De Belgische pensioenspaarfondsen haalden in de eerste helft van dit jaar een gemiddelde return van 6 procent (gewogen gemiddeld rendement op basis van het beheerde vermogen op 30 juni). Volgens Beama, de Belgische vereniging van vermogensbeheerders, had de doorsneepensioenspaarder eind 2013 een bedrag van 10.127 euro bij elkaar gespaard. Dat potje zag hij in de eerste helft van 2014, zonder bijkomende stortingen, aandikken met 595 euro.
...

De Belgische pensioenspaarfondsen haalden in de eerste helft van dit jaar een gemiddelde return van 6 procent (gewogen gemiddeld rendement op basis van het beheerde vermogen op 30 juni). Volgens Beama, de Belgische vereniging van vermogensbeheerders, had de doorsneepensioenspaarder eind 2013 een bedrag van 10.127 euro bij elkaar gespaard. Dat potje zag hij in de eerste helft van 2014, zonder bijkomende stortingen, aandikken met 595 euro. "Aandelen en obligaties droegen in min of meer gelijke mate bij aan de return van de Pricos-pensioenspaarfondsen", reageert Paul Beller van KBC Asset Management. "Aandelen presteerden in de lijn van de verwachtingen. De verdere rentedaling was veeleer een verrassing." De koers van een obligatie beweegt tegengesteld aan de rente. Een rentedaling zorgt voor meerwaarde in de obligatieportefeuille van een fonds. De kans is klein dat obligaties in de tweede helft van het jaar evenveel zullen bijdragen. "Wij vinden vrijwel geen obligaties meer om in te beleggen. De obligatiemarkt is overgewaardeerd", zucht Paul De Meyer, die het Hermes Pensioenfonds onder zijn hoede heeft. Hij krijgt bijval van sommige collega's. Pierre Nicolas, de beheerder van Star Fund, blijft "redelijk positief" over obligaties. "Er zijn weinig alternatieven." De fondsbeheerders moeten minimaal 15 procent -- en maximaal 75 procent -- van het geld van de pensioenspaarders in obligaties stoppen. Beller hoopt zijn obligatierendement wat op te krikken met "posities in Amerikaanse dollar en Mexicaanse peso". Ook andere beheerders geven aan dat ze zo veel mogelijk in andere munten beleggen. Iedereen is op zijn hoede voor rentestijgingen. Drie beheerders zeggen dat de kleine en middelgrote Europese aandelen in hun fonds sinds Nieuwjaar het sterkst hebben gepresteerd. Over wat aandelen in de tweede jaarhelft zullen doen, lopen de meningen uiteen. "We neigen naar iets minder aandelen vanwege de hoge waarderingen en het afnemende momentum op de markt", zegt Werner Wuyts, die bij Dierickx Leys het pensioenfonds Inter-Beurs-Hermes beheert. De Meyer daarentegen denkt eraan het gewicht van aandelen nog wat op te trekken. De Meyer: "Ik zal afhankelijk van de marktomstandigheden beslissen of ik het gewicht verhoog of niet. Met de huidige stand van zaken op de beurzen voel ik me comfortabel met een gewicht van 57 procent." Een groot deel van het geld van de Belgische pensioenspaarders wordt in eigen land belegd. De percentages aan Belgische beleggingen -- het totale bedrag geïnvesteerd in overheidsobligaties, bedrijfspapier en aandelen -- lopen sterk uiteen, van 5 tot 33 procent (zie tabel). Een aantal beheerders wijst erop dat Belgische aandelen in de eerste jaarhelft positief bijdroegen aan het rendement van de fondsen. "We hebben een mooie selectie van kleinere Belgische waarden die het goed deden in de eerste jaarhelft, en waar we nog wat meer potentieel in zien", zegt Paul De Meyer van Capfi Delen, de beheerder van het Hermes Pensioenfonds. Vier op de vijf grootste aandelenposities van het fonds zijn Belgische namen, volgens de laatst beschikbare infofiche. Het gaat om de holding Sofina (2,5 %), de baggergroep CFE (2,5 %), de investeringsmaatschappij Ackermans & van Haaren (2,4 %) en de plantageholding Sipef (1,9 %). Tussen de belangrijkste posities van de grote pensioenspaarfondsen duiken vooral de namen van Bel-20'ers op, zoals de bierbrouwer AB InBev en de financiële spelers KBC en Ageas. Die grote fondsen hebben het wat moeilijker om in kleine Belgische waarden te investeren, zonder de koers op te drijven. Maar de Belgische wetgever verplicht pensioenspaarfondsen wel een deel van hun vermogen in smallcaps te investeren. Smallcaps zijn in de wet gedefinieerd als bedrijven met een marktwaarde kleiner dan 1 miljard euro. Het dynamische fonds van BNP Paribas Fortis komt met een rendement van ruim 7 procent sinds Nieuwjaar als het best presterende pensioenspaarfonds uit de bus. Ook over een periode van vijf jaar is het de koploper. Opvallend is dat het gemengde en het defensieve pensioenspaarfonds van BNP Paribas Fortis niet veel moeten onderdoen (zie tabel). Bart Van Poucke, de beheerder van de drie fondsen, schrijft het succes in 2014 vooral toe aan het grote gewicht van aandelen in de portefeuilles. "Het dynamische fonds bestaat nog altijd voor ruim 71 procent uit aandelen", zegt hij. Wellicht zal hij het gewicht van aandelen op korte termijn verminderen. "De stijgende waarderingen, de lage marktvolatiliteit en de bescheiden reële winstgroei zetten me aan tot meer voorzichtigheid." Het Accent Pension Fund presteert met een return van 2 procent het minst over de eerste zes maanden van het jaar. "We zaten wat minder in aandelen dan sommige collega's", geeft beheerder Jan Deprez van Société Générale Private Banking toe. "Ik heb nauwelijks perifeer overheidspapier in portefeuille, en dan nog enkel met zeer korte looptijden. Het verschil in rendement is vooral daaraan te wijten. In sommige pensioenspaarfondsen zit Italiaans papier met een looptijd tot 2030. De huidige risicoappetijt op de obligatiemarkten is nooit vertoond. Daar doe ik bewust niet aan mee." Eind juni bestond het fonds voor 67 procent uit aandelen, voor 26 procent uit obligaties en voor 7 procent uit cash. "We hebben vorig jaar gezien dat er maar een klein vonkje nodig is om de obligatiemarkt op zijn kop te zetten", legt Deprez uit. Op 22 mei nam toenmalig Fed-voorzitter Ben Bernanke voor het eerst het woord 'tapering' in de mond, en bracht daardoor een massale vlucht uit obligaties op gang. Deprez wil naar eigen zeggen niet de laatste druppel uit de citroen persen. "Hoe lager de rente is, hoe harder een crash op de obligatiemarkt zal aankomen. Ik ga liever iets te vroeg aan de kant staan dan straks keihard onderuit te gaan." Ook Van Poucke is zich bewust van de risico's. "De grootste uitdaging voor het beheer van onze pensioenspaarfondsen ligt in de correcte inschatting van het moment dat de rentevoeten beginnen te stijgen", vindt hij. Van Poucke en Deprez zijn het nog over iets eens: de euro is vandaag te duur. Ze hebben daarom allebei het wettelijke maximum van 20 procent belegd in andere munten dan de euro. Deprez: "Als belegger is het nooit slecht om de Europese Centrale Bank (ECB) aan je kant te hebben. De ECB wil de deflatoire trend bestrijden. Hoe duurder de euro, hoe lager de prijzen van importgoederen uitgedrukt in euro. De ECB moet met andere woorden de euro verzwakken, om de schim van het deflatiespook te verdrijven." Voor het eerst zit er meer geld in de pensioenspaarfondsen die BNP Paribas Investment Partners beheert dan in de fondsen van de concurrenten (zie tabel). Dat is slechts gedeeltelijk het gevolg van de goede return van de jongste jaren. Het speelt ook een rol dat die fondsen te koop zijn bij BNP Paribas Fortis, de grootste bank van ons land, bij Fintro en Crelan (onder de merknaam Metropolitan Rentastro), bij AXA en bij Delta Lloyd. Daarnaast biedt Rabobank.be, de grootste internetbank in België, ze zonder instapkosten aan op haar website. Wie deelbewijzen van de pensioenspaarfondsen van BNP Paribas wil kopen, doet dat dus het beste via Rabobank.be. De andere banken rekenen op elke storting tot 3 procent instapkosten aan. Argenta, dat geen instapkosten aanrekent op zijn fondsen, heeft een rekentool ontwikkeld om zijn klanten uit te leggen hoeveel verschil 3 procent instapkosten op lange termijn maken. Hoe hoger het rendement van het pensioenspaarfonds, hoe meer rendement de pensioenspaarders mislopen door instapkosten af te dragen. Een voorbeeld: een twintigjarige zet vanaf nu tot zijn 64ste elk jaar 950 euro opzij. Het fonds haalt een rendement van 6 procent (dat is niet onrealistisch, want de acht pensioenspaarfondsen die sinds 1990 bestaan, haalden een gemiddeld jaarlijks return van 7 procent). Als de spaarder 3 procent instapkosten betaalt, loopt hij meer dan 6400 euro mis. Met een rendement van 3 procent bedraagt zijn papieren verlies slechts de helft, of ruim 2700 euro. Ook interessant om te weten is dat die twintigjarige spaarder een belastingvoordeel van 13.851 euro heeft, tenminste als de fiscaliteit voor pensioensparen gelijk blijft. Voor een storting tot 950 euro in 2014 krijgt hij 30 procent terug via zijn inkomstenbelastingen. Als hij elk jaar 950 euro stort tot zijn 65ste en daarop een jaarreturn van 6 procent heeft, houdt hij een eindbedrag over van meer dan 200.000 euro. Op zijn 60ste komt de fiscus wel 10 procent van het gespaarde bedrag afromen, maar daar houdt de simulatie rekening mee. Er zijn echter geen garanties dat de pensioenspaarfondsen in de toekomst even sterk presteren als in het verleden. En ook wie zijn geld toevallig nodig heeft op een moment dat aandelen of obligaties een tuimelperte achter de rug hebben, moet het met heel wat minder rendement doen. Het grootste pensioenspaarfonds van BNP Paribas Fortis is het neutrale of gemengde fonds BNP Paribas B Pension Balanced. Het investeert de ene helft van het beheerde vermogen in aandelen en de andere helft in obligaties. Het fonds is iets kleiner dan Pricos (KBC) en Star Fund (ING), maar de vergelijking met die twee producten gaat niet helemaal op, omdat BNP Paribas Fortis zijn klanten de mogelijkheid biedt te kiezen tussen een dynamisch, een neutraal of een defensief risicoprofiel. De klanten van KBC hebben de keuze uit slechts twee profielen: ofwel zijn ze dynamisch, ofwel defensief. Pricos Defensive en andere defensieve fondsen zijn in principe bedoeld voor spaarders die de pensioengerechtigde leeftijd naderen. Spaarders kunnen binnen dezelfde bank zonder kosten overstappen naar het defensieve fonds. Op die manier kunnen ze vermijden dat een beurscrash vlak voor hun pensioen hun spaarcenten wegvaagt. Dynamische fondsen zouden in sterke beursjaren beter moeten presteren dan hun defensieve tegenhangers. Maar in de eerste helft van 2014 presteerden de defensieve varianten van Pricos en het Argenta Pensioenspaarfonds juist beter. Dat kan een teken aan de wand zijn. Verscheidene waarnemers waarschuwen voor een zeepbel op de obligatiemarkten. Dat een spaarder vijf à tien jaar voor zijn pensioenleeftijd het beste overstapt van een dynamisch naar een defensief fonds, is dus vatbaar voor discussie. ILSE DE WITTE"Wij vinden vrijwel geen obligaties meer om in te beleggen. De obligatiemarkt is overgewaardeerd" Paul De Meyer, Hermes Pensioenfonds Dat een spaarder vijf à tien jaar voor zijn pensioenleeftijd het beste overstapt van een dynamisch naar een defensief fonds, is vatbaar voor discussie.