De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.
...

De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. Het aangifteformulier in de personenbelasting heeft dit jaar maar weinig wijzigingen ondergaan. Een van de opvallende nieuwigheden betreft de beroepsinkomsten. In het vak van de bezoldigingen van loon- en weddetrekkers is plaats ingeruimd voor een nieuwe rubriek waar u apart melding moet maken van de bezoldigingen die u hebt verkregen voor arbeidsprestaties korter dan één derde van de wettelijk voorziene arbeidsduur. En aan zelfstandigen wordt gevraagd in een afzonderlijke rubriek te specificeren hoeveel inkomsten zij als zelfstandige in bijberoep hebben genoten. Activiteit. Deze rubrieken hebben te maken met een nieuwigheid die vanaf het aanslagjaar 2003 van toepassing wordt. Het betreft het belastingkrediet voor lage activiteitsinkomsten dat een tweetal jaar geleden bij de hervorming van de personenbelasting werd ingevoerd maar pas vanaf dit jaar effectief van toepassing wordt. Over dit belastingkrediet valt veel te vertellen. Zowel over de achterliggende bedoeling als over de toepassingsvoorwaarden en -modaliteiten. Maar het is de moeite nauwelijks waard. Op termijn is het weliswaar de bedoeling dat dit belastingkrediet een belangrijk bedrag vertegenwoordigt. Maar voor het lopende aanslagjaar kan het nooit hoger zijn dan een schamele 90 euro per belastingplichtige. Het belastingkrediet voor lage activiteitsinkomsten wil de fiscale kloof tussen vervangingsinkomsten en inkomsten uit een beroepsactiviteit vergroten. Het doet dit door aan personen die effectief op de arbeidsmarkt actief zijn maar slechts beperkte beroepsinkomsten hebben een fiscaal ruggensteuntje te geven. Zij krijgen een krediet dat zij met de personenbelasting kunnen verrekenen. Is de personenbelasting te laag om het belastingkrediet volledig te verrekenen, dan wordt het saldo effectief terugbetaald. Uitsluiting. Het belastingkrediet voor lage activiteitsinkomsten is bedoeld als stimulans voor wie effectief op de arbeidsmarkt actief wil zijn. Vandaar dat een aantal inkomsten niet meetelt. Pensioenen bijvoorbeeld doen niet mee. Wie een laag pensioen heeft, kan dus - uit hoofde van dat pensioen - geen recht claimen op het belastingkrediet. In dezelfde gedachtegang geldt het belastingkrediet ook niet voor wie slechts sporadisch op de arbeidsmarkt actief is. Dat legt meteen uit waarom geen rekening wordt gehouden met bezoldigingen van (loon- en weddetrekkenden en van bedrijfsleiders voor) arbeidsprestaties die korter zijn dan één derde van de wettelijk voorziene arbeidsduur. En waarom bij handelaars, nijveraars en landbouwers en bij beoefenaars van vrije beroepen ook geen rekening wordt gehouden met de beroepsinkomsten die zij slechts uit een zelfstandig bijberoep genieten. Vandaar dat in de aangifte speciaal melding moet worden gemaakt van bezoldigingen die voortvloeien uit een bezoldigde activiteit die korter is dan één derde van de wettelijk voorziene arbeidsduur of die (bij genieters van winsten of baten) voortvloeit uit een zelfstandig bijberoep. Overigens moeten genieters van lage activiteitsinkomsten die wel aan de voormelde voorwaarden voldoen zich niet al te veel illusies maken. Het pad naar het (voorlopig) schamele belastingkrediet is nog bezaaid met andere voorwaarden. Zo mag het beroepsinkomen niet lager zijn dan 3850 euro. En wie meer dan 16.680 euro verdient, mag het ook vergeten. Tussen deze twee grenzen wordt het degressief afgebouwd. Kinderen. Nieuw voor het aanslagjaar 2003 is ook het belastingkrediet voor kinderen ten laste. In het aangifteformulier vindt u daar geen spoor van terug. Voor dit nieuwe belastingkrediet zijn immers geen bijkomende gegevens nodig. U krijgt het automatisch zodra de verhoging van het belastingvrije minimum wegens kinderen die u ten laste hebt niet (of niet volledig) resulteert in een effectieve belastingvermindering. De situatie die de wetgever hier voor ogen heeft, is deze van een belastingplichtige die onvoldoende inkomsten heeft om de verhoging van het belastingvrije minimum wegens kinderlast effectief om te zetten in een belastingverlaging. Het saldo zal dan voortaan cash worden terugbetaald. Anders dan het belastingkrediet voor lage activiteitsinkomsten stelt dit belastingkrediet wel meteen iets voor: het bedraagt (aangepast aan de evolutie van het indexcijfer) voor het lopende aanslagjaar maximaal 330 euro per kind ten laste. En anders dan bij het belastingkrediet voor lage activiteitsinkomsten worden hier geen bijkomende voorwaarden gesteld. Of u arbeider, bediende, werkloze, bruggepensioneerde, gepensioneerde of rentenier bent, maakt hier geen verschil. Ook de manier waarop u werkt of niet werkt, maakt niets uit. De regeling geldt zowel voor voltijds als voor deeltijds werkenden, en ook voor wie niet werkt. Het volstaat dat u kinderen ten laste hebt en dat de verhoging van het belastingvrije minimum wegens kinderen ten laste - bij gebrek aan te betalen belasting - niet effectief resulteert in een belastingvermindering. De schatkist betaalt het verschil dan terug. Zo simpel is dat. Het belastingkrediet voor lage activiteitsinkomsten stelt voorlopig weinig voor.