De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.
...

De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. et ingang van het aanslagjaar 2003 komt er een fiscaal voordeel bij voor een flink aantal belastingplichtigen die worden belast en fiscaal nog kinderen ten laste hebben. Zoals vorige week al uitgelegd, heeft een en ander te maken met de verhogingen van het belastingvrij minimum. , of een die nog kinderen ten laste heeft. Die verhoging heeft in de praktijk tot tal van betwistingen geleid. Het was immers niet duidelijk of en in welke mate uit de echt gescheiden vaders en moeders ook voor de verhoging in aanmerking kwamen. Alleen. De wetgever heeft de knoop doorgehakt. Met ingang van het aanslagjaar 2003 heeft elke belastingplichtige die alleen wordt belast en die fiscaal nog kinderen ten laste heeft, recht op de bijzondere verhoging van het belastingvrij minimum. Die bedraagt voor het lopende aanslagjaar 1160 euro. Door deze wijziging krijgt de verhoging een veel ruimer toepassingsgebied. De groep van de belastingplichtigen die alleen worden belast, is immers veel ruimer dan de groep van de niet hertrouwde weduwnaars of weduwen, of van de ongehuwde vaders en moeders. Wie wordt alleen belast? Dat zijn om te beginnen alle personen die ongehuwd zijn. Of zij al dan niet samenwonen, heeft geen belang. Ook personen die een verklaring van wettelijk samenwonen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand hebben afgelegd, worden voorlopig nog alleen belast. Hun gelijkstelling met gehuwden wordt pas vanaf het aanslagjaar 2005 van kracht. Worden ook alleen belast: de uit de echt gescheiden echtgenoten en de van tafel en bed gescheiden echtgenoten - in beide gevallen vanaf het jaar van de scheiding. Voor het jaar waarin zij huwen, worden de kersverse echtgenoten ook nog (een laatste keer) alleen belast. Omgekeerd worden echtgenoten voor het jaar waarin één van hen overlijdt ook alleen belast (met dien verstande dat tegenwoordig de mogelijkheid bestaat om voor het jaar van overlijden, niettemin te kiezen voor een gezamenlijke aanslag). De overlevende echtgenoot wordt vanaf het daaropvolgende jaar uiteraard ook alleen belast (en dit zolang hij niet hertrouwt; hertrouwt hij wel, dan wordt hij voor het jaar van zijn nieuw huwelijk ook nog een laatste keer alleen belast). Feitelijk gescheiden echtgenoten worden eveneens alleen belast; maar dit slechts vanaf het jaar dat volgt op het jaar van de feitelijke scheiding (en voor zover het samenwonen intussen niet hernomen is). Europa. De meeste echtgenoten van Europese ambtenaren worden ook alleen belast. De wet voorziet immers in een afzonderlijke belasting voor het geval men gehuwd is met een echtgenoot van wie de beroepsinkomsten zonder progressievoorbehoud zijn vrijgesteld van Belgische belasting (althans voor zover die beroepsinkomsten een bepaalde grens overschrijden; voor het aanslagjaar 2003 is dat 7900 euro). De Europese ambtenaren zijn daar het schoolvoorbeeld van. De bijzondere verhoging van het belastingvrij minimum waarin de wet voorziet ten aanzien van belastingplichtigen (met kinderlast) die alleen worden belast, speelt merkwaardig genoeg dus ook in het voordeel van echtgenoten van Europese ambtenaren. Andere (samenwonende) gehuwden hebben er geen recht op. Samenwonende niet gehuwden wel. Maar per gezin kan het voordeel nooit meer dan één keer worden genoten. Tot voor enkele jaren werd in de praktijk aangenomen dat elk van beide ongehuwd samenwonenden hun gezamenlijke kinderen als persoon ten laste mocht beschouwen. Op die manier konden zij twee keer de fiscale voordelen genieten waarin de wet ten aanzien van kinderen ten laste voorziet. Op dezelfde manier zouden zij ook twee keer in aanmerking kunnen komen voor de bijzondere verhoging van het belastingvrij minimum waarin de wet nu voorziet ten aanzien van de belastingplichtigen (met kinderlast) die alleen worden belast. Maar die vlieger gaat niet op. Een aantal jaar geleden is al beslist dat feitelijk samenwonende ouders moeten kiezen. Slechts één van beiden kan de gezamenlijke kinderen fiscaal ten laste nemen. Wie dat is, moeten zij in principe zelf uitmaken. Hoofd. Volgens de wet worden de fiscale voordelen voor kinderen ten laste, bij gehuwden in principe toegekend aan de echtgenoot met de hoogste beroepsinkomsten. Bij ongehuwd samenwonenden wordt de verhoging van het belastingvrij minimum voor de kinderen die zij ten laste hebben, in beginsel toegekend aan de partner die feitelijk aan het hoofd van het gezin staat. In het verleden achtte de belastingadministratie zich geroepen om desgevallend zelf uit te maken wie van de beide samenwonende (ongehuwde) partners als hoofd van het gezin moest worden aangemerkt. Keuze. Maar enkele maanden geleden heeft zij laten weten dat zij in principe niet meer tussenkomt in deze keuze. Het zijn de (ongehuwd) samenwonende partners zelf die moeten uitmaken wie van hen beiden de kinderen fiscaal ten laste heeft. Pas ingeval zij geen overeenstemming bereiken, zal de taxatieambtenaar een oordeel moeten vellen op basis van de gegevens die hij ter beschikking heeft. Het lijdt geen twijfel dat deze principes ook gelden voor de toepassing van de bijzondere verhoging van het belastingvrij minimum die wordt toegekend doordat men alleen wordt belast en men nog kinderen fiscaal ten laste heeft. Alleen de partner die de kinderen effectief fiscaal ten laste heeft, zal de bijzondere verhoging kunnen genieten. Jan Van Dyck Niet gehuwde samenwonen- den moeten zelf kiezen wie het voordeel geniet.