Het Design Museum in Den Bosch neemt een risico: directeur Timo de Rijk stelde de eerste tentoonstelling samen over de rol die vormgeving speelde in de nazipropaganda. Uit vooral Duitse en Nederlandse archieven diepte hij affiches, SS-instructieboeken, reclameposters, propagandafilms, swastika's, tijdschriften en gebruiksvoorwerpen op,...

Het Design Museum in Den Bosch neemt een risico: directeur Timo de Rijk stelde de eerste tentoonstelling samen over de rol die vormgeving speelde in de nazipropaganda. Uit vooral Duitse en Nederlandse archieven diepte hij affiches, SS-instructieboeken, reclameposters, propagandafilms, swastika's, tijdschriften en gebruiksvoorwerpen op, die zijn ontworpen tussen 1933 en 1945. De expo lokte internationaal al veel reacties uit. Timo de Rijk houdt in interviews vol dat hij grote inspanningen doet om het nazidesign historisch goed te kaderen, zodat de expo allerminst een verheerlijking van de nationaalsocialistische ideologie wordt. Al had De Rijk ook een persoonlijke reden om het onderwerp in zijn museum te tonen: als docent designgeschiedenis aan de TU Delft vond hij het vreemd hoe de periode die meteen volgde na het Bauhaus, werd doodgezwegen in de handboeken over de 20ste-eeuwse vormgeving. Hij constateerde ook dat musea zelden designvoorwerpen uit die periode in hun collectie hebben. "Ik vind het mijn plicht te laten zien dat design en kunst niet altijd alleen mooi zijn en verheffen, maar ook met een perverse bedoeling kunnen worden gemaakt", zei hij daarover in Trouw. Design interpreteert hij breed, want ook de aanleg van autosnelwegen, de Volkswagen en de propagandafilms van Leni Riefenstahl horen erbij. Ook architectuur komt aan bod, want in de vormgeving van hun gebouwen toonden de nazi's zich meesterlijke spindoctors. Architecten als Albert Speer en Gerdy Troost waren de belangrijkste vaandeldragers van de monumentale bouwstijl die teruggreep naar het classicisme.