WD - : Afwerking kon frivoler en FranserJo Bossuyt