Constant Permeke kennen we van zijn monumentale houtskooltekeningen en schilderijen van bonkige boeren. Maar op de expo Met de klankkleur van een basviool in de Venetiaanse Gaanderijen leren we zijn werk in een ander perspectief kennen. Permeke verhuisde op zijn vijfde naar Oostende, waar zijn ...

Constant Permeke kennen we van zijn monumentale houtskooltekeningen en schilderijen van bonkige boeren. Maar op de expo Met de klankkleur van een basviool in de Venetiaanse Gaanderijen leren we zijn werk in een ander perspectief kennen. Permeke verhuisde op zijn vijfde naar Oostende, waar zijn vader conservator van het stadsmuseum was. Permeke was daardoor al op heel jonge leeftijd omringd door kunstenaars. Samen met James Ensor en Léon Spilliaert behoort hij tot de bekendste Belgische moderne kunstenaars die woonden en werkten in Oostende. Dat wordt weleens vergeten, omdat het Permekemuseum in Jabbeke ligt, waar de expressionist verbleef van 1929 tot zijn dood. In Oostende deelde Permeke een atelier met Gust De Smet, zijn beste vriend sinds zijn studententijd. Hij woonde er in een arme visserswijk en was gefascineerd door de zee. Permeke wilde één worden met zijn onderwerpen en ging daarom mee met een vissersboot of schilderde de zee 's nachts. Zo'n donkere marine uit 1935 vormt in het Permekemuseum het uitgangspunt voor de nieuwe tentoonstelling Nachtkieren, dwaaltroggen, verfsnedes, in Permekes tuinatelier achter het woonhuis. Daarin gaat de Oostendse kunstenaar Rein Dufait de dialoog aan met Permekes zeezicht en enkele sculpturen.